Ooit was de mens letterlijk het middelpunt van de wereld. Wie zonder moderne wetenschappelijke kennis op een heldere nacht omhoogkijkt, kan zich dat goed voorstellen. De aarde beweegt niet en de hemellichamen draaien in de hemelkoepel om ons heen. Volgens de Bijbel zijn ze er “om de dag van de nacht te scheiden, en zij zullen als tekenen zijn voor feesttijden, en voor dagen en jaren” (Gen. 1:14). De zon, maan en sterren, speciaal voor ons! Het mensbeeld is antropocentrisch: de mens speelt vanaf het begin van de wereldgeschiedenis een centrale rol, zowel in ruimte als tijd. God slaat dit alles van boven in de hemel gade (Gen. 11:5) en bemoeit zich met de mens: Hij openbaart zich, gebiedt en verbiedt, en wordt regelmatig toornig als Zijn onderdanen zich niet aan Zijn wetten houden. In de Koran is een vergelijkbaar wereld- en mensbeeld te vinden. 

Hoe anders bleek de wereld in werkelijkheid te zijn! Niet alleen is de aarde niet het middelpunt van de wereld, ze blijkt in het niet te vallen in een schier oneindig universum dat al onvoorstelbaar lang bestaat. Onze zon is slechts 1 ster van de 100-400 miljard sterren, in ons sterrelstelsel alleen. Dit sterrenstelsel, de Melkweg, is minstens 100.000 lichtjaar groot. Het licht heeft dus al 100.000 jaar nodig om het te doorkruisen, wat neerkomt op een doorsnede van 1.800.000.000.000 kilometer. Volgens de meest recente schattingen zijn er in het zichtbare universum 2 biljoen (miljoen keer miljoen) sterrenstelsels. De dichtstbijzijnde daarvan, de Andromedanevel, staat op een afstand van 2,5 miljoen lichtjaar. Tussen deze sterrenstelsels zit een onvoorstelbare hoeveelheid aan lege en ijskoude ruimte. De plaats van de aarde in dit kosmische geheel is volstrekt onbeduidend, een zandkorrel in de woestijn.

En op die zandkorrel ontstond zo’n 200.000 jaar geleden de anatomisch moderne mens: Homo sapiens. Dat ook dit op kosmische schaal onbeduidend is, blijkt uit het feit dat het universum al zo’n 13,8 miljard jaar bestaat. Wij bestaan dus 0,0014% van de tijd dat het universum bestaat. Vanaf ongeveer 10.000 jaar geleden kun je voorzichtig spreken van beschaving. Volgens de traditionele dateringen op grond van de Bijbel is de gehele wereld ongeveer zo oud. Dat is 0,00007% van de tijd dat het universum werkelijk bestaan heeft. Een deel van de sterren dat wij kunnen zien, bestaan al niet meer, maar hun licht is door de grote afstand en de hoge ouderdom nog steeds naar ons onderweg. Wie zich verdiept in plaattektoniek, hoe bergen groeien en weer eroderen, hoe aardlagen ontstaan en van vorm veranderen, krijgt enig besef van hoe lang de aarde al moet bestaan. 

Sinds Darwin weten we ook dat de mens niet de kroon op de schepping is, maar slechts een kleine tak aan de immense Tree of Life, ontstaan na 3,5 miljard jaar geleidelijke evolutie door natuurlijke selectie. Dit proces is buitengewoon verspillend en verloopt vaak wreed: roofdieren trekken prooien levend uit elkaar en parasieten vreten andere dieren levend van binnenuit op. De zwaksten leggen als eerste het loodje in de struggle for existence. Dit alles is lastig te rijmen met een almachtige en algoede God, die in Genesis over Zijn schepping ook nog eens meerdere malen concludeert “dat het goed was”. De moderne neurowetenschappen hebben overtuigend aangetoond dat al onze gedachten, gevoelens en herinneringen, onze persoonlijkheid en ons bewustzijn uit hersenactiviteit blijken te bestaan. Voor een (letterlijke) geest of ziel is geen plaats meer, ze gaan dezelfde weg als de heks, het élan vital en flogiston. Met de dood is het dan ook klaar: stof zijn we en tot stof zullen we wederkeren

Wat een schril contrast vormt dit moderne wetenschappelijke beeld met het traditionele joods-christelijke beeld dat in de Bijbel te vinden is! De centrale rol die de mens zichzelf toegedicht had, draaide uit op een ongekende ontgoocheling. Hybris bleek het te zijn, een hoogmoed waarop een lange en pijnlijke val volgde. 

