Kritiek op theïstische argumenten

Hier wordt een aantal theïstische argumenten (argumenten voor het bestaan van god(en)) kritisch belicht. Bekende theïstische argumenten zijn kosmologische argumenten (betrekking hebbend op de "oorzaak" van de kosmos), teleologische argumenten (betrekking hebbend op het "doel" van het heelal), ontologische argumenten, etc.
Het argument van finetuning is eigenlijk een bijzonder versie van het teleologische argument. Bij het finetuningargument wordt gewezen op de vermeende fijne afstamming in het universum, waardoor leven mogelijk is. Volgens dit argument zijn er namelijk een aantal parameters (zoals de zwaartekracht en elektromagnetische kracht) die, wanneer ze net iets anders waren geweest, hadden geleid tot een universum waarin leven niet mogelijk is. De aanhanger van dit argument vraagt zich vervolgens af hoe het komt dat deze afstemming precies zo is dat menselijk leven mogelijk is. Volgens hem is er geen afdoende naturalistische verklaring, dus moet een intelligente Ontwerper hiervoor gezorgd hebben, ergo God.

Als eerste is het belangrijk op te merken dat dit argument, net als de algemene versie ervan, gebaseerd is op een gat in onze kennis: omdat we geen naturalistische verklaring hebben moet er wel een bovennatuurlijke verklaring zijn. Hij gaat van onverklaard via onverklaarbaar naar een bovennatuurlijke oorzaak. Deze stap is logisch uiterst problematisch, omdat om van onverklaard naar onverklaarbaar te gaan alle logisch mogelijke verklaringen uitgesloten moeten worden, of ten minste hoogst onwaarschijnlijk moeten worden gemaakt. Dit is een zeer zware bewijslast, des te meer omdat niet duidelijk is wat de wetenschap in de toekomst vermag.

Een tweede tegenwerping is dat dit soort argumenten, waarbij God wordt gestopt in een gat in onze kennis, niet een veelbelovende geschiedenis hebben. Newton kon bijvoorbeeld niet verklaren hoe ons zonnestelsel ontstaan was en het zo keurig netjes geordend bleef. God moest hier dus wel voor zorgen. Later echter bleek hiervoor een prima naturalistische verklaring te bestaan, waardoor God overbodig werd. Een ander voorbeeld is de complexiteit van het oog. Hoe kan zoiets ontstaan zonder hulp van een intelligente Ontwerper?, dacht men. Sinds Darwin is er een verklaring die God ook hier overbodig maakt. Argumenten die gebaseerd zijn op onze onwetendheid hebben in de geschiedenis steeds gefaald. Waarom zouden we daar nu wel ons geld op inzetten?

Een belangrijke premisse van het finetuningargument is dat de parameters ook daadwerkelijk anders hadden kunnen zijn dan ze zijn. Dit lijkt op het eerste gezicht aannemelijk, maar hoe kunnen we dit weten? Om te bepalen of bijvoorbeeld een dobbelsteen verzwaard is, zullen we vaker moeten gooien dan één keer. Als het resultaat van één keer gooien 4 is, kan dit puur toeval zijn (1/6 kans) of het gevolg van manipulatie. Beide hypothesen kunnen we op waarschijnlijkheid toetsen, maar alleen door meerdere keren te gooien. Als bijvoorbeeld na 100 keer gooien de dobbelsteen 90 keer op 4 neerkomt, hebben we een goede reden om te denken dat hier méér aan de hand is dan toeval, dat de dobbelsteen dus gemanipuleerd is. Met het universum kunnen we deze waarschijnlijkheden helemaal niet bepalen, omdat we maar één universum kennen, en dus niet kunnen zeggen of het ook anders had kunnen zijn.

Een ander probleem met het argument is dat het helemaal niet duidelijk is dat het universum gefinetuned is voor mensen. De mens is weliswaar ontstaan, maar op de ouderdom van het universum (13,7 miljard jaar) stelt de ouderdom van de mens (200.000 jaar) niets voor. Een vergelijkbare vraag kan gesteld worden als gekeken wordt naar de grootte van het universum. De aarde is een planeet die om een gewone ster (de zon) draait. Ons zonnestelsel is slechts en fractie van ons sterrenstelsel (de Melkweg), die uit minstens 200 miljard andere sterren bestaat en een doorsnede heeft van 100.000 lichtjaar. Naast het sterrenstelsel waarvan wij dus slechts en zeer klein deel zijn, zijn er nog minstens 170 miljard andere sterrenstelsel. Het dichtstbijzijnde andere sterrenstelsel (de Andromedanevel) staat op de onvoorstelbare afstand van 2,5 miljoen lichtjaar. De afstanden zijn dus immens, en veruit het grootste deel daarvan zal voor eeuwig buiten ons bereik liggen. Als het universum speciaal voor ons geschapen is, waarom is het dan zo veel ouder dan de mens en zo veel groter dan we ooit kunnen zien, laat staan bezoeken? De mens komt net kijken op een onbeduidende planeet, om een onbeduidende zon, in een onbeduidend sterrenstelsel. De mens is niet meer dan een zandkorrel in de woestijn. Het getuigt van antropocentrisme om te denken dat dit immense universum speciaal geschapen zou zijn voor ons.

