Artikelen

Op deze pagina staat een aantal atheïstische en skeptische artikelen. Iedereen is vrij artikelen in te sturen, mits ze aan een aantal voorwaarden voldoen. Artikelen kunnen gestuurd worden naar: contact[at]deatheist.nl (vervang [at] door @, anti-spam-maatregel).

De afgelopen weken is er de nodige maatschappelijke discussie geweest over de uitzonderingen die gemaakt werden op de coronamaatregelen op grond van artikel 6 van de Grondwet. Die stelt: “Ieder heeft het recht zijn godsdienst of levensovertuiging, individueel of in gemeenschap met anderen, vrij te belijden, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet.” Op dit artikel en de toepassing ervan wordt al jaren de nodige kritiek geleverd, en terecht in mijn ogen. 

Als er iets is wat creationisten niet kunnen accepteren, dan is het wel dat mensen een evolutionaire oorsprong hebben in het dierenrijk. Zij geloven op grond van Genesis dat God mens en dier apart geschapen heeft, elk naar hun eigen aard. Hierdoor kunnen we duidelijk verschillende ‘basistypen’ onderscheiden: groepen dieren die een eigen aard hebben en los van elkaar geschapen zijn. Hoe weten we nu welke dieren tot welk basistype behoren? Om die vraag te onderzoeken, hebben ze hun eigen ‘wetenschapsdiscipline’ opgericht: de ‘baraminologie’ (afgeleid van de Hebreeuwse woorden voor ongeveer ‘geschapen aard’).

Wat de mens betreft, willen ze dus weten wie tot het ‘baramin’ (basistype) mens behoort. Zij zouden allemaal van Adam afstammen en alle andere dieren – uitgestorven of nog levend – niet. Het is volgens de creationisten duidelijk dat alle moderne mensen daartoe behoren, en moderne (mens)apen als chimpansees en gorilla’s niet. Met fossielen wordt het evenwel een stuk lastiger, want er zijn de laatste decennia veel fossielen gevonden met kenmerken van zowel moderne mensen (o.a. groot brein, rechtop lopen, gebruik van werktuigen) als (mens)apen (aanpassingen aan het leven in bomen, niet goed rechtop kunnen lopen, klein brein). Behoren deze fossielen nu tot het baramin van mensen of van apen? In meerdere gevallen komen creationisten daar onderling niet uit. Dit is opmerkelijk, want als God duidelijk gescheiden baramins geschapen heeft, dan zou dat toch niet zo lastig moeten zijn.

Lees verder in de pdf-versie.

Sommige zaken zijn zó bijzonder dat ze wel een goddelijke verklaring behoeven, althans volgens vele gelovigen. Dit kan gaan om wonderen (zoals een bijzondere genezing), om een vermeende openbaring (persoonlijke ervaring, heilig boek) of bijvoorbeeld de vermeende fijne afstemming van het universum. Deze finetuning van natuurconstanten zou zó precies zijn dat God er de beste verklaring voor is. Dit soort theïstische verklaringen hebben echter een algemeen probleem dat in de vorm van een dilemma geformuleerd kan worden. Dit wil ik hier bespreken.[1]

God wordt vaak voorgesteld als een lichaamsloze geest, een zuiver onstoffelijk wezen. Dit is de mainstream opvatting van de drie grote monotheïstische religies (jodendom, christendom en islam).[1] Dit idee is door ontwikkelingen in de neurowetenschappen echter problematisch geworden, want daaruit blijkt dat onze geest (mentale leven) afhankelijk is van een werkend brein.[2] Atheïst Herman Philipse gebruikt dit in zijn boek God in the Age of Science? dan ook als argument dat het bestaan van God als lichaamsloze geest onwaarschijnlijk maakt. [3] Filosoof en theoloog Rik Peels heeft dit argument echter bekritiseerd in een artikel.[4] Is zijn kritiek overtuigend? 

Creationistenorganisatie Logos Instituut is sinds kort een pagina begonnen met “Antwoorden voor (welwillende) sceptici, critici en waarheidszoekers”, waarin ze antwoorden geven op lastige vragen van vooral mensen die hun gedachtegoed bekritiseren. Tot nu toe behandelen ze vrij triviale vragen waar vrij gemakkelijk een antwoord op te geven is. Of deze antwoorden ook overtuigend zijn, laat ik hier verder in het midden.

Hier wil ik me focussen op veel belangrijkere vragen die over veel centralere kwesties in hun gedachtegoed gaan. Veel van deze vragen heb ik al vaak gesteld aan creationisten, maar ik wacht nog steeds op de antwoorden. 

Ik ben dus erg benieuwd naar de antwoorden op deze vragen voor welwillende (jonge-aarde-)creationisten. De antwoorden moeten uiteraard niet zuiver speculatief of ad hoc zijn, maar onderbouwd. 

Met dank aan Willem Jan Blom (student aardwetenschappen en filosofie), Eelco van Kampen (astronoom), Roel Andringa (natuurkundige) en Gerdien de Jong (evolutiebiologe) voor het toevoegen van een aantal vragen uit hun vakgebied. Deze lijst wordt in de toekomst aangevuld. 

