We leven in een tijd waarin informatie toegankelijker is dan ooit. Via het internet kan iedereen bij informatie die voorheen niet of lastig te bereiken was, en ook nog eens razendsnel. Desalniettemin lijkt ook de waarheid meer onder vuur te liggen dan ooit: nepnieuws,  alternatieve feiten, factchecken, allerhande complotten, wantrouwen jegens de overheid en de traditionele media. Voor elk feit lijkt een tegengesteld feit te bestaan, voor elk argument een tegenargument. Hierdoor leiden zelfs ogenschijnlijk simpele zaken als het aantal bezoekers bij Trumps inauguratie tot felle discussies. De toegankelijkheid van informatie leidt paradoxaal genoeg tot een informatiecrisis: hoe weten we nog wat waar is?


Een oude filosofische vraag
De vraag naar wat waarheid is en hoe we haar kunnen kennen, is al zo oud als de filosofie. Er zijn verschillende opvattingen over geformuleerd, van onbetwijfelbare Waarheden tot een dusdanig radicaal scepticisme dat werkelijk alles in twijfel wordt getrokken, zelfs het eigen bestaan of het bestaan van de buitenwereld (solipsisme). Volgens postmoderne filosofen is waarheidsvinding najagen van de wind. Volgens hen is waarheid niet veel meer dan een sociaal construct: iets is waar zolang we erin geloven, en vooral als machtige mensen dat doen. Een verwant idee is dat waarheid relatief is: iedereen heeft zijn eigen waarheid. De prevalerende waarheid is volgens deze lieden slechts een gedeeld geloof, of de overtuiging van de machtigsten.

Wat ooit zeker was, staat nu op losse schroeven. Wetenschappers zijn het regelmatig met elkaar oneens. Is wetenschap niet ook maar een mening? Moeten we onze waarheidspretenties niet gewoon opgeven?

Deze filosofische discussie lijkt uit te gaan van een vals dilemma: waarheid is óf absolute zekerheid, óf volledig relatief, louter een mening. Er is evenwel een genuanceerdere middenweg: waarheid is de mate van overeenstemming tussen een beeld of idee en de werkelijkheid. Die overeenstemming kan er in meer of mindere mate zijn. Zo is het idee dat de aarde rond is, meer in overeenstemming met de werkelijkheid dan het idee van een platte aarde, maar nog steeds niet geheel juist: de aarde komt in werkelijkheid nog het meest overeen met een sferoïde. Het idee van een ronde aarde is dus onjuist, maar niet in dezelfde mate als dat van een platte aarde.

Ook kan onze zekerheid over bepaalde kennis groter of kleiner zijn. Hoe zeker bepaalde kennis is, hangt bijvoorbeeld af van hoe betrouwbaar de gebruikte kenbronnen zijn. Meerdere, onafhankelijke ooggetuigenverslagen zijn beter dan één ooggetuige, en videobeelden zijn nóg beter. Wetenschap wordt over het algemeen gezien als een betrouwbare kenbron, maar binnen de wetenschap bestaan verschillende maten van zekerheid. Complexe fenomenen als menselijke interactie (sociologie) en het menselijk lichaam (geneeskunde, voedingsleer) laten zich minder makkelijk vatten in zekerheden dan veel natuurkundige fenomenen. Bij wetenschappelijke uitspraken moeten we ons dan ook afvragen hoe betrouwbaar en valide de gebruikte methodes zijn, in hoeverre de uitspraak consistent is met andere betrouwbare kennis (consilience) en in hoeverre er consensus is onder de experts. Op grond hiervan is lang niet elke wetenschappelijke uitspraak even zeker.


Waarheid als waarschijnlijkheid

De waarheidsvraag moeten we dan ook veeleer zien als een waarschijnlijkheidsvraag: hoe waarschijnlijk is het dat deze uitspraak juist is, dat wil zeggen: in grote mate overeenstemt met de werkelijkheid? We moeten waarheid dan opvatten als dat wat gezien onze beste kennis erg waarschijnlijk is. Het mooie van waarheid als waarschijnlijkheid is dat het in gradaties komt: een idee kan meer of minder overeenstemmen met de werkelijkheid, en daar kunnen we in meer of mindere mate zeker over zijn. Tussen onbetwijfelbare Waarheid (met hoofdletter!) en een volledig relativisme (er bestaan slechts meningen) zit dus een heel scala aan waarschijnlijkheden. Onze rechtspraak werkt ook zo: iemand is schuldig als dat met een zeer hoge waarschijnlijkheid (beyond reasonable doubt) kan worden bewezen. In de wetenschap is dit niet anders. Ook al is 100% zekerheid nooit mogelijk, een zeer hoge waarschijnlijkheid zal een redelijk mens moeten overtuigen.

De filosoof David Hume schreef terecht: “A wise man proportions his belief to the evidence”. De mate waarin we iets geloven, moet dus afhangen van hoe sterk het bewijs (evidentie) ervoor is. Een vergelijkbaar maxime (aan verschillende bronnen toegeschreven) is: “extraordinary claims require extraordinary evidence”. Voor zaken die, gezien onze beste kennis, erg onwaarschijnlijk zijn, mogen we zeer sterk bewijs verwachten. Beide maximes houden de optie tot herzieningen open: je moet je opvattingen herzien als nieuwe bewijs daartoe dwingt. Een open mind is dus belangrijk, maar die moet ook kritisch zijn, want niet elk (nieuw) bewijs is even geloofwaardig. Een veelgehoord derde maxime luidt dan ook: “Keep an open mind – but not so open that your brain falls out" (ook aan verschillende bronnen toegeschreven).