Daarnaast lijdt het argument aan een consistentieprobleem: als het universum gefinetuned is voor de mensheid, waarom heeft het dan zo vreselijk lang geduurd voordat zij ontstaan is, en waarom is zij maar op één planeetje in dit onmetelijke universum ontstaan? Het ontstaan van de mens lijkt meer een schitterend ongeluk dan het resultaat van een finetunende God.

Tot slot is er nog de vraag of God überhaupt een goede verklaring is voor de vermeende finetuning. Is God als antwoord niet een vorm van question begging? Het hele idee achter het finetuningargument is juist dat de complexiteit van het universum verklaard moet worden, maar de God die dit geschapen moet hebben is zelfs minstens zo complex, wat de vraag naar de herkomst van de complexiteit onbeantwoord laat. De theïst kan tegenwerpen dat God eeuwig bestaat en dus geen verklaring behoeft, maar deze tegenwerping is niet succesvol omdat hetzelfde gezegd kan worden over het universum zelf.

Op dit moment is niet duidelijk waardoor ons universum de eigenschappen heeft die het heeft. Het is zelfs niet duidelijk of deze eigenschappen überhaupt anders hadden kunnen zijn. Aan deze vragen wordt echter gewerkt door wetenschappers. Mogelijk zijn er meerdere universums (een multiversum), waarvan de onze, met al zijn fijne afstemmingen, er slechts een is. Het idee van meerdere universums krijgt steeds meer aandacht van kosmologen. Misschien zijn de parameters niet zo variabel als de aanhangers van het finetuningargument ons willen doen geloven. De toekomst zal dit moeten uitwijzen. Een sterk argument voor het bestaan van God is dit gat in onze kennis in ieder geval niet.

Zie verder:
- Hoofdstuk 5 in “The non-existence of God” van Nicolas Everitt (Routledge, 2005)
- Hoofdstuk 5 in “God: the failed hypothesis” van Victor Stenger (Prometheus, 2008)
- Fine-Tuning Arument in The Secular Web Library

Een wonder is een buitengewone gebeurtenis die afwijkend van, of zelfs in strijd is met, de normale gang van zaken. Wonderen zijn niet te verklaren, menen de mensen die er in geloven. Uit deze definitie volgt meteen al een probleem: wanneer is er sprake van een afwijking van of een tegenstrijdigheid met de normale gang van zaken? Wat is eigenlijk "de normale gang van zaken"? Is het wel werkelijk onverklaarbaar of misschien nog niet verklaard? Dit leidt ertoe dat sommige mensen iets als een wonder zullen zien, maar anderen niet. Een atheïst zal niet snel iets als een wonder zien. Hieronder zal kort worden uitgelegd waarom. Aangezien er heel veel verschillende soorten wonderen zijn, zal hier slechts in het algemeen wat over wonderen gezegd worden. Alleen aan gebedsgenezing zal wat extra aandacht besteed worden omdat dit zo vaak als een wonder gezien wordt en op veel mensen overtuigend overkomt. Wie meer wil weten over kritiek op wonderen, kan o.a. zoeken op "miracles" in "The Secular Web". Gebruik van het gezonde verstand is natuurlijk ook onontbeerlijk.

Over het algemeen lijken de natuurwetten bikkelhard, alles moet onvermijdelijk aan hen gehoorzamen. Stenen vallen bijvoorbeeld niet ineens omhoog, de wet van de zwaartekracht vertelt ons dat dit onmogelijk is. Hoe moeten we dan omgaan met iemand die bijvoorbeeld beweert dat hij wel een steen omhoog heeft zien vallen? Geen enkel weldenkend mens zou dit zomaar geloven. Het is veel waarschijnlijker dat de betreffende persoon niet de waarheid spreekt, ook al doet hij dit waarschijnlijk niet opzettelijk. Het zou bijvoorbeeld veel waarschijnlijker zijn dat hij zich de omhoog vallende steen heeft verbeeld. Over het algemeen geldt dat we minder waarde moeten hechten aan een bewering naarmate die onwaarschijnlijker is. Pas als er buitengewoon goede aanwijzingen zijn om zo'n onwaarschijnlijke claim te geloven, moeten we er waarde aan hechten, Extraordinary claims require extraordinary evidence, zoals Carl Sagan ooit eens schreef.