[Update: Logos is van plan te reageren op de vragen uit dit artikel. Hier geven ze een inleiding tot en overzicht van hun antwoorden. Reacties op hun antwoorden, onder andere van een deel van de vragenstellers hier, vinden plaats op hun Facebook-pagina. Ik zal de links naar deze discussies tussen vierkante haken achter de vragen hieronder plaatsen.]

[updat 7-9-2020: Ik kom er net achter dat Logos Facebook-posts aan het archiveren is, waardoor onderstaande links naar de discussies met uitgebreide kritiek van mij en anderen niet meer werken. Ze zeggen dit met posts ouder dan twee maanden te doen, maar veel oudere posts zijn nog wel zichtbaar (ze zeggen achter te lopen met archiveren). Over de reden van archiveren blijven ze ook vaag. Ze hebben ook nergens gemeld dat ze zijn gaan archiveren en reacties dus niet meer zichtbaar zijn. Dit is jammer en kwalijk, zeker gezien hun censuurverleden!]

Wie wel eens in het planetarium van Artis een ‘reis door de ruimte’ heeft gemaakt, krijgt al snel de indruk hoe klein en onbeduidend wij mensen zijn in dit immense universum, zeker als we ook de tijd meenemen dat het universum al bestaat (13,8 miljard jaar). Dit staat in schril contrast met het wereldbeeld waarin veel mensen sinds mensenheugenis geloofd hebben en dat ook in bijvoorbeeld de Bijbel te vinden is: een kleine platte aarde met daaroverheen de hemelkoepel waarin de hemellichamen zich bevinden. De goden of God bedelen de aarde en de mens een speciale rol toe, van de schepping tot een eventueel Eind der Tijden. Nergens vinden we iets over de immense afstanden en de complete werelden (sterrenlstelsels) buiten de onze. 

Het is dit contrast dat sinds een paar jaar door een aantal atheïsten is gebruikt als argument tegen het bestaan van God, in het bijzonder de traditionele conceptie daarvan, waarin God almachtig, alwetend en algoed is en de mens een bijzondere plaats toebedeeld heeft. In de (nog relatief beperkte) literatuur is het bekend geworden als het ‘argument from scale’. Filosofen Nicholas Everitt (2004) en Herman Philipse (2012) werken er varianten van uit, net als kosmoloog Sean Carroll (2005). Theïstische filosofen Jeroen de Ridder en Rik Peels nemen in een recent artikel (2019) deze varianten onder de loep en bekritiseren ze, waarna ze concluderen dat het argument van schaal niet overtuigt. Voor zover ik weet, is dit de meest recente en uitvoerige kritiek op het argument. Ik zal hieronder betogen waarom hun kritiek niet sterk is. Eerst zal ik uitleggen waarop het argument gebaseerd is en de variant formuleren die volgens mij het sterkste is.

Op deze site publiceerde ik een uitgebreid artikel waarin ik betoog dat de geest gereduceerd kan worden tot hersenactiviteit: de geest is wat het brein doet. Op Geloof & Wetenschap verscheen daarvan een kortere en toegankelijkere versie als opinieartikel. VU-filosoof Emanuel Rutten reageerde daar weer op. Ik weet niet of Rutten alleen mijn opiniestuk gelezen heeft of ook de uitgebreidere versie op deze website. Dit is mijn repliek op zijn reactie. 

In 2017 zagen twee boeken van theologen over evolutie en schepping het licht. In En de aarde bracht voort probeert Gijsbert van den Brink orthodox-christelijk geloof te rijmen met moderne wetenschap, vooral de evolutiebiologie en deep time (miljarden jaren kosmologische en geologische geschiedenis). Zijn poging is doorwrocht, maar mijns inziens niet geslaagd, zoals ik hier uitgebreid betoogd heb. Mart-Jan Paul neemt in Oorspronkelijk de schepping in zes dagen en de wereldwijde zondvloed als historisch en concludeert daarmee dat orthodox-christelijk geloof niet te verzoenen valt met de moderne wetenschap, die hij dan ook verwerpt (hier en hier ga ik kort in op zijn boek). In 2018 schreef theoloog Willem Ouweneel ook nog een boek over deze kwestie, Adam, waar ben je?, en kwam tot dezelfde conclusie als Paul.

Deze boeken geven aan dat er grofweg twee kampen zijn in deze discussie. Het ene kamp (o.a. Van den Brink) wil de moderne wetenschap als uitgangspunt nemen en zien in hoeverre het (orthodox-)christelijk geloof hiermee te verzoenen valt. Het resultaat is theïstische evolutie (TE). Het andere kamp (o.a. Paul en Ouweneel) neemt het orthodox-christelijk geloof als uitgangspunt en verwerpt alle wetenschap die hiermee strijdig is: vrijwel de gehele evolutiebiologie, geologie en kosmologie. Dit komt neer op (jonge-aarde-)creationisme. Sommige christenen nemen ergens een middenpositie in, zoals oude-aarde-creationisme (het universum is oud, maar er is geen gemeenschappelijke afstamming). 