Het belang van waarheid
Waarom zouden we ons zo druk maken om de waarheidsvraag? Kunnen we niet gewoon iedereen zijn eigen waarheid gunnen, of ons tenminste niet zo druk maken om mensen die ‘alternatieve waarheden’ aanhangen en verkondigen? Nee, en wel omdat wat mensen voor waar houden, (mede)bepalend is voor hun handelen, en dat kan heel reële en grote consequenties hebben. Dit geldt des te meer als het om overtuigingen van invloedrijke personen of regeringen gaat, en het beleid dat daaruit voortvloeit. Een duidelijk voorbeeld hiervan is de klimaatverandering en de menselijke rol daarin. Hierover is grote consensus onder klimaatwetenschappers, en zij roepen dan ook terecht op de nodige maatregelen te nemen. Toch zijn er veel mensen, waaronder de machtigste man ter wereld (Donald Trump), die deze waarheid ontkennen of bagatelliseren. Dit heeft gevolgen voor het beleid op dit gebied, met hoogstwaarschijnlijk desastreuze gevolgen. Een ander voorbeeld is het in twijfel trekken van de effectiviteit en veiligheid van vaccins. Dit leidt tot een daling van de vaccinatiegraad, wat veel (en soms dodelijk) leed tot gevolg heeft.

Georg Orwell schetst in zijn beroemde roman 1984 een doemscenario van een wereld waarin waarheid geen rol meer speelt. War is Peace, Freedom is Slavery, Ignorance is Strength. De machthebbers bepalen wat ‘waar’ is, daar is zelfs een ministerie voor (Ministry of Truth). De burgers zijn geheel onderworpen aan de door de machthebbers geconstrueerde ‘waarheid’, wat zelfs doordringt in het taalgebruik (Newspeak). Noord-Korea is helaas een reëel orwelliaans voorbeeld. Wie geen belang hecht aan en respect heeft voor de waarheid, geeft haar in handen van degenen die ermee aan de haal gaan, met alle gevolgen van dien. Dictators varen hier wel bij, want zonder waarheid is er ook geen leugen. Zonder een objectieve waarheid valt hier weinig tegen in te brengen. Het is dus belangrijk om ideeën tegen het licht van de werkelijkheid te houden om te zien of ze ermee overeenstemmen, ongeacht wat de uitkomst daarvan is.

Waarheid beschouwen als een sociaal construct is ook zelfondermijnend: waarom zouden we deze waarheidsopvatting zélf serieus nemen als het slechts een sociaal construct is? Ook zijn de aanhangers van deze opvatting in de praktijk een stuk realistischer. Wie gelooft daadwerkelijk dat de kennis waarmee we computers wereldwijd laten communiceren en wolkenkrabbers bouwen geen verbinding heeft met de werkelijkheid? Hoe verklaren constructivisten dat al deze toegepaste kennis zo goed werkt? Gebruiken relativisten net zo goed telepathie als een mobiele telefoon als ze willen communiceren met de andere kant van de wereld? Het constructivisme en relativisme zijn dus niet alleen gevaarlijk, maar ook intellectueel en praktisch ongeloofwaardig.


Betrouwbaarheidsproblemen
De huidige waarheidscrisis lijkt evenwel niet zozeer een diepgravend filosofisch probleem, maar veeleer een betrouwbaarheidsprobleem: wat is nog een betrouwbare bron voor waarheid? Juist op dit punt vormt het internet zowel een mogelijkheid als een probleem. Aan informatie is geen gebrek, maar aan betrouwbare informatie wel. Hoe kun je – zeker als leek – het kaf van het koren scheiden? Het is verleidelijk om die informatie is geloven die overeenstemt met je vooroordeel, en minder welgevallige informatie te negeren, of zelfs niet eens op te zoeken. De uitwerking van dit betrouwbaarheidsprobleem is even problematisch als dat van het waarheidsrelativisme: het leidt tot niet of verkeerd handelen, wat reële en mogelijk grote consequenties heeft. 

Waarop moet je je verlaten bij een onderwerp waarover veel tegenstrijdige informatie te vinden is? De voorbeelden hiervan zijn helaas legio. Wie moeten we geloven over wat gezonde voeding is? Verandert het klimaat daadwerkelijk razendsnel en zorgen wij daarvoor? Hoe groot is het probleem met de islam? Heeft het huidige terrorisme wel of niets met de islam te maken? Zijn vaccins effectief en veilig? Is 9-11 een inside job? Wie zich niet zeer grondig zelf in de materie verdiept heeft – en dat is vrijwel iedereen bij de meeste onderwerpen – zal de beschikbare informatie dus kritisch en effectief moeten filteren. Gelukkig zijn hier enkele criteria en handvatten voor. Deze bieden geen 100% garantie (die is er nooit), maar kunnen, zeker als ze gecombineerd worden, een betrouwbare indruk geven van de stand van zaken.