Onder welke omstandigheden moeten we dan wel waarde hechten aan een wonderclaim? David Hume heeft in 1784 deze omstandigheden voortreffelijk verwoord: alleen als het wonderbaarlijker zou zijn dat de getuigen van het wonder de onwaarheid hebben gesproken dan dat de gebeurtenis waarover ze vertellen heeft plaatsgehad, kunnen we geloof hechten aan getuigenissen over wonderen. Dit zou bijvoorbeeld het geval zijn wanneer een groot aantal onafhankelijke en objectieve waarnemers, eventueel met instrumenten, getuige zouden zijn van het wonder. Dit komt echter nooit voor.

Wonderen zijn min of meer in te delen in twee categorieën. De eerste zijn gebeurtenissen waarvan men meent dat ze niet het gevolg kunnen zijn van het toeval. De bekende uitspraak "toeval bestaat niet" slaat hierop. Een bekend voorbeeld hiervan is dat je ineens aan een vriend denkt waar je normaal bijna nooit aan denkt, en dat hij je vlak daarna opbelt. Twee dingen vallen samen en men denkt dat er een verband tussen die twee is. In dit soort gevallen is het interessant je eens af te vragen hoe vaak het voorkomt dat je aan iemand denkt die je niet toevallig opbelt. Het samenvallen van twee dingen is juist zo opmerkelijk omdat ze normaal niet samen vallen, en daardoor onopgemerkt blijven. De mens neem selectief waar en herinnert ook selectief. Hierdoor vallen alleen de opmerkelijk coïncidenties op. Dit leidt ertoe dat mensen vaak verbanden zien, zelfs verbanden zoeken, ook als die er niet zijn.

De tweede categorie zijn gebeurtenissen die indruisen tegen de natuurwetten. Een klassiek voorbeeld hiervan is het uit de dood opstaan, zoals men dat van Jezus beweert. Normaliter blijven mensen dood nadat ze gestorven zijn, het opstaan van iemand uit de dood is daarom een wonder. Op dit soort historische wonderverhalen wordt later verder ingegaan. Het probleem met dit soort wonderen is dat we nooit met zekerheid kunnen zeggen of ze daadwerkelijk tegen de natuurwetten ingaan. De wetenschap staat echter nooit stil, zij komt steeds meer te weten en past regelmatig haar opvattingen aan (als nieuwe empirische gegevens daartoe dwingen). Iets waarvan men nu veronderstelt dat het een wonder is omdat het tegen de natuurwetten ingaat, zou in de toekomst heel goed verklaard kunnen worden door nieuwe inzichten in de werking van de natuur. Dit maakt wonderen altijd relatief ten opzichte van onze huidige wetenschappelijke kennis.

Een vergelijkbaar soort wonder is gebedsgenezing: iemand geneest nadat voor hem of haar gebeden is. Er is zelfs wetenschappelijk onderzoek gedaan naar de werking van gebed. Na een evaluatie van meerdere onderzoeken concludeerde het gerenommeerde Britse medische tijdschrift "The Lancet": "Even in the best studies, the evidence of an association between religion, spirituality, and health is weak and inconsistent." (The Lancet 1999; 353:664-667). Ook uit recent onderzoek bleek dat bidden geen effect had (The Lancet 2005; 366:211-217). Echter, weinig gelovigen zullen zich hierdoor laten overtuigen dat bidden geen zin heeft. Zij verwijzen liever naar anekdotes vóór de werking van gebed, bijvoorbeeld "Mijn broer was ernstig ziek, zou volgens de dokter snel overlijden, maar is genezen nadat voor hem gebeden is.".

Dit soort anekdotes vormen geen bewijs voor de werking van gebed vanwege een aantal redenen:

  • Er hoeft geen causaal (oorzakelijk) verband te bestaan tussen gebed en genezing. Post hoc ergo propter hoc (daarna derhalve daardoor) is een ongeldige redenering. Als ik vandaag een grijze en een zwarte sok heb aangetrokken en even later een wedstrijd win, wil dat niet zeggen dat ik die wedstrijd heb gewonnen doordat ik die twee verschillende kleuren sokken heb aangetrokken.
  • Het placebo-effect (denken dat het werkt) kan mensen kracht geven waardoor ze (eerder) zullen genezen.
  • Artsen kunnen een verkeerde diagnose stellen, wat (helaas) soms gebeurt.
  • Bepaalde aandoeningen zijn lastig te diagnosticeren. Hierdoor kunnen mensen 'genezen' van aandoeningen die ze nooit hebben gehad.
  • Sommige aandoeningen kunnen tijdelijke verbeteringen laten zien, dit kan enkele uren duren, maar ook maanden of jaren. Hierdoor lijkt het of er genezing plaatsvindt.
  • De aandoening kan worden genezen door een (nog) onbekend naturalistisch proces.