Zojuist is nog een boek over deze kwestie verschenen onder de redactie van Den Boer (theoloog), René Fransen (bioloog) en Rik Peels (filosoof) met de titel En God zag dat het goed was (Summum, 2019). In deze bundel gaan 25 (hoofdzakelijk) filosofen en theologen in op de “25 cruciale vragen” over christelijk geloof en evolutie. Deze kwestie blijft blijkbaar de (christelijke) gemoederen bezighouden, wat ook blijkt uit de literatuurlijst achterin, met vele Engelstalige boeken over dezelfde kwestie uit de afgelopen jaren. 

De dieprode kleur van een roos, de bittere smaak van een glas bier, het prachtige kleurenspel van een zonsondergang en de tinteling op je arm van een koel briesje op een warme zomerdag. Dergelijke bewuste ervaringen hebben een bepaald subjectief kwalitatief aspect dat moeilijk te omschrijven valt. Filosofen noemen dergelijke kwalitatieve aspecten van ervaringen qualia, waarvan het enkelvoud quale is. 

Sinds de opkomst van de moderne neurowetenschappen weten we dat de hersenen een belangrijke rol vervullen bij dergelijke ervaringen en al ons andere geestelijk leven (denken, herinneren, voelen enz.). Hoe kan de elektrochemische communicatie tussen neuronen (zenuwcellen) ervoor zorgen dat wij ervaringen hebben met een bepaalde kwaliteit, de qualia? Zorgen ze daar wel voor? Onze intuïtie zegt dat dergelijke ervaringen iets fundamenteels anders zijn dan hersenactiviteit. Hersenactiviteit is iets materieels, te beschrijven met chemische en fysische wetmatigheden, zij het zeer complex. De ervaring lijkt echter niet materieel te zijn, maar iets onstoffelijks, zonder massa, ruimte en vorm. Dit lijkt ook te gelden voor andere mentale toestanden: gedachten hebben geen vorm, gevoelens geen gewicht en een herinnering heeft niet een bepaalde (fysieke) vorm. We lijken hier te maken te hebben met twee fenomenen van een fundamenteel andere orde: mentale toestanden en breinactiviteit. 

Lees verder in de pdf-versie.

Voor gelovigen, zeker in de grote monotheïstische tradities, wordt een bepaald boek (of verzameling boeken) gezien als het Woord van God of Heilige Schrift. Voor joden is dat de Tenach[1]of Hebreeuwse Bijbel (bij christenen bekend als het Oude Testament), voor christenen is dat het Oude en Nieuwe Testament (en voor sommige stromingen ook de deuterocanonieke boeken), en voor moslims is dat de Koran. Over wat het precies betekent dat deze boeken het Woord zijn, lopen de meningen nogal uiteen onder gelovigen. In ieder geval menen zij dat God spreekt door deze boeken en de teksten wat zeggen over God. Ze zijn goddelijk geïnspireerd en daarmee niet zuiver mensenwerk, zoals alle andere boeken. Maar hoe weten we of iets het Woord van God is? Hoe zijn deze heilige geschriften eigenlijk ontstaan? Hoe zijn deze boeken overgeleverd en tot ons gekomen? Veel gelovigen kunnen de grondtalen van deze boeken niet lezen en zijn dus afhankelijk van een vertaling, maar hoe weten zij of die vertaling klopt?

Lees verder in de pdf-versie.

In het schrijven over evolutie, vooral in de polulaire media, worden helaas nogal eens de termen 'darwinisme' en 'evolutionisme' gebruikt. Beide worden dan vaak tegenover 'creationisme' geplaatst. Creationisten gebruiken deze termen ook steevast om hun tegenstanders te duiden. Zelfs eminente evolutiebiologen als Richard Dawkins en Jerry Coyne hebben het in hun populaire werk vaak over darwinism, al is dit in de vakbladen zeldzaam. Met beide termen heb ik moeite en ik gebruik ze daarom ook niet. Hieronder zal ik proberen uit te leggen waarom ik vind dat we van deze termen af moeten.

Door de recente discussie over het islamitische Cornelius Haga Lyceum, waar antiwesterse ideeën onderwezen zouden worden, is de discussie over het bijzonder onderwijs ook weer opgelaaid. Christenen vrezen dat door dergelijke excessen hun geliefde christelijk onderwijs ook onder vuur komt, hetgeen ook gebeurt door critici van al het religieus onderwijs. Artikel 23 van de grondwet staat scholen op dit moment toe onderwijs op een religieuze basis te verzorgen, en dat gefinancierd door de overheid. Al lang wordt hiervan gebruikgemaakt door christenen, maar door de groeiende moslimbevolking ook steeds meer door moslims. Is dit idee van onderwijs vanuit een religieuze basis nog van deze tijd, en dan ook nog gefinancierd met belastinggeld? 

Niemand minder dan de Theoloog des vaderlands, Stefan Paas, heeft de moeite genomen te reageren op mijn stuk (een uitgebreidere versie staat hier op deze site). Dat waardeer ik, ook al meen ik dat zijn tegenwerpingen niet erg overtuigend zijn. 

[Een ingekorte versie van dit artikel is net verschenen als opiniestuk op Geloof & Wetenschap.]