Criteria en handvatten
Het eerste criterium is de betrouwbaarheid van de bron. Is er een bron? Wie of wat is die bron? Waarop baseert deze bron zich? Heeft de bron de relevante expertise? Heeft deze bron bepaalde belangen die de betrouwbaarheid kunnen beïnvloeden? Is deze bron ideologisch (religieus, politiek of economisch) gedreven of neutraal? Heeft deze bron een goede track record (prestatieverleden) als het om betrouwbaarheid gaat? Kan de bron afgerekend worden op onjuistheid? Traditionele media kunnen dit wel, internetbronnen vaak niet. Zijn er verschillende, onafhankelijke bronnen die op hetzelfde uitkomen? Is de nieuwe informatie consistent met andere betrouwbare kennis, of daar juist mee in strijd? Dit zijn allemaal belangrijke vragen die bepalen hoe geloofwaardig een bron is. Vervolgens zoek je actief de tegenstrijdige informatie op en laat je dezelfde kritische vragen daarop los. Als deze informatie net zo sterk (of zwak) is, moeten we ons (voorlopig) onthouden van een oordeel. Daar is niets mis mee in het geval van beperkte of daadwerkelijk tegenstrijdige informatie.

Zeker bij complexe zaken is er een goed tweede criterium: consensus onder de experts. Dat zijn mensen die er over het algemeen jaren voor gestudeerd hebben en er dagelijks mee werken. Ook gebruiken ze over het algemeen beproefde methoden om aan hun kennis te komen. Hierdoor is de kans groot dat ze betrouwbare informatie leveren, als ze dit tenminste zonder belangenverstrengeling doen. Vooral als de consensus onder experts (zeer) hoog is (>90%), mogen we als leek hun oordeel overnemen. Dit is het geval bij klimaatwetenschappers over klimaatverandering, onder biologen over de juistheid van de evolutietheorie, onder historici over het plaatsvinden van de holocaust en onder artsen, virologen en epidemiologen over de veiligheid en effectiviteit van vaccins. Dit neemt niet weg dat er altijd ook experts zullen zijn die afwijken van de consensus. De redenen hiervoor zijn vaak ideologisch of hebben te maken met de afwezigheid van specifieke expertise (onvoldoende kennis over dit onderwerp). De leek moet zich afvragen waarom de overgrote meerderheid van de experts de mening van de dissidenten niet deelt, er niet door overtuigd wordt. De meest aannemelijke verklaring is dat de dissidenten domweg verkeerd zitten.

Belangrijk bij het raadplagen van experts is niet alleen of er onderlinge consensus is, maar ook of hun methoden betrouwbaar en valide zijn: kunnen ze hun claims toetsen met eensgezinde uitkomsten? Ook is het belangrijk dat hun kennis niet strijdig is met andere goed bevestigde kennis. Zo is er grote consensus onder theologen dat God bestaat, maar ze hebben geen goede methoden om hun claims over God te toetsen. Het is dan ook niet verwonderlijk dat hun claims over wie of wat God is, wat Hij kan en doet sterk uiteenlopen. Hier kunnen ze ook nooit uit komen door een gebrek aan een goede methode. Onder astrologen is er een grote consensus dat de hemellichamen invloed hebben op ons aardse bestaan, maar hun claims zijn vaak getoetst en vaag of onjuist gebleken. Ook zijn hun claims strijdig met goed bevestigde kennis uit de psychologie, natuurkunde en astronomie. Daarnaast hanteren ze vaak onderling verschillende en soms tegenstrijdige methoden. We hebben dus goede redenen om weinig waarde te hechten aan de consensus onder theologen en astrologen – voor zover die er al is.


Biases en drogredenen
Tot slot is het belangrijk je bewust te zijn van cognitieve biases (denkfouten): onterechte neigingen in ons denken die ons gemakkelijk op het verkeerde been zetten. Iedereen heeft deze biases, maar wie zich ervan bewust is, kan er rekening mee houden. Ik noem er slechts enkele. Conformation bias: bevestigende informatie accepteren we sneller dan strijdige informatie, ongeacht de juistheid ervan. Hiermee hangt cognitieve dissonantie samen: onwelgevallige informatie vinden we onprettig en willen we vaak ontkennen of bagatelliseren, ook als dat onterecht is. Het halo-effect: de aanwezigheid van bepaalde irrelevante kwaliteiten (goed uiterlijk, expertise op andere gebieden, beroemd zijn, enz.) geven vaak onterecht een gevoel van betrouwbaarheid. Groepsdenken: we zijn gevoelig voor wat anderen ergens van vinden, veelal onbewust. Framing: de manier waarop een idee gepresenteerd wordt, beïnvloedt onterecht de geloofwaardigheid ervan. Wijsheid achteraf: achteraf lijkt een bepaalde uitkomst vaak logisch of onontkoombaar, terwijl het dat van tevoren niet was. Slechte kansinschatting: mensen zijn van nature en intuïtief erg slecht in statistiek, en dus ook in het bepalen of iets toeval is of een daadwerkelijk effect. Lake Wobegon-effect: we overschatten onze eigen prestaties en vermogens. Beschikbaarheidsheuristiek: we baseren ons vaak op voorbeelden die snel beschikbaar zijn in onze geest, ook al zijn deze voorbeelden niet representatief. Een uitgebreider overzicht van de cognitieve biases is hier te vinden.