Tegen de anekdotes van vermeende genezing door gebed kunnen ook anekdotes worden ingebracht van mensen die sterven ondanks gebed. Een indrukwekkend voorbeeld hiervan is uitgezonden door de Evangelische Omroep. Twee mensen waren in verwachting van hun eerste kindje. De medici constateerden meerdere afwijking waardoor het kind dood geboren zou worden of heel snel daarna zou overlijden. De ouders wilden hier niet aan toegeven en zochten de hulp van meerdere gebedsgroepen. Er werd uitgebreid voor hen gebeden. Hierdoor raakten de ouders zo overtuigd van de geboorte van een gezond kind, dat ze de babykamer al ingericht hadden en aan de gynaecoloog vertelden dat ze een gezond kind zouden krijgen. Ze lieten zich naar eigen zeggen volledig leiden door God. Ondanks de vele gebeden en het rotsvaste geloof van de ouders stierf het kind vlak na de geboorte. Het is een indrukwekkende documentaire over de schaduwkanten van gebedsgenezing. Waarom liet God dit kindje, ondanks de vele gebeden en het rotsvaste geloof, toch sterven?

Een ander argument tegen het bestaan van een god (de christelijke bijvoorbeeld) op grond van wonderen die hij verricht, is dat gelovigen van andere godsdiensten ook beweren dat hun god (Allah bijvoorbeeld) wonderen verricht. Via deze redenering zouden alle goden moeten bestaan waarvan mensen beweren of beweerd hebben dat ze wonderen verrichten. Deze absurditeit wordt in ieder geval uitgesloten door de drie grote monotheïstisch godsdiensten (jodendom, christendom en islam). De gelovige heeft dus een dubbele bewijslast. Enerzijds moet hij het aannemelijk maken dat zijn god 'echte' wonderen doet, anderzijds dat alle wonderen die andersgelovigen aandragen geen 'echte' wonderen zijn. Daarnaast zijn er ook nog mensen waarvan beweerd wordt dat ze wonderen verrichten zonder daarbij een beroep te doen op een god, zoals Jomanda. Hoe verklaart de gelovige dit?

Al met al is er mijns inziens geen enkel bewijs voor de werking van gebed. Als iemand bijvoorbeeld beweert een geamputeerd been weer te kunnen laten aangroeien door gebed, ben ik zeker bereid eens te komen kijken. In zo'n geval is de diagnose goed te stellen, zijn placebo-effect en tijdelijke verbetering uitgesloten en is de kans op een natuurlijke genezing en een niet-causaal verband hoogst onwaarschijnlijk. Zo'n geval zou een sterke aanwijzing zijn voor de werkelijkheid van wonderen.

Tot slot zijn er nog historische wonderverhalen. Ook bij deze wonderverhalen zijn er allerlei redenen om te twijfelen aan de echtheid van deze gebeurtenissen. Het is hierbij bijvoorbeeld zeer belangrijk om naar de culturele context waarin de verhalen ontstaan zijn te kijken. Dit soort verhalen komen altijd uit de tijd van bijgeloof, de tijd waarin men weinig kennis had van de werking van de natuur (inclusief het menselijk lichaam) en de wetenschappelijke methode nog niet bestond. Wonderverhalen waren aan de orde van de dag en een kritische houding ten opzichte van deze verhalen was zeer uitzonderlijk. De meeste mensen waren niet opgeleid en analfabeet. Het was normaal om wonderverhalen te gebruiken om overtuigingen kracht bij te zetten. Er waren nog geen camera's, verslaggevers, kranten, rechercheurs. Daarnaast komen de verhalen meestal uit kleine afgelegen gebieden waardoor de kans op een groot aantal onafhankelijke getuigen klein is. Het is dus niet gek dat er in die tijd veel 'wonderen' plaatsvonden, van gespleten zeeën tot opstanding uit de dood. De grote filosoof David Hume vroeg zich dan ook, terecht, af waarom dit soort dingen tegenwoordig niet meer gebeuren.