Als atheïst word je er door gelovigen nogal eens van beticht een God te verwerpen waarin ook zij niet geloven. Vooral de 'Nieuwe Atheïsten' als Richard Dawkins, Christopher Hitchens en Sam Harris wordt verweten dat ze hun pijlen richten op een kinderlijke godsvoorstelling. Ook al gelooft een zeer grote meerderheid van de gelovigen in zo'n God, dit is niet de échte God. Daarvoor worden we doorverwezen naar theologen en theologische geschoolde godsdienstfilosofen (die ik hier voor mijn punt bij elkaar reken). 

Door de jaren heen heb ik het nodige werk van heel wat van dergelijke denkers gelezen. Daartoe behoren bekende internationale namen als William Lane Craig, Alvin Plantinga, Richard Swinburne, John Polkinghorne, John Haught [1], Alister McGrath en John Hick. Ook Nederlandse theologen ontbreken niet: Gijsbert van de Brink, Taede Smedes, Palmyre Oomen, Mart-Jan Paul, Willem Ouweneel, Karel Deurloo, Willem Drees, Kornelis Miskotte, Stefan Paas, Rik Peels en uiteraard Harry Kuitert. Zelfs de grote Augustinus heb ik twee keer in de kast staan. Recentelijk is daar David Bentley Hart bij gekomen. Zijn boek The Experience of God (2013) zou elke atheïst moeten lezen volgens The Guardian. Hij belooft niets minder dan uit te leggen wie of wat God nu écht is. Blijkbaar kan hij dat in één boek, terwijl theologen daar al letterlijk vele eeuwen over discussiëren, met allerlei fundamenteel verschillende uitkomsten. Over dat probleem wil ik het hier hebben. 

Augustinus was een zeer belangrijk theoloog en filosoof. Deze kerkvader werd geboren in de Noord-Afrikaanse stad Thagaste in 354 en stierf in Hippo Regius (Noord-Afrika) in 430, waardoor hij ook bekend staat als Sint Augustinus van Hippo. In 386 bekeerde hij zich tot het christendom. Hij schreef zeer veel theologische en filosofische werken, waaronder Confessiones (Belijdenissen, geschreven tussen 397 en 398) en De Civitate Dei (De Stad van God, geschreven tussen 413 en 426). Dit laatste werk is een verdediging van zijn opvatting over het ware christelijk geloof tegenover de heidenen en (in zijn ogen) ketterse opvattingen. Het is een fascinerend werk dat bestaat uit 22 boeken over uiteenlopende onderwerpen, waaronder het ontstaan en de vroege geschiedenis van de wereld, zoals die beschreven worden in het Bijbelboek Genesis. 

Wat Augustinus hierover schrijft, is nog steeds van belang voor de discussie over evolutie en creationisme. Hij wordt niet alleen als een van de grootste theologen ooit gezien, maar leefde ver voor de opkomst van de moderne wetenschap en het moderne creationisme. Creationisten lezen Genesis historisch en proberen dat wetenschappelijk te onderbouwen, in weerwil van ongeveer de complete moderne wetenschap. Zo’n historische lezing wordt ook nog wel eens verward met een letterlijke lezing, als ware het een krantenbericht of wetenschapsboek, maar zelfs de meest verstokte creationist leest de Bijbel niet helemaal letterlijk, zonder oog voor de symboliek, literaire nuances en theologische pointes. Hij meent echter wel dat de Bijbel verhaalt over gebeurtenissen die echt hebben plaatsgevonden in een ver verleden, zoals de schepping in zes dagen enkele duizenden jaren geleden, Adam en Eva als de eerste mensen en voorouders van de mensheid, de wereldwijde zondvloed en de spraakverwarring te Babel. Dit is wat bedoeld wordt met een historische lezing, die goed kan bestaan naast een allegorische lezing. Dit is ook wat Augustinus deed, zoals heel duidelijk blijkt uit wat hij schrijft in De stad van God

Wat zou jou van je eigen ongelijk overtuigen? Dat is een vraag die ik al eindeloos vaak aan creationisten heb gesteld, maar waarop ik nog nooit een redelijk antwoord heb gekregen. Het is ook duidelijk waarom ze daar geen antwoord op kunnen geven: zij zijn ervan overtuigd dat hun opvatting een door God himself gegeven Waarheid (met hoofdletter!) is. Deze historische Waarheid van Genesis, die neerkomt op een schepping in zes dagen een paar duizend jaar geleden en een wereldwijde vloed die alleen Noach en de zijnen met hun ark overleefden, heeft God zelf zo geopenbaard en is daarmee onfeilbaar. Hierdoor zullen ze nooit kunnen accepteren dat de aarde en het universum miljarden jaren oud zijn en mensen en andere dieren gemeenschappelijke voorouders delen, welke wetenschappelijke evidentie (bewijs) ook wordt aangedragen

 

Wie zijn er online?

We hebben 141 gasten en geen leden online

Geef je mening

Welke positie over het bestaan van god(en) onderschrijft u?

Bekende atheïsten

Denis DiderotDenis Diderot, 18e eeuwse schrijver, filosoof en encyclopedist.