Naast deze biases zijn er nog een aantal drogredenen en retorische trucs die regelmatig voorkomen. Het is belangrijk om deze te kunnen herkennen omdat ze de discussie vertroebelen. Correlatie is niet noodzakelijk causatie: dat twee zaken samengaan, wil niet zeggen dat er ook een oorzakelijk verband is. Post hoc ergo propter hoc: dat iets ergens na gebeurt, wil niet zeggen dat het daardoor gebeurt. Argumentum ad ignorantiam: iets is niet waar omdat het tegendeel onbewezen is. Anekdotes: een anekdote is vaak psychologisch overtuigend, maar is als bewijs zwak. Vals dilemma: vaak zijn er naast optie A en B nog meerdere opties; als A onjuist is, maakt dat B nog niet juist (tenzij ze elkaars logische tegenpolen zijn). Argumentum ad antiquitatem of ad populum: iets is niet waar als het al lang of door velen geloofd wordt (tenzij het om consensus onder experts gaat, zie hierboven). Poisoning the well: iets is niet onjuist alleen omdat het uit een onwelgevallig bron komt. Omkering van de bewijslast: degene die iets beweert, moet met bewijzen komen (zeker als hetgeen beweerd wordt buitensporig is), niet degene die dat in twijfel trekt. Whataboutery: de opponent gaat niet in op het genoemde punt, maar gaat over op een ander punt (what about X?). Een uitgebreider overzicht van drogredenen is hier te vinden.


Wetenschap: ook maar een mening?
Verdient wetenschap in waarheidsvinding een prominente plaats, of is het ook slechts een mening, net als vele andere? Deze laatste opvatting lijkt helaas terrein te winnen, vooral sinds de opkomst van het internet. Dat is onterecht omdat geen enkele andere methode ons zo veel betrouwbare informatie heeft verschaft als de wetenschap. Dit blijkt niet alleen uit de vele precieze voorspellingen die uitkomen, maar vooral uit de vele toepassingen daarvan. Het feit dat vliegtuigen in de lucht blijven, onze smartphones werken en we vele vreselijke ziektes hebben uitgeroeid of kunnen behandelen, bewijst dat we steeds beter begrijpen hoe de werkelijkheid functioneert. Wetenschap heeft een uitstekende track record en blijft haar kennis en toepassingen uitbreiden.

Natuurlijk worden er in de wetenschap ook fouten gemaakt, soms wordt er zelfs ronduit gefraudeerd. Ook is het niet zo dat wetenschap gevrijwaard is van psychologische en sociale invloeden – niets menselijks is wetenschappers vreemd. Machtstructuren bestaan ook in de wetenschap en hebben hun invloed. De constructivist lijkt hier dus een punt te hebben, ware het niet dat hij invloed verwart met alles bepalend zijn. Dubieuze invloeden en hun gevolgen bestaan en hebben effect op de wetenschappelijke ontwikkeling, maar worden altijd weer bijgesteld door het zelfcorrigerend vermogen van de wetenschap. Wetenschap werkt bewust met middelen om vertroebelende invloeden tegen te gaan: statistiek, openheid, reproduceerbaarheid, controlegroepen, (dubbel)blinde experimenten en peerreview. Onjuiste ideeën zullen vroeg of laat ontdekt en gecorrigeerd worden omdat wetenschappers wereldwijd constant elkaars ideeën toetsen, uitbouwen en toepassen. Wetenschap is in dit opzicht uniek. Ze is niet onfeilbaar, maar wel de beste methode die we hebben.


Conclusie
Er is een waarheid en die doet ertoe. Deze waarheid bestaat uit de mate waarin een bepaald beeld of idee overeenstemt met de werkelijkheid en hoe zeker we daarvan kunnen zijn. Waarheid komt dus in gradaties, is altijd voorlopig en moet bijgesteld worden als nieuw bewijs daartoe dwingt. Wetenschap is hierbij onze beste bron. Waarheid doet ertoe omdat het de grond is voor handelen, en dat heeft reële en mogelijk grote consequenties. Het is niet altijd gemakkelijk om achter de waarheid te komen als informatie beperkt aanwezig of strijdig is. Dan is het van groot belang om bronnen kritisch te beoordelen en experts te raadplegen die beproefde methoden gebruiken. Het is niet erg om je van een oordeel te onthouden als er niet voldoende betrouwbare informatie is. Ook is het van belang drogredenen en cognitieve biases te herkennen. Alleen dan is de kans het grootst dat je ideeën het meest overeenstemmen met de werkelijkheid en je handelen het meest adequaat zal zijn. 

 

Wie zijn er online?

We hebben 127 gasten en geen leden online

Geef je mening

Welke positie over het bestaan van god(en) onderschrijft u?

Bekende atheïsten

Peter SingerPeter Singer, filosoof en hoogleraar bioethiek aan de Princeton University.

Citaat

Think of how many religions attempt to validate themselves with prophecy. Think of how many people rely on these prophecies, however vague, however unfulfilled, to support or prop up their beliefs. Yet has there ever been a religion with the prophetic accuracy and reliability of science?