Deze val bleek moeilijk te accepteren voor velen. De immense leegte in ruimte en tijd van de moderne kosmos is voor hen bevreemdend en beangstigend. De Franse filosoof en christen Blaise Pascal verwoordde dit in de zeventiende eeuw al met “Le silence éternel de ces espaces infinis m'effraie.” Ook nu willen velen nog geloven dat het universum er voor óns is, dat dit universum van 13,8 miljard jaar oud en minstens zoveel miljard lichtjaren in doorsnede speciaal voor ons gemaakt is. Getuigt dat idee niet van een ongekende arrogantie? Van een kinderlijk naïeve gedachte dat de wereld om óns draait? En als Hij al de Schepper van dit alles zou zijn, zou Hij dan werkelijk zo kleingeestig zijn om zich druk te maken om wat wij geloven, eten en met wie we het bed delen? 

Minder traditionele vormen van geloof laten een vergelijkbaar soort antropocentrisme zien. Volgens astrologen beïnvloeden sterren op honderden lichtjaren hiervandaan ons leven. Een gangbaar idee bij spirituelen, onder andere te vinden in The Secret, is dat we de wereldse gang van zaken kunnen beïnvloeden door de juiste gedachten de kosmos in te sturen. Of dat het universum samenspant om ons met juist die persoon in contact te laten komen, ons dat vliegtuig te laten missen dat later zou neerstorten, of deze storm aan ons voorbij te laten trekken. Wat een aanmatigend egoïsme! In deze kringen houdt het met de dood ook niet op: onze ziel blijft voortbestaan in de hemel of reïncarneert in een volgend leven. Het kan toch niet waar zijn dat wij zomaar ophouden te bestaan? Dat de wereld verder draait alsof wij er nooit zijn geweest?

Voor mij is wat de moderne wetenschappen ons hebben geleerd één grote les in bescheidenheid. Een ontnuchtering van het egocentrisme dat we onszelf aangepraat hebben. Het leren accepteren dat je slechts een klein onderdeel bent van een gigantisch geheel, een microbe op een zandkorrel in de woestijn. Het is een gevoel onderdeel te zijn van iets veel groters, maar dat geen bedoelingen met ons heeft en waarin wij geen speciale plaats hebben. Dat geeft vrijheid, maar brengt ook verantwoordelijkheden met zich mee, voor onszelf en de rest van de wereld. De mens is onderdeel van de natuur: daaruit is hij ontstaan en daar zal hij weer tot vergaan. Ons bestaan is nietig, of in de woorden van Prediker: ijdelheid der ijdelheden, alles is ijdelheid!

Onze dagen onder de zon zijn beperkt, en juist daardoor waardevol. Het is de dood die het ogenblik en het leven zijn schoonheid verleent. Het besef dat we op kosmische schaal onbeduidend en vergankelijk zijn, stemt tot nuchterheid en waardering van het leven. Die gedachte en de ervaring daarvan onder de sterrenhemel, roept in mij verwondering, ontzag en bescheidenheid op. Je zou het een vorm van spiritualiteit kunnen noemen, maar wel een zeer aardse.

 

Wie zijn er online?

We hebben 173 gasten en geen leden online

Geef je mening

Welke positie over het bestaan van god(en) onderschrijft u?

Bekende atheïsten

Vincent IckeVincent Icke, columnist, hoogleraar theoretische sterrenkunde aan de Universiteit Leiden en bijzonder hoogleraar kosmologie aan de Universiteit van Amsterdam.

Citaat

My young son asked me what happens after we die. I told him we get buried under a bunch of dirt and worms eat our bodies. I guess I should have told him the truth - that most of us go to Hell and burn eternally - but I didn't want to upset him.