Laten we eens specifiek naar bijvoorbeeld het wonderverhaal over de opstanding van Jezus kijken. Volgens de bijbel werd Jezus gekruisigd en stond na drie dagen weer op. Dit verhaal komt alleen voor in de evangeliën, de bijbelboeken die door de eerste christenen geschreven zijn. Deze schrijvers probeerden hun opvattingen te verspreiden en gebruikten daarbij wonderverhalen om hun opvattingen kracht bij te zetten, zoals gebruikelijk was in die tijd. Buiten de bijbel is er geen enkele bron uit die tijd die opstanding meldt, ook niet in de geschiedschrijving. Pas decennia later noemen buitenbijbelse bronnen de christenen als groep, niet de opstanding van Jezus. Ook allerlei opmerkelijke gebeurtenissen bij zijn dood (drie uur durende duisternis in de middag in het hele land, aarde beefde, rotsen spleten, gestorven heiligen stonden op uit hun graf (Mat. 17:45-54)) worden nergens vermeld, terwijl velen dit gemerkt moeten hebben. Deze evangeliën zijn door anonieme auteurs (de namen die de evangeliën nu hebben zijn er pas een halve eeuw nadat ze geschreven zijn aan toegekend), na mondelinge overlevering decennia later in een andere taal opgeschreven door mensen die geen ooggetuigen waren. Ze komen uit een tijd typisch zoals die hierboven beschreven is. Geen enkel redelijk mens zal onder deze omstandigheden waarde hechten aan een verhaal dat zo tegen de normale gang van zaken ingaat. De historicus Richard Carrier gaat hier nog veel uitgebreider in op het opstandingsverhaal.

Zie verder:
- Argument from Miracles in The Secular Web Library (Engels)

Vermeende openbaringen van god(en) kunnen persoonlijk zijn, uit de natuur worden gehaald of worden gevonden in bepaalde teksten die volgens de betreffende gelovigen heilig zijn. Op de eerste twee vormen van openbaringen is hierboven reeds ingegaan. Hier zal kritiek worden geuit op het argument dat in een bepaald geschrift (of in een verzameling van geschriften) een goddelijke openbaring gevonden kan worden.

Het centrale punt in dit argument is dat het betreffende geschrift door god of zijn afgezant(en) geschreven of geïnspireerd is en dat deze god daarom bestaat. Het moge duidelijk zijn dat de verkondiging van goddelijke inspiratie in het geschrift zelf geen argument is voor de goddelijke inspiratie daarvan. Dat zou immer geen argument zijn, maar een cirkelredenering: hoe weten we dat het geschrift waar is? Omdat het door god geschreven/geïnspireerd is? Hoe weten we dat? Dat staat in het geschrift. Zo werkt het natuurlijk niet.

De gelovige zal dus aannemelijk moeten maken dat het geschrift van goddelijke oorsprong is, onafhankelijk van wat het geschrift daar zelf over zegt. Dit is onder andere geprobeerd door te beweren dat het geschrift onfeilbaar is: het geschrift mag geen passages bevatten die strijdig zijn met historische of wetenschappelijke feiten en mag geen interne tegenstrijdigheden bevatten. Aangezien de voorbeelden uit de eerste categorie vaak te duidelijk zijn om te ontkennen, gaan gelovigen de betreffende teksten figuurlijk uitleggen. Dit is bijvoorbeeld gebeurd met geocentrische passages uit de bijbel en koran. Er zijn echter bepaalde passages waarbij dat redelijkerwijs niet kan, zoals het zondvloedverhaal of vermeende historische gebeurtenissen (bijvoorbeeld de uittocht uit Egypte). De gelovigen kan dan de wetenschappelijke inzichten ontkennen of de feilbaarheid van zijn geschrift erkennen. De eerste optie is voor een weldenkend mens onaanvaardbaar, de tweede optie ondermijnt het openbaringsargument.

Interne tegenstrijdigheden ondermijnen ook het openbaringsargument. Hoe kan een almachtige en alwetende god immers zichzelf tegenspreken? Gelovigen die de onfeilbaarheid hoog willen houden doen dan ook allerlei pogingen om de tegenstrijdigheden recht te praten met allerlei kunstgrepen en ad-hocoplossingen. Deze blijken meestal bij nader inzien geen stand te houden. Dat de betreffende teksten onfeilbaar zijn wordt ook al lange tijd niet meer geaccepteerd door de mainstream wetenschappen die zich met de betreffende teksten bezighouden.