Citaat

The fact that a believer is happier than a sceptic is no more to the point than the fact that a drunken man is happier than a sober one

~ George Bernard Shaw

Artikelen

Op deze pagina staat een aantal atheïstische en skeptische artikelen. Iedereen is vrij artikelen in te sturen, mits ze aan een aantal voorwaarden voldoen. Artikelen kunnen gestuurd worden naar: contact[at]deatheist.nl (vervang [at] door @, anti-spam-maatregel).

De afgelopen weken is er de nodige maatschappelijke discussie geweest over de uitzonderingen die gemaakt werden op de coronamaatregelen op grond van artikel 6 van de Grondwet. Die stelt: “Ieder heeft het recht zijn godsdienst of levensovertuiging, individueel of in gemeenschap met anderen, vrij te belijden, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet.” Op dit artikel en de toepassing ervan wordt al jaren de nodige kritiek geleverd, en terecht in mijn ogen. 

Als er iets is wat creationisten niet kunnen accepteren, dan is het wel dat mensen een evolutionaire oorsprong hebben in het dierenrijk. Zij geloven op grond van Genesis dat God mens en dier apart geschapen heeft, elk naar hun eigen aard. Hierdoor kunnen we duidelijk verschillende ‘basistypen’ onderscheiden: groepen dieren die een eigen aard hebben en los van elkaar geschapen zijn. Hoe weten we nu welke dieren tot welk basistype behoren? Om die vraag te onderzoeken, hebben ze hun eigen ‘wetenschapsdiscipline’ opgericht: de ‘baraminologie’ (afgeleid van de Hebreeuwse woorden voor ongeveer ‘geschapen aard’).

Wat de mens betreft, willen ze dus weten wie tot het ‘baramin’ (basistype) mens behoort. Zij zouden allemaal van Adam afstammen en alle andere dieren – uitgestorven of nog levend – niet. Het is volgens de creationisten duidelijk dat alle moderne mensen daartoe behoren, en moderne (mens)apen als chimpansees en gorilla’s niet. Met fossielen wordt het evenwel een stuk lastiger, want er zijn de laatste decennia veel fossielen gevonden met kenmerken van zowel moderne mensen (o.a. groot brein, rechtop lopen, gebruik van werktuigen) als (mens)apen (aanpassingen aan het leven in bomen, niet goed rechtop kunnen lopen, klein brein). Behoren deze fossielen nu tot het baramin van mensen of van apen? In meerdere gevallen komen creationisten daar onderling niet uit. Dit is opmerkelijk, want als God duidelijk gescheiden baramins geschapen heeft, dan zou dat toch niet zo lastig moeten zijn.

Lees verder in de pdf-versie.

Sommige zaken zijn zó bijzonder dat ze wel een goddelijke verklaring behoeven, althans volgens vele gelovigen. Dit kan gaan om wonderen (zoals een bijzondere genezing), om een vermeende openbaring (persoonlijke ervaring, heilig boek) of bijvoorbeeld de vermeende fijne afstemming van het universum. Deze finetuning van natuurconstanten zou zó precies zijn dat God er de beste verklaring voor is. Dit soort theïstische verklaringen hebben echter een algemeen probleem dat in de vorm van een dilemma geformuleerd kan worden. Dit wil ik hier bespreken.[1]

God wordt vaak voorgesteld als een lichaamsloze geest, een zuiver onstoffelijk wezen. Dit is de mainstream opvatting van de drie grote monotheïstische religies (jodendom, christendom en islam).[1] Dit idee is door ontwikkelingen in de neurowetenschappen echter problematisch geworden, want daaruit blijkt dat onze geest (mentale leven) afhankelijk is van een werkend brein.[2] Atheïst Herman Philipse gebruikt dit in zijn boek God in the Age of Science? dan ook als argument dat het bestaan van God als lichaamsloze geest onwaarschijnlijk maakt. [3] Filosoof en theoloog Rik Peels heeft dit argument echter bekritiseerd in een artikel.[4] Is zijn kritiek overtuigend? 

Creationistenorganisatie Logos Instituut is sinds kort een pagina begonnen met “Antwoorden voor (welwillende) sceptici, critici en waarheidszoekers”, waarin ze antwoorden geven op lastige vragen van vooral mensen die hun gedachtegoed bekritiseren. Tot nu toe behandelen ze vrij triviale vragen waar vrij gemakkelijk een antwoord op te geven is. Of deze antwoorden ook overtuigend zijn, laat ik hier verder in het midden.

Hier wil ik me focussen op veel belangrijkere vragen die over veel centralere kwesties in hun gedachtegoed gaan. Veel van deze vragen heb ik al vaak gesteld aan creationisten, maar ik wacht nog steeds op de antwoorden. 

Ik ben dus erg benieuwd naar de antwoorden op deze vragen voor welwillende (jonge-aarde-)creationisten. De antwoorden moeten uiteraard niet zuiver speculatief of ad hoc zijn, maar onderbouwd. 

Met dank aan Willem Jan Blom (student aardwetenschappen en filosofie), Eelco van Kampen (astronoom), Roel Andringa (natuurkundige) en Gerdien de Jong (evolutiebiologe) voor het toevoegen van een aantal vragen uit hun vakgebied. Deze lijst wordt in de toekomst aangevuld. 