~ Onbekend

Ooit was de mens letterlijk het middelpunt van de wereld. Wie zonder moderne wetenschappelijke kennis op een heldere nacht omhoogkijkt, kan zich dat goed voorstellen. De aarde beweegt niet en de hemellichamen draaien in de hemelkoepel om ons heen. Volgens de Bijbel zijn ze er “om de dag van de nacht te scheiden, en zij zullen als tekenen zijn voor feesttijden, en voor dagen en jaren” (Gen. 1:14). De zon, maan en sterren, speciaal voor ons! Het mensbeeld is antropocentrisch: de mens speelt vanaf het begin van de wereldgeschiedenis een centrale rol, zowel in ruimte als tijd. God slaat dit alles van boven in de hemel gade (Gen. 11:5) en bemoeit zich met de mens: Hij openbaart zich, gebiedt en verbiedt, en wordt regelmatig toornig als Zijn onderdanen zich niet aan Zijn wetten houden. In de Koran is een vergelijkbaar wereld- en mensbeeld te vinden. 

Hoe anders bleek de wereld in werkelijkheid te zijn! Niet alleen is de aarde niet het middelpunt van de wereld, ze blijkt in het niet te vallen in een schier oneindig universum dat al onvoorstelbaar lang bestaat. Onze zon is slechts 1 ster van de 100-400 miljard sterren, in ons sterrelstelsel alleen. Dit sterrenstelsel, de Melkweg, is minstens 100.000 lichtjaar groot. Het licht heeft dus al 100.000 jaar nodig om het te doorkruisen, wat neerkomt op een doorsnede van 1.800.000.000.000 kilometer. Volgens de meest recente schattingen zijn er in het zichtbare universum 2 biljoen (miljoen keer miljoen) sterrenstelsels. De dichtstbijzijnde daarvan, de Andromedanevel, staat op een afstand van 2,5 miljoen lichtjaar. Tussen deze sterrenstelsels zit een onvoorstelbare hoeveelheid aan lege en ijskoude ruimte. De plaats van de aarde in dit kosmische geheel is volstrekt onbeduidend, een zandkorrel in de woestijn.

En op die zandkorrel ontstond zo’n 200.000 jaar geleden de anatomisch moderne mens: Homo sapiens. Dat ook dit op kosmische schaal onbeduidend is, blijkt uit het feit dat het universum al zo’n 13,8 miljard jaar bestaat. Wij bestaan dus 0,0014% van de tijd dat het universum bestaat. Vanaf ongeveer 10.000 jaar geleden kun je voorzichtig spreken van beschaving. Volgens de traditionele dateringen op grond van de Bijbel is de gehele wereld ongeveer zo oud. Dat is 0,00007% van de tijd dat het universum werkelijk bestaan heeft. Een deel van de sterren dat wij kunnen zien, bestaan al niet meer, maar hun licht is door de grote afstand en de hoge ouderdom nog steeds naar ons onderweg. Wie zich verdiept in plaattektoniek, hoe bergen groeien en weer eroderen, hoe aardlagen ontstaan en van vorm veranderen, krijgt enig besef van hoe lang de aarde al moet bestaan. 

Sinds Darwin weten we ook dat de mens niet de kroon op de schepping is, maar slechts een kleine tak aan de immense Tree of Life, ontstaan na 3,5 miljard jaar geleidelijke evolutie door natuurlijke selectie. Dit proces is buitengewoon verspillend en verloopt vaak wreed: roofdieren trekken prooien levend uit elkaar en parasieten vreten andere dieren levend van binnenuit op. De zwaksten leggen als eerste het loodje in de struggle for existence. Dit alles is lastig te rijmen met een almachtige en algoede God, die in Genesis over Zijn schepping ook nog eens meerdere malen concludeert “dat het goed was”. De moderne neurowetenschappen hebben overtuigend aangetoond dat al onze gedachten, gevoelens en herinneringen, onze persoonlijkheid en ons bewustzijn uit hersenactiviteit blijken te bestaan. Voor een (letterlijke) geest of ziel is geen plaats meer, ze gaan dezelfde weg als de heks, het élan vital en flogiston. Met de dood is het dan ook klaar: stof zijn we en tot stof zullen we wederkeren

Wat een schril contrast vormt dit moderne wetenschappelijke beeld met het traditionele joods-christelijke beeld dat in de Bijbel te vinden is! De centrale rol die de mens zichzelf toegedicht had, draaide uit op een ongekende ontgoocheling. Hybris bleek het te zijn, een hoogmoed waarop een lange en pijnlijke val volgde. 