Een ander manier die gelovigen gebruiken om goddelijke openbaring te bewijzen is profetie. Aanhangers van deze manier menen dat bepaalde passages uit het heilige geschrift dingen voorspellen die latere uitkomen, terwijl ze dat zelf niet hadden kunnen weten. Hier zijn echter verscheidene punten tegenin te brengen. Schrijvers kunnen bijvoorbeeld profetieën laten vervullen. Men kan een gebeurtenis zodanig aangepast weergeven (of zelfs verzinnen) dat het lijkt alsof het een vervulde profetie is, zeker wanneer er geen objectieve controle mogelijk is. Schrijvers die een profetie uit willen laten komen, zijn vaak bekend met de (vermeende) profetische tekst en kunnen daar rekening mee houden tijdens hun schrijven. Dit is bijvoorbeeld het geval met de evangelieschrijvers, die bekend waren met het Oude Testament waaruit zij de 'profetieën' haalden. In het geval van Jezus vermeende vervulling van de profetieën is er ook geen enkele objectieve bron om de beschrijving van de gebeurtenissen te controleren. Ook kan een vermeende profetie (of een deel daarvan) zo vaag zijn dat er altijd wel een manier is om het te laten 'uitkomen'. Nog een andere optie is dat de schrijver pas schreef na een gebeurtenis, en daar achteraf een 'vervulde profetie' over geconstrueerd heeft.

Ook hebben sommige gelovigen goddelijke inspiratie aannemelijk proberen te maken door te wijzen op de schoonheid van de tekst. Het overduidelijke probleem hiermee is dat schoonheid subjectief is: een andersgelovige of niet-gelovige kan daar heel anders over denken. Ook kan een atheïst tegenwerpen dat mensen ook in staat zijn prachtige dingen te schrijven en dit dus geenszins een bewijs is voor goddelijke oorsprong.

Tot slot is er nog het probleem dat verschillende godsdiensten verschillende geschriften hebben waarvan ze beweren dat die goddelijk geïnspireerd zijn, terwijl deze onderling onverenigbaar zijn. Hierdoor ontstaat het probleem van het waarheidscriterium, waar elders verder op ingegaan wordt.

Zie verder:
- Jesaja 53: een voorbeeld van een uitgekomen profetie?
- Argument from Holy Scripture in The Secular Web Library (Engels)
- “Introduction to the Hebrew Bible” van John. J. Collins (Fortress Press, 2004).
- "The New Testament: a historical introduction to the early Christian writings" van Bart D. Ehrman (Oxford University Press, 2004)
- "Misquoting Jesus: The Story Behind Who Changed the Bible and Why" van Bart D. Ehrman (HarperOne, 2005)
- "The Cambridge Companion to the Qur'an" van Jane D. McAuliffe (Ed.) (Cambridge University Press, 2006)

Veel gelovigen menen onterecht dat een god nodig is voor moraliteit. Dit is echter in strijd met de realiteit. Daaruit blijkt namelijk dat ook ongelovigen moreel handelen en wat dat betreft zeker niet slechter presteren dan gelovigen. Ook blijkt dat er al ethische systemen waren ver voordat de drie abrahamitische religies (jodendom, christendom en islam) ontstaan zijn (denk bijvoorbeeld aan de Egyptenaren) of dat ethische systemen onafhankelijk daarvan ontstaan zijn (zoals in de oude Chinese cultuur). Het argument dat moraal door God ingeschapen is in de mens, houdt ook weinig stand. Er zijn immers culturen (geweest) waarin bepaalde gebruiken als normaal of zelfs wenselijk worden beschouwd, terwijl andere culturen die sterk afkeuren (bijvoorbeeld genitale verminking, kinderoffers of slavernij). Er is dus simpelweg geen eenduidige menselijke moraal, deze is grotendeels afhankelijk van de tijdgeest. Ook komt moraal in meer of mindere mate voor bij veel andere dieren, vooral bij andere mensapen.

Een andere interessante tegenwerping is het Euthyphro-dilemma: is iets goed omdat God het gebiedt of gebiedt God iets omdat het goed is? Beiden horens van het dilemma leiden tot problemen. De eerste optie maakt moraal volledig willekeurig: liegen en moorden zouden bijvoorbeeld goed zijn als God dat zou stellen. De tweede optie maakt moraal onafhankelijk van God omdat het goede blijkbaar bestaat onafhankelijk of God daarvoor kiest.

In de praktijk blijken veruit de meeste gelovigen voor de laatste optie te kiezen: ze lezen hun 'heilige schrift' reeds met een morele bril op en volgen de goede passages op (of proberen dat) en negeren de afkeurenswaardige. Veruit de meeste gelovigen vinden kindermoord, steniging en slavernij bijvoorbeeld moreel verwerpelijk, terwijl het in hun heilige schriften geboden, aanbevolen of gesanctioneerd word door God. In de praktijk blijken gelovigen niet standvastig goddelijke bevelen op te volgen, maar staan ze, net als ongelovigen, onder invloed van de veranderende tijgeest.