~ Carl Sagan

We leven in een tijd waarin informatie toegankelijker is dan ooit. Via het internet kan iedereen bij informatie die voorheen niet of lastig te bereiken was, en ook nog eens razendsnel. Desalniettemin lijkt ook de waarheid meer onder vuur te liggen dan ooit: nepnieuws,  alternatieve feiten, factchecken, allerhande complotten, wantrouwen jegens de overheid en de traditionele media. Voor elk feit lijkt een tegengesteld feit te bestaan, voor elk argument een tegenargument. Hierdoor leiden zelfs ogenschijnlijk simpele zaken als het aantal bezoekers bij Trumps inauguratie tot felle discussies. De toegankelijkheid van informatie leidt paradoxaal genoeg tot een informatiecrisis: hoe weten we nog wat waar is?


Een oude filosofische vraag
De vraag naar wat waarheid is en hoe we haar kunnen kennen, is al zo oud als de filosofie. Er zijn verschillende opvattingen over geformuleerd, van onbetwijfelbare Waarheden tot een dusdanig radicaal scepticisme dat werkelijk alles in twijfel wordt getrokken, zelfs het eigen bestaan of het bestaan van de buitenwereld (solipsisme). Volgens postmoderne filosofen is waarheidsvinding najagen van de wind. Volgens hen is waarheid niet veel meer dan een sociaal construct: iets is waar zolang we erin geloven, en vooral als machtige mensen dat doen. Een verwant idee is dat waarheid relatief is: iedereen heeft zijn eigen waarheid. De prevalerende waarheid is volgens deze lieden slechts een gedeeld geloof, of de overtuiging van de machtigsten.

Wat ooit zeker was, staat nu op losse schroeven. Wetenschappers zijn het regelmatig met elkaar oneens. Is wetenschap niet ook maar een mening? Moeten we onze waarheidspretenties niet gewoon opgeven?

Deze filosofische discussie lijkt uit te gaan van een vals dilemma: waarheid is óf absolute zekerheid, óf volledig relatief, louter een mening. Er is evenwel een genuanceerdere middenweg: waarheid is de mate van overeenstemming tussen een beeld of idee en de werkelijkheid. Die overeenstemming kan er in meer of mindere mate zijn. Zo is het idee dat de aarde rond is, meer in overeenstemming met de werkelijkheid dan het idee van een platte aarde, maar nog steeds niet geheel juist: de aarde komt in werkelijkheid nog het meest overeen met een sferoïde. Het idee van een ronde aarde is dus onjuist, maar niet in dezelfde mate als dat van een platte aarde.

Ook kan onze zekerheid over bepaalde kennis groter of kleiner zijn. Hoe zeker bepaalde kennis is, hangt bijvoorbeeld af van hoe betrouwbaar de gebruikte kenbronnen zijn. Meerdere, onafhankelijke ooggetuigenverslagen zijn beter dan één ooggetuige, en videobeelden zijn nóg beter. Wetenschap wordt over het algemeen gezien als een betrouwbare kenbron, maar binnen de wetenschap bestaan verschillende maten van zekerheid. Complexe fenomenen als menselijke interactie (sociologie) en het menselijk lichaam (geneeskunde, voedingsleer) laten zich minder makkelijk vatten in zekerheden dan veel natuurkundige fenomenen. Bij wetenschappelijke uitspraken moeten we ons dan ook afvragen hoe betrouwbaar en valide de gebruikte methodes zijn, in hoeverre de uitspraak consistent is met andere betrouwbare kennis (consilience) en in hoeverre er consensus is onder de experts. Op grond hiervan is lang niet elke wetenschappelijke uitspraak even zeker.


Waarheid als waarschijnlijkheid

De waarheidsvraag moeten we dan ook veeleer zien als een waarschijnlijkheidsvraag: hoe waarschijnlijk is het dat deze uitspraak juist is, dat wil zeggen: in grote mate overeenstemt met de werkelijkheid? We moeten waarheid dan opvatten als dat wat gezien onze beste kennis erg waarschijnlijk is. Het mooie van waarheid als waarschijnlijkheid is dat het in gradaties komt: een idee kan meer of minder overeenstemmen met de werkelijkheid, en daar kunnen we in meer of mindere mate zeker over zijn. Tussen onbetwijfelbare Waarheid (met hoofdletter!) en een volledig relativisme (er bestaan slechts meningen) zit dus een heel scala aan waarschijnlijkheden. Onze rechtspraak werkt ook zo: iemand is schuldig als dat met een zeer hoge waarschijnlijkheid (beyond reasonable doubt) kan worden bewezen. In de wetenschap is dit niet anders. Ook al is 100% zekerheid nooit mogelijk, een zeer hoge waarschijnlijkheid zal een redelijk mens moeten overtuigen.

De filosoof David Hume schreef terecht: “A wise man proportions his belief to the evidence”. De mate waarin we iets geloven, moet dus afhangen van hoe sterk het bewijs (evidentie) ervoor is. Een vergelijkbaar maxime (aan verschillende bronnen toegeschreven) is: “extraordinary claims require extraordinary evidence”. Voor zaken die, gezien onze beste kennis, erg onwaarschijnlijk zijn, mogen we zeer sterk bewijs verwachten. Beide maximes houden de optie tot herzieningen open: je moet je opvattingen herzien als nieuwe bewijs daartoe dwingt. Een open mind is dus belangrijk, maar die moet ook kritisch zijn, want niet elk (nieuw) bewijs is even geloofwaardig. Een veelgehoord derde maxime luidt dan ook: “Keep an open mind – but not so open that your brain falls out" (ook aan verschillende bronnen toegeschreven).