[Update: Logos is van plan te reageren op de vragen uit dit artikel. Hier geven ze een inleiding tot en overzicht van hun antwoorden. Reacties op hun antwoorden, onder andere van een deel van de vragenstellers hier, vinden plaats op hun Facebook-pagina. Ik zal de links naar deze discussies tussen vierkante haken achter de vragen hieronder plaatsen.]

[updat 7-9-2020: Ik kom er net achter dat Logos Facebook-posts aan het archiveren is, waardoor onderstaande links naar de discussies met uitgebreide kritiek van mij en anderen niet meer werken. Ze zeggen dit met posts ouder dan twee maanden te doen, maar veel oudere posts zijn nog wel zichtbaar (ze zeggen achter te lopen met archiveren). Over de reden van archiveren blijven ze ook vaag. Ze hebben ook nergens gemeld dat ze zijn gaan archiveren en reacties dus niet meer zichtbaar zijn. Dit is jammer en kwalijk, zeker gezien hun censuurverleden!]

Wie wel eens in het planetarium van Artis een ‘reis door de ruimte’ heeft gemaakt, krijgt al snel de indruk hoe klein en onbeduidend wij mensen zijn in dit immense universum, zeker als we ook de tijd meenemen dat het universum al bestaat (13,8 miljard jaar). Dit staat in schril contrast met het wereldbeeld waarin veel mensen sinds mensenheugenis geloofd hebben en dat ook in bijvoorbeeld de Bijbel te vinden is: een kleine platte aarde met daaroverheen de hemelkoepel waarin de hemellichamen zich bevinden. De goden of God bedelen de aarde en de mens een speciale rol toe, van de schepping tot een eventueel Eind der Tijden. Nergens vinden we iets over de immense afstanden en de complete werelden (sterrenlstelsels) buiten de onze. 

Het is dit contrast dat sinds een paar jaar door een aantal atheïsten is gebruikt als argument tegen het bestaan van God, in het bijzonder de traditionele conceptie daarvan, waarin God almachtig, alwetend en algoed is en de mens een bijzondere plaats toebedeeld heeft. In de (nog relatief beperkte) literatuur is het bekend geworden als het ‘argument from scale’. Filosofen Nicholas Everitt (2004) en Herman Philipse (2012) werken er varianten van uit, net als kosmoloog Sean Carroll (2005). Theïstische filosofen Jeroen de Ridder en Rik Peels nemen in een recent artikel (2019) deze varianten onder de loep en bekritiseren ze, waarna ze concluderen dat het argument van schaal niet overtuigt. Voor zover ik weet, is dit de meest recente en uitvoerige kritiek op het argument. Ik zal hieronder betogen waarom hun kritiek niet sterk is. Eerst zal ik uitleggen waarop het argument gebaseerd is en de variant formuleren die volgens mij het sterkste is.

Op deze site publiceerde ik een uitgebreid artikel waarin ik betoog dat de geest gereduceerd kan worden tot hersenactiviteit: de geest is wat het brein doet. Op Geloof & Wetenschap verscheen daarvan een kortere en toegankelijkere versie als opinieartikel. VU-filosoof Emanuel Rutten reageerde daar weer op. Ik weet niet of Rutten alleen mijn opiniestuk gelezen heeft of ook de uitgebreidere versie op deze website. Dit is mijn repliek op zijn reactie. 

In 2017 zagen twee boeken van theologen over evolutie en schepping het licht. In En de aarde bracht voort probeert Gijsbert van den Brink orthodox-christelijk geloof te rijmen met moderne wetenschap, vooral de evolutiebiologie en deep time (miljarden jaren kosmologische en geologische geschiedenis). Zijn poging is doorwrocht, maar mijns inziens niet geslaagd, zoals ik hier uitgebreid betoogd heb. Mart-Jan Paul neemt in Oorspronkelijk de schepping in zes dagen en de wereldwijde zondvloed als historisch en concludeert daarmee dat orthodox-christelijk geloof niet te verzoenen valt met de moderne wetenschap, die hij dan ook verwerpt (hier en hier ga ik kort in op zijn boek). In 2018 schreef theoloog Willem Ouweneel ook nog een boek over deze kwestie, Adam, waar ben je?, en kwam tot dezelfde conclusie als Paul.

Deze boeken geven aan dat er grofweg twee kampen zijn in deze discussie. Het ene kamp (o.a. Van den Brink) wil de moderne wetenschap als uitgangspunt nemen en zien in hoeverre het (orthodox-)christelijk geloof hiermee te verzoenen valt. Het resultaat is theïstische evolutie (TE). Het andere kamp (o.a. Paul en Ouweneel) neemt het orthodox-christelijk geloof als uitgangspunt en verwerpt alle wetenschap die hiermee strijdig is: vrijwel de gehele evolutiebiologie, geologie en kosmologie. Dit komt neer op (jonge-aarde-)creationisme. Sommige christenen nemen ergens een middenpositie in, zoals oude-aarde-creationisme (het universum is oud, maar er is geen gemeenschappelijke afstamming). 