Nog een interessante tegenwerping kan aangevoerd worden wanneer er verschillen vermeende goddelijke openbaringen zijn, bijvoorbeeld de bijbel versus de koran. De gelovige zal dan eerste moeten beargumenteren welke openbaring de juiste is, wat op zichzelf al de nodige problemen geeft (zie hieronder). Zelfs op basis van één vermeende goddelijke tekst kan een dergelijk probleem ontstaan, namelijk dat van verschillende interpretaties. Als gelovigen onderling verdeeld zijn over wat de juiste interpretatie is van een ethische tekst, wat veelvuldig voorkomt, hoe dan te handelen?

Religies vormen al eeuwen lang een bron van haat en vele andersdenkenden zijn op grond van 'heilige teksten' op gruwelijke wijze vermoord. Gelukkig komt dit vandaag de dag nog weinig voor in West-Europa, en dat hebben we hoofdzakelijk te danken aan de Verlichting. Helaas zijn er nog steeds vele plekken op de wereld waar andersdenkenden om religieuze redenen vermoord worden.

Er bestaat geen atheïstische moraal, maar dat neemt niet weg dat atheïsten een moraal hebben. Moraal kan op verscheidene manieren gefundeerd worden (denk aan de Gulden Regel, Kants categorisch imperatief of utilitarisme), daar is geen God voor nodig. Atheïsten zijn vrij hun eigen moraal te kiezen, mits dat binnen de grenzen van de wet blijft.

Zie verder: 

Is zonder God alles geoorloofd?
- "Moreel Esperanto" van Paul Cliteur (De Arbeiderspers, 2007)
- Moral Arguments in The Secular Web Library (Engels)
- Divine Command Theory in The Secular Web Library (Engels)

Sommige gelovigen hebben de goddelijke oorsprong van hun heilige boek geprobeerd te demonstreren door te wijzen op vermeende wetenschap in het betreffende boek. Zij menen dat de schrijvers van de boeken op de hoogte waren van wetenschappelijke feiten die mens destijds onmogelijk had kunnen weten, waardoor deze kennis wel van God moet komen.

 

Wie zijn er online?

We hebben 120 gasten en geen leden online

Geef je mening

Welke positie over het bestaan van god(en) onderschrijft u?

Bekende atheïsten

Bill GatesBill Gates, mede-oprichter van Microsoft, multimiljardair, bekostiger Bill and Melinda Gates Foundation

Citaat

I don't think God is an explanation at all. It's simply redescribing the problem.

~ Richard Dawkins

Kritiek op theïstische argumenten

Hier wordt een aantal theïstische argumenten (argumenten voor het bestaan van god(en)) kritisch belicht. Bekende theïstische argumenten zijn kosmologische argumenten (betrekking hebbend op de "oorzaak" van de kosmos), teleologische argumenten (betrekking hebbend op het "doel" van het heelal), ontologische argumenten, etc.
Het argument van finetuning is eigenlijk een bijzonder versie van het teleologische argument. Bij het finetuningargument wordt gewezen op de vermeende fijne afstamming in het universum, waardoor leven mogelijk is. Volgens dit argument zijn er namelijk een aantal parameters (zoals de zwaartekracht en elektromagnetische kracht) die, wanneer ze net iets anders waren geweest, hadden geleid tot een universum waarin leven niet mogelijk is. De aanhanger van dit argument vraagt zich vervolgens af hoe het komt dat deze afstemming precies zo is dat menselijk leven mogelijk is. Volgens hem is er geen afdoende naturalistische verklaring, dus moet een intelligente Ontwerper hiervoor gezorgd hebben, ergo God.

Als eerste is het belangrijk op te merken dat dit argument, net als de algemene versie ervan, gebaseerd is op een gat in onze kennis: omdat we geen naturalistische verklaring hebben moet er wel een bovennatuurlijke verklaring zijn. Hij gaat van onverklaard via onverklaarbaar naar een bovennatuurlijke oorzaak. Deze stap is logisch uiterst problematisch, omdat om van onverklaard naar onverklaarbaar te gaan alle logisch mogelijke verklaringen uitgesloten moeten worden, of ten minste hoogst onwaarschijnlijk moeten worden gemaakt. Dit is een zeer zware bewijslast, des te meer omdat niet duidelijk is wat de wetenschap in de toekomst vermag.