Het belang van waarheid
Waarom zouden we ons zo druk maken om de waarheidsvraag? Kunnen we niet gewoon iedereen zijn eigen waarheid gunnen, of ons tenminste niet zo druk maken om mensen die ‘alternatieve waarheden’ aanhangen en verkondigen? Nee, en wel omdat wat mensen voor waar houden, (mede)bepalend is voor hun handelen, en dat kan heel reële en grote consequenties hebben. Dit geldt des te meer als het om overtuigingen van invloedrijke personen of regeringen gaat, en het beleid dat daaruit voortvloeit. Een duidelijk voorbeeld hiervan is de klimaatverandering en de menselijke rol daarin. Hierover is grote consensus onder klimaatwetenschappers, en zij roepen dan ook terecht op de nodige maatregelen te nemen. Toch zijn er veel mensen, waaronder de machtigste man ter wereld (Donald Trump), die deze waarheid ontkennen of bagatelliseren. Dit heeft gevolgen voor het beleid op dit gebied, met hoogstwaarschijnlijk desastreuze gevolgen. Een ander voorbeeld is het in twijfel trekken van de effectiviteit en veiligheid van vaccins. Dit leidt tot een daling van de vaccinatiegraad, wat veel (en soms dodelijk) leed tot gevolg heeft.

Georg Orwell schetst in zijn beroemde roman 1984 een doemscenario van een wereld waarin waarheid geen rol meer speelt. War is Peace, Freedom is Slavery, Ignorance is Strength. De machthebbers bepalen wat ‘waar’ is, daar is zelfs een ministerie voor (Ministry of Truth). De burgers zijn geheel onderworpen aan de door de machthebbers geconstrueerde ‘waarheid’, wat zelfs doordringt in het taalgebruik (Newspeak). Noord-Korea is helaas een reëel orwelliaans voorbeeld. Wie geen belang hecht aan en respect heeft voor de waarheid, geeft haar in handen van degenen die ermee aan de haal gaan, met alle gevolgen van dien. Dictators varen hier wel bij, want zonder waarheid is er ook geen leugen. Zonder een objectieve waarheid valt hier weinig tegen in te brengen. Het is dus belangrijk om ideeën tegen het licht van de werkelijkheid te houden om te zien of ze ermee overeenstemmen, ongeacht wat de uitkomst daarvan is.

Waarheid beschouwen als een sociaal construct is ook zelfondermijnend: waarom zouden we deze waarheidsopvatting zélf serieus nemen als het slechts een sociaal construct is? Ook zijn de aanhangers van deze opvatting in de praktijk een stuk realistischer. Wie gelooft daadwerkelijk dat de kennis waarmee we computers wereldwijd laten communiceren en wolkenkrabbers bouwen geen verbinding heeft met de werkelijkheid? Hoe verklaren constructivisten dat al deze toegepaste kennis zo goed werkt? Gebruiken relativisten net zo goed telepathie als een mobiele telefoon als ze willen communiceren met de andere kant van de wereld? Het constructivisme en relativisme zijn dus niet alleen gevaarlijk, maar ook intellectueel en praktisch ongeloofwaardig.


Betrouwbaarheidsproblemen
De huidige waarheidscrisis lijkt evenwel niet zozeer een diepgravend filosofisch probleem, maar veeleer een betrouwbaarheidsprobleem: wat is nog een betrouwbare bron voor waarheid? Juist op dit punt vormt het internet zowel een mogelijkheid als een probleem. Aan informatie is geen gebrek, maar aan betrouwbare informatie wel. Hoe kun je – zeker als leek – het kaf van het koren scheiden? Het is verleidelijk om die informatie is geloven die overeenstemt met je vooroordeel, en minder welgevallige informatie te negeren, of zelfs niet eens op te zoeken. De uitwerking van dit betrouwbaarheidsprobleem is even problematisch als dat van het waarheidsrelativisme: het leidt tot niet of verkeerd handelen, wat reële en mogelijk grote consequenties heeft. 

Waarop moet je je verlaten bij een onderwerp waarover veel tegenstrijdige informatie te vinden is? De voorbeelden hiervan zijn helaas legio. Wie moeten we geloven over wat gezonde voeding is? Verandert het klimaat daadwerkelijk razendsnel en zorgen wij daarvoor? Hoe groot is het probleem met de islam? Heeft het huidige terrorisme wel of niets met de islam te maken? Zijn vaccins effectief en veilig? Is 9-11 een inside job? Wie zich niet zeer grondig zelf in de materie verdiept heeft – en dat is vrijwel iedereen bij de meeste onderwerpen – zal de beschikbare informatie dus kritisch en effectief moeten filteren. Gelukkig zijn hier enkele criteria en handvatten voor. Deze bieden geen 100% garantie (die is er nooit), maar kunnen, zeker als ze gecombineerd worden, een betrouwbare indruk geven van de stand van zaken.