Zojuist is nog een boek over deze kwestie verschenen onder de redactie van Den Boer (theoloog), René Fransen (bioloog) en Rik Peels (filosoof) met de titel En God zag dat het goed was (Summum, 2019). In deze bundel gaan 25 (hoofdzakelijk) filosofen en theologen in op de “25 cruciale vragen” over christelijk geloof en evolutie. Deze kwestie blijft blijkbaar de (christelijke) gemoederen bezighouden, wat ook blijkt uit de literatuurlijst achterin, met vele Engelstalige boeken over dezelfde kwestie uit de afgelopen jaren. 

De dieprode kleur van een roos, de bittere smaak van een glas bier, het prachtige kleurenspel van een zonsondergang en de tinteling op je arm van een koel briesje op een warme zomerdag. Dergelijke bewuste ervaringen hebben een bepaald subjectief kwalitatief aspect dat moeilijk te omschrijven valt. Filosofen noemen dergelijke kwalitatieve aspecten van ervaringen qualia, waarvan het enkelvoud quale is. 

Sinds de opkomst van de moderne neurowetenschappen weten we dat de hersenen een belangrijke rol vervullen bij dergelijke ervaringen en al ons andere geestelijk leven (denken, herinneren, voelen enz.). Hoe kan de elektrochemische communicatie tussen neuronen (zenuwcellen) ervoor zorgen dat wij ervaringen hebben met een bepaalde kwaliteit, de qualia? Zorgen ze daar wel voor? Onze intuïtie zegt dat dergelijke ervaringen iets fundamenteels anders zijn dan hersenactiviteit. Hersenactiviteit is iets materieels, te beschrijven met chemische en fysische wetmatigheden, zij het zeer complex. De ervaring lijkt echter niet materieel te zijn, maar iets onstoffelijks, zonder massa, ruimte en vorm. Dit lijkt ook te gelden voor andere mentale toestanden: gedachten hebben geen vorm, gevoelens geen gewicht en een herinnering heeft niet een bepaalde (fysieke) vorm. We lijken hier te maken te hebben met twee fenomenen van een fundamenteel andere orde: mentale toestanden en breinactiviteit. 

Lees verder in de pdf-versie.

Voor gelovigen, zeker in de grote monotheïstische tradities, wordt een bepaald boek (of verzameling boeken) gezien als het Woord van God of Heilige Schrift. Voor joden is dat de Tenach[1]of Hebreeuwse Bijbel (bij christenen bekend als het Oude Testament), voor christenen is dat het Oude en Nieuwe Testament (en voor sommige stromingen ook de deuterocanonieke boeken), en voor moslims is dat de Koran. Over wat het precies betekent dat deze boeken het Woord zijn, lopen de meningen nogal uiteen onder gelovigen. In ieder geval menen zij dat God spreekt door deze boeken en de teksten wat zeggen over God. Ze zijn goddelijk geïnspireerd en daarmee niet zuiver mensenwerk, zoals alle andere boeken. Maar hoe weten we of iets het Woord van God is? Hoe zijn deze heilige geschriften eigenlijk ontstaan? Hoe zijn deze boeken overgeleverd en tot ons gekomen? Veel gelovigen kunnen de grondtalen van deze boeken niet lezen en zijn dus afhankelijk van een vertaling, maar hoe weten zij of die vertaling klopt?

Lees verder in de pdf-versie.

In het schrijven over evolutie, vooral in de polulaire media, worden helaas nogal eens de termen 'darwinisme' en 'evolutionisme' gebruikt. Beide worden dan vaak tegenover 'creationisme' geplaatst. Creationisten gebruiken deze termen ook steevast om hun tegenstanders te duiden. Zelfs eminente evolutiebiologen als Richard Dawkins en Jerry Coyne hebben het in hun populaire werk vaak over darwinism, al is dit in de vakbladen zeldzaam. Met beide termen heb ik moeite en ik gebruik ze daarom ook niet. Hieronder zal ik proberen uit te leggen waarom ik vind dat we van deze termen af moeten.

Door de recente discussie over het islamitische Cornelius Haga Lyceum, waar antiwesterse ideeën onderwezen zouden worden, is de discussie over het bijzonder onderwijs ook weer opgelaaid. Christenen vrezen dat door dergelijke excessen hun geliefde christelijk onderwijs ook onder vuur komt, hetgeen ook gebeurt door critici van al het religieus onderwijs. Artikel 23 van de grondwet staat scholen op dit moment toe onderwijs op een religieuze basis te verzorgen, en dat gefinancierd door de overheid. Al lang wordt hiervan gebruikgemaakt door christenen, maar door de groeiende moslimbevolking ook steeds meer door moslims. Is dit idee van onderwijs vanuit een religieuze basis nog van deze tijd, en dan ook nog gefinancierd met belastinggeld? 

Niemand minder dan de Theoloog des vaderlands, Stefan Paas, heeft de moeite genomen te reageren op mijn stuk (een uitgebreidere versie staat hier op deze site). Dat waardeer ik, ook al meen ik dat zijn tegenwerpingen niet erg overtuigend zijn. 

[Een ingekorte versie van dit artikel is net verschenen als opiniestuk op Geloof & Wetenschap.]