Deze val bleek moeilijk te accepteren voor velen. De immense leegte in ruimte en tijd van de moderne kosmos is voor hen bevreemdend en beangstigend. De Franse filosoof en christen Blaise Pascal verwoordde dit in de zeventiende eeuw al met “Le silence éternel de ces espaces infinis m'effraie.” Ook nu willen velen nog geloven dat het universum er voor óns is, dat dit universum van 13,8 miljard jaar oud en minstens zoveel miljard lichtjaren in doorsnede speciaal voor ons gemaakt is. Getuigt dat idee niet van een ongekende arrogantie? Van een kinderlijk naïeve gedachte dat de wereld om óns draait? En als Hij al de Schepper van dit alles zou zijn, zou Hij dan werkelijk zo kleingeestig zijn om zich druk te maken om wat wij geloven, eten en met wie we het bed delen? 

Minder traditionele vormen van geloof laten een vergelijkbaar soort antropocentrisme zien. Volgens astrologen beïnvloeden sterren op honderden lichtjaren hiervandaan ons leven. Een gangbaar idee bij spirituelen, onder andere te vinden in The Secret, is dat we de wereldse gang van zaken kunnen beïnvloeden door de juiste gedachten de kosmos in te sturen. Of dat het universum samenspant om ons met juist die persoon in contact te laten komen, ons dat vliegtuig te laten missen dat later zou neerstorten, of deze storm aan ons voorbij te laten trekken. Wat een aanmatigend egoïsme! In deze kringen houdt het met de dood ook niet op: onze ziel blijft voortbestaan in de hemel of reïncarneert in een volgend leven. Het kan toch niet waar zijn dat wij zomaar ophouden te bestaan? Dat de wereld verder draait alsof wij er nooit zijn geweest?

Voor mij is wat de moderne wetenschappen ons hebben geleerd één grote les in bescheidenheid. Een ontnuchtering van het egocentrisme dat we onszelf aangepraat hebben. Het leren accepteren dat je slechts een klein onderdeel bent van een gigantisch geheel, een microbe op een zandkorrel in de woestijn. Het is een gevoel onderdeel te zijn van iets veel groters, maar dat geen bedoelingen met ons heeft en waarin wij geen speciale plaats hebben. Dat geeft vrijheid, maar brengt ook verantwoordelijkheden met zich mee, voor onszelf en de rest van de wereld. De mens is onderdeel van de natuur: daaruit is hij ontstaan en daar zal hij weer tot vergaan. Ons bestaan is nietig, of in de woorden van Prediker: ijdelheid der ijdelheden, alles is ijdelheid!

Onze dagen onder de zon zijn beperkt, en juist daardoor waardevol. Het is de dood die het ogenblik en het leven zijn schoonheid verleent. Het besef dat we op kosmische schaal onbeduidend en vergankelijk zijn, stemt tot nuchterheid en waardering van het leven. Die gedachte en de ervaring daarvan onder de sterrenhemel, roept in mij verwondering, ontzag en bescheidenheid op. Je zou het een vorm van spiritualiteit kunnen noemen, maar wel een zeer aardse.

Wie zijn er online?

We hebben 173 gasten en geen leden online

Geef je mening

Welke positie over het bestaan van god(en) onderschrijft u?

Bekende atheïsten

Vincent IckeVincent Icke, columnist, hoogleraar theoretische sterrenkunde aan de Universiteit Leiden en bijzonder hoogleraar kosmologie aan de Universiteit van Amsterdam.

Citaat

My young son asked me what happens after we die. I told him we get buried under a bunch of dirt and worms eat our bodies. I guess I should have told him the truth - that most of us go to Hell and burn eternally - but I didn't want to upset him.

~ Onbekend