Criteria en handvatten
Het eerste criterium is de betrouwbaarheid van de bron. Is er een bron? Wie of wat is die bron? Waarop baseert deze bron zich? Heeft de bron de relevante expertise? Heeft deze bron bepaalde belangen die de betrouwbaarheid kunnen beïnvloeden? Is deze bron ideologisch (religieus, politiek of economisch) gedreven of neutraal? Heeft deze bron een goede track record (prestatieverleden) als het om betrouwbaarheid gaat? Kan de bron afgerekend worden op onjuistheid? Traditionele media kunnen dit wel, internetbronnen vaak niet. Zijn er verschillende, onafhankelijke bronnen die op hetzelfde uitkomen? Is de nieuwe informatie consistent met andere betrouwbare kennis, of daar juist mee in strijd? Dit zijn allemaal belangrijke vragen die bepalen hoe geloofwaardig een bron is. Vervolgens zoek je actief de tegenstrijdige informatie op en laat je dezelfde kritische vragen daarop los. Als deze informatie net zo sterk (of zwak) is, moeten we ons (voorlopig) onthouden van een oordeel. Daar is niets mis mee in het geval van beperkte of daadwerkelijk tegenstrijdige informatie.

Zeker bij complexe zaken is er een goed tweede criterium: consensus onder de experts. Dat zijn mensen die er over het algemeen jaren voor gestudeerd hebben en er dagelijks mee werken. Ook gebruiken ze over het algemeen beproefde methoden om aan hun kennis te komen. Hierdoor is de kans groot dat ze betrouwbare informatie leveren, als ze dit tenminste zonder belangenverstrengeling doen. Vooral als de consensus onder experts (zeer) hoog is (>90%), mogen we als leek hun oordeel overnemen. Dit is het geval bij klimaatwetenschappers over klimaatverandering, onder biologen over de juistheid van de evolutietheorie, onder historici over het plaatsvinden van de holocaust en onder artsen, virologen en epidemiologen over de veiligheid en effectiviteit van vaccins. Dit neemt niet weg dat er altijd ook experts zullen zijn die afwijken van de consensus. De redenen hiervoor zijn vaak ideologisch of hebben te maken met de afwezigheid van specifieke expertise (onvoldoende kennis over dit onderwerp). De leek moet zich afvragen waarom de overgrote meerderheid van de experts de mening van de dissidenten niet deelt, er niet door overtuigd wordt. De meest aannemelijke verklaring is dat de dissidenten domweg verkeerd zitten.

Belangrijk bij het raadplagen van experts is niet alleen of er onderlinge consensus is, maar ook of hun methoden betrouwbaar en valide zijn: kunnen ze hun claims toetsen met eensgezinde uitkomsten? Ook is het belangrijk dat hun kennis niet strijdig is met andere goed bevestigde kennis. Zo is er grote consensus onder theologen dat God bestaat, maar ze hebben geen goede methoden om hun claims over God te toetsen. Het is dan ook niet verwonderlijk dat hun claims over wie of wat God is, wat Hij kan en doet sterk uiteenlopen. Hier kunnen ze ook nooit uit komen door een gebrek aan een goede methode. Onder astrologen is er een grote consensus dat de hemellichamen invloed hebben op ons aardse bestaan, maar hun claims zijn vaak getoetst en vaag of onjuist gebleken. Ook zijn hun claims strijdig met goed bevestigde kennis uit de psychologie, natuurkunde en astronomie. Daarnaast hanteren ze vaak onderling verschillende en soms tegenstrijdige methoden. We hebben dus goede redenen om weinig waarde te hechten aan de consensus onder theologen en astrologen – voor zover die er al is.


Biases en drogredenen
Tot slot is het belangrijk je bewust te zijn van cognitieve biases (denkfouten): onterechte neigingen in ons denken die ons gemakkelijk op het verkeerde been zetten. Iedereen heeft deze biases, maar wie zich ervan bewust is, kan er rekening mee houden. Ik noem er slechts enkele. Conformation bias: bevestigende informatie accepteren we sneller dan strijdige informatie, ongeacht de juistheid ervan. Hiermee hangt cognitieve dissonantie samen: onwelgevallige informatie vinden we onprettig en willen we vaak ontkennen of bagatelliseren, ook als dat onterecht is. Het halo-effect: de aanwezigheid van bepaalde irrelevante kwaliteiten (goed uiterlijk, expertise op andere gebieden, beroemd zijn, enz.) geven vaak onterecht een gevoel van betrouwbaarheid. Groepsdenken: we zijn gevoelig voor wat anderen ergens van vinden, veelal onbewust. Framing: de manier waarop een idee gepresenteerd wordt, beïnvloedt onterecht de geloofwaardigheid ervan. Wijsheid achteraf: achteraf lijkt een bepaalde uitkomst vaak logisch of onontkoombaar, terwijl het dat van tevoren niet was. Slechte kansinschatting: mensen zijn van nature en intuïtief erg slecht in statistiek, en dus ook in het bepalen of iets toeval is of een daadwerkelijk effect. Lake Wobegon-effect: we overschatten onze eigen prestaties en vermogens. Beschikbaarheidsheuristiek: we baseren ons vaak op voorbeelden die snel beschikbaar zijn in onze geest, ook al zijn deze voorbeelden niet representatief. Een uitgebreider overzicht van de cognitieve biases is hier te vinden.