Als atheïst word je er door gelovigen nogal eens van beticht een God te verwerpen waarin ook zij niet geloven. Vooral de 'Nieuwe Atheïsten' als Richard Dawkins, Christopher Hitchens en Sam Harris wordt verweten dat ze hun pijlen richten op een kinderlijke godsvoorstelling. Ook al gelooft een zeer grote meerderheid van de gelovigen in zo'n God, dit is niet de échte God. Daarvoor worden we doorverwezen naar theologen en theologische geschoolde godsdienstfilosofen (die ik hier voor mijn punt bij elkaar reken). 

Door de jaren heen heb ik het nodige werk van heel wat van dergelijke denkers gelezen. Daartoe behoren bekende internationale namen als William Lane Craig, Alvin Plantinga, Richard Swinburne, John Polkinghorne, John Haught [1], Alister McGrath en John Hick. Ook Nederlandse theologen ontbreken niet: Gijsbert van de Brink, Taede Smedes, Palmyre Oomen, Mart-Jan Paul, Willem Ouweneel, Karel Deurloo, Willem Drees, Kornelis Miskotte, Stefan Paas, Rik Peels en uiteraard Harry Kuitert. Zelfs de grote Augustinus heb ik twee keer in de kast staan. Recentelijk is daar David Bentley Hart bij gekomen. Zijn boek The Experience of God (2013) zou elke atheïst moeten lezen volgens The Guardian. Hij belooft niets minder dan uit te leggen wie of wat God nu écht is. Blijkbaar kan hij dat in één boek, terwijl theologen daar al letterlijk vele eeuwen over discussiëren, met allerlei fundamenteel verschillende uitkomsten. Over dat probleem wil ik het hier hebben. 

Augustinus was een zeer belangrijk theoloog en filosoof. Deze kerkvader werd geboren in de Noord-Afrikaanse stad Thagaste in 354 en stierf in Hippo Regius (Noord-Afrika) in 430, waardoor hij ook bekend staat als Sint Augustinus van Hippo. In 386 bekeerde hij zich tot het christendom. Hij schreef zeer veel theologische en filosofische werken, waaronder Confessiones (Belijdenissen, geschreven tussen 397 en 398) en De Civitate Dei (De Stad van God, geschreven tussen 413 en 426). Dit laatste werk is een verdediging van zijn opvatting over het ware christelijk geloof tegenover de heidenen en (in zijn ogen) ketterse opvattingen. Het is een fascinerend werk dat bestaat uit 22 boeken over uiteenlopende onderwerpen, waaronder het ontstaan en de vroege geschiedenis van de wereld, zoals die beschreven worden in het Bijbelboek Genesis. 

Wat Augustinus hierover schrijft, is nog steeds van belang voor de discussie over evolutie en creationisme. Hij wordt niet alleen als een van de grootste theologen ooit gezien, maar leefde ver voor de opkomst van de moderne wetenschap en het moderne creationisme. Creationisten lezen Genesis historisch en proberen dat wetenschappelijk te onderbouwen, in weerwil van ongeveer de complete moderne wetenschap. Zo’n historische lezing wordt ook nog wel eens verward met een letterlijke lezing, als ware het een krantenbericht of wetenschapsboek, maar zelfs de meest verstokte creationist leest de Bijbel niet helemaal letterlijk, zonder oog voor de symboliek, literaire nuances en theologische pointes. Hij meent echter wel dat de Bijbel verhaalt over gebeurtenissen die echt hebben plaatsgevonden in een ver verleden, zoals de schepping in zes dagen enkele duizenden jaren geleden, Adam en Eva als de eerste mensen en voorouders van de mensheid, de wereldwijde zondvloed en de spraakverwarring te Babel. Dit is wat bedoeld wordt met een historische lezing, die goed kan bestaan naast een allegorische lezing. Dit is ook wat Augustinus deed, zoals heel duidelijk blijkt uit wat hij schrijft in De stad van God

Wat zou jou van je eigen ongelijk overtuigen? Dat is een vraag die ik al eindeloos vaak aan creationisten heb gesteld, maar waarop ik nog nooit een redelijk antwoord heb gekregen. Het is ook duidelijk waarom ze daar geen antwoord op kunnen geven: zij zijn ervan overtuigd dat hun opvatting een door God himself gegeven Waarheid (met hoofdletter!) is. Deze historische Waarheid van Genesis, die neerkomt op een schepping in zes dagen een paar duizend jaar geleden en een wereldwijde vloed die alleen Noach en de zijnen met hun ark overleefden, heeft God zelf zo geopenbaard en is daarmee onfeilbaar. Hierdoor zullen ze nooit kunnen accepteren dat de aarde en het universum miljarden jaren oud zijn en mensen en andere dieren gemeenschappelijke voorouders delen, welke wetenschappelijke evidentie (bewijs) ook wordt aangedragen

Wie zijn er online?

We hebben 141 gasten en geen leden online

Geef je mening

Welke positie over het bestaan van god(en) onderschrijft u?

Bekende atheïsten

Denis DiderotDenis Diderot, 18e eeuwse schrijver, filosoof en encyclopedist.

Citaat

The fact that a believer is happier than a sceptic is no more to the point than the fact that a drunken man is happier than a sober one

~ George Bernard Shaw