Naast deze biases zijn er nog een aantal drogredenen en retorische trucs die regelmatig voorkomen. Het is belangrijk om deze te kunnen herkennen omdat ze de discussie vertroebelen. Correlatie is niet noodzakelijk causatie: dat twee zaken samengaan, wil niet zeggen dat er ook een oorzakelijk verband is. Post hoc ergo propter hoc: dat iets ergens na gebeurt, wil niet zeggen dat het daardoor gebeurt. Argumentum ad ignorantiam: iets is niet waar omdat het tegendeel onbewezen is. Anekdotes: een anekdote is vaak psychologisch overtuigend, maar is als bewijs zwak. Vals dilemma: vaak zijn er naast optie A en B nog meerdere opties; als A onjuist is, maakt dat B nog niet juist (tenzij ze elkaars logische tegenpolen zijn). Argumentum ad antiquitatem of ad populum: iets is niet waar als het al lang of door velen geloofd wordt (tenzij het om consensus onder experts gaat, zie hierboven). Poisoning the well: iets is niet onjuist alleen omdat het uit een onwelgevallig bron komt. Omkering van de bewijslast: degene die iets beweert, moet met bewijzen komen (zeker als hetgeen beweerd wordt buitensporig is), niet degene die dat in twijfel trekt. Whataboutery: de opponent gaat niet in op het genoemde punt, maar gaat over op een ander punt (what about X?). Een uitgebreider overzicht van drogredenen is hier te vinden.


Wetenschap: ook maar een mening?
Verdient wetenschap in waarheidsvinding een prominente plaats, of is het ook slechts een mening, net als vele andere? Deze laatste opvatting lijkt helaas terrein te winnen, vooral sinds de opkomst van het internet. Dat is onterecht omdat geen enkele andere methode ons zo veel betrouwbare informatie heeft verschaft als de wetenschap. Dit blijkt niet alleen uit de vele precieze voorspellingen die uitkomen, maar vooral uit de vele toepassingen daarvan. Het feit dat vliegtuigen in de lucht blijven, onze smartphones werken en we vele vreselijke ziektes hebben uitgeroeid of kunnen behandelen, bewijst dat we steeds beter begrijpen hoe de werkelijkheid functioneert. Wetenschap heeft een uitstekende track record en blijft haar kennis en toepassingen uitbreiden.

Natuurlijk worden er in de wetenschap ook fouten gemaakt, soms wordt er zelfs ronduit gefraudeerd. Ook is het niet zo dat wetenschap gevrijwaard is van psychologische en sociale invloeden – niets menselijks is wetenschappers vreemd. Machtstructuren bestaan ook in de wetenschap en hebben hun invloed. De constructivist lijkt hier dus een punt te hebben, ware het niet dat hij invloed verwart met alles bepalend zijn. Dubieuze invloeden en hun gevolgen bestaan en hebben effect op de wetenschappelijke ontwikkeling, maar worden altijd weer bijgesteld door het zelfcorrigerend vermogen van de wetenschap. Wetenschap werkt bewust met middelen om vertroebelende invloeden tegen te gaan: statistiek, openheid, reproduceerbaarheid, controlegroepen, (dubbel)blinde experimenten en peerreview. Onjuiste ideeën zullen vroeg of laat ontdekt en gecorrigeerd worden omdat wetenschappers wereldwijd constant elkaars ideeën toetsen, uitbouwen en toepassen. Wetenschap is in dit opzicht uniek. Ze is niet onfeilbaar, maar wel de beste methode die we hebben.


Conclusie
Er is een waarheid en die doet ertoe. Deze waarheid bestaat uit de mate waarin een bepaald beeld of idee overeenstemt met de werkelijkheid en hoe zeker we daarvan kunnen zijn. Waarheid komt dus in gradaties, is altijd voorlopig en moet bijgesteld worden als nieuw bewijs daartoe dwingt. Wetenschap is hierbij onze beste bron. Waarheid doet ertoe omdat het de grond is voor handelen, en dat heeft reële en mogelijk grote consequenties. Het is niet altijd gemakkelijk om achter de waarheid te komen als informatie beperkt aanwezig of strijdig is. Dan is het van groot belang om bronnen kritisch te beoordelen en experts te raadplegen die beproefde methoden gebruiken. Het is niet erg om je van een oordeel te onthouden als er niet voldoende betrouwbare informatie is. Ook is het van belang drogredenen en cognitieve biases te herkennen. Alleen dan is de kans het grootst dat je ideeën het meest overeenstemmen met de werkelijkheid en je handelen het meest adequaat zal zijn. 

Wie zijn er online?

We hebben 127 gasten en geen leden online

Geef je mening

Welke positie over het bestaan van god(en) onderschrijft u?

Bekende atheïsten

Peter SingerPeter Singer, filosoof en hoogleraar bioethiek aan de Princeton University.

Citaat

Think of how many religions attempt to validate themselves with prophecy. Think of how many people rely on these prophecies, however vague, however unfulfilled, to support or prop up their beliefs. Yet has there ever been a religion with the prophetic accuracy and reliability of science?

~ Carl Sagan