Een tweede tegenwerping is dat dit soort argumenten, waarbij God wordt gestopt in een gat in onze kennis, niet een veelbelovende geschiedenis hebben. Newton kon bijvoorbeeld niet verklaren hoe ons zonnestelsel ontstaan was en het zo keurig netjes geordend bleef. God moest hier dus wel voor zorgen. Later echter bleek hiervoor een prima naturalistische verklaring te bestaan, waardoor God overbodig werd. Een ander voorbeeld is de complexiteit van het oog. Hoe kan zoiets ontstaan zonder hulp van een intelligente Ontwerper?, dacht men. Sinds Darwin is er een verklaring die God ook hier overbodig maakt. Argumenten die gebaseerd zijn op onze onwetendheid hebben in de geschiedenis steeds gefaald. Waarom zouden we daar nu wel ons geld op inzetten?

Een belangrijke premisse van het finetuningargument is dat de parameters ook daadwerkelijk anders hadden kunnen zijn dan ze zijn. Dit lijkt op het eerste gezicht aannemelijk, maar hoe kunnen we dit weten? Om te bepalen of bijvoorbeeld een dobbelsteen verzwaard is, zullen we vaker moeten gooien dan één keer. Als het resultaat van één keer gooien 4 is, kan dit puur toeval zijn (1/6 kans) of het gevolg van manipulatie. Beide hypothesen kunnen we op waarschijnlijkheid toetsen, maar alleen door meerdere keren te gooien. Als bijvoorbeeld na 100 keer gooien de dobbelsteen 90 keer op 4 neerkomt, hebben we een goede reden om te denken dat hier méér aan de hand is dan toeval, dat de dobbelsteen dus gemanipuleerd is. Met het universum kunnen we deze waarschijnlijkheden helemaal niet bepalen, omdat we maar één universum kennen, en dus niet kunnen zeggen of het ook anders had kunnen zijn.

Een ander probleem met het argument is dat het helemaal niet duidelijk is dat het universum gefinetuned is voor mensen. De mens is weliswaar ontstaan, maar op de ouderdom van het universum (13,7 miljard jaar) stelt de ouderdom van de mens (200.000 jaar) niets voor. Een vergelijkbare vraag kan gesteld worden als gekeken wordt naar de grootte van het universum. De aarde is een planeet die om een gewone ster (de zon) draait. Ons zonnestelsel is slechts en fractie van ons sterrenstelsel (de Melkweg), die uit minstens 200 miljard andere sterren bestaat en een doorsnede heeft van 100.000 lichtjaar. Naast het sterrenstelsel waarvan wij dus slechts en zeer klein deel zijn, zijn er nog minstens 170 miljard andere sterrenstelsel. Het dichtstbijzijnde andere sterrenstelsel (de Andromedanevel) staat op de onvoorstelbare afstand van 2,5 miljoen lichtjaar. De afstanden zijn dus immens, en veruit het grootste deel daarvan zal voor eeuwig buiten ons bereik liggen. Als het universum speciaal voor ons geschapen is, waarom is het dan zo veel ouder dan de mens en zo veel groter dan we ooit kunnen zien, laat staan bezoeken? De mens komt net kijken op een onbeduidende planeet, om een onbeduidende zon, in een onbeduidend sterrenstelsel. De mens is niet meer dan een zandkorrel in de woestijn. Het getuigt van antropocentrisme om te denken dat dit immense universum speciaal geschapen zou zijn voor ons.

Daarnaast lijdt het argument aan een consistentieprobleem: als het universum gefinetuned is voor de mensheid, waarom heeft het dan zo vreselijk lang geduurd voordat zij ontstaan is, en waarom is zij maar op één planeetje in dit onmetelijke universum ontstaan? Het ontstaan van de mens lijkt meer een schitterend ongeluk dan het resultaat van een finetunende God.

Tot slot is er nog de vraag of God überhaupt een goede verklaring is voor de vermeende finetuning. Is God als antwoord niet een vorm van question begging? Het hele idee achter het finetuningargument is juist dat de complexiteit van het universum verklaard moet worden, maar de God die dit geschapen moet hebben is zelfs minstens zo complex, wat de vraag naar de herkomst van de complexiteit onbeantwoord laat. De theïst kan tegenwerpen dat God eeuwig bestaat en dus geen verklaring behoeft, maar deze tegenwerping is niet succesvol omdat hetzelfde gezegd kan worden over het universum zelf.

Op dit moment is niet duidelijk waardoor ons universum de eigenschappen heeft die het heeft. Het is zelfs niet duidelijk of deze eigenschappen überhaupt anders hadden kunnen zijn. Aan deze vragen wordt echter gewerkt door wetenschappers. Mogelijk zijn er meerdere universums (een multiversum), waarvan de onze, met al zijn fijne afstemmingen, er slechts een is. Het idee van meerdere universums krijgt steeds meer aandacht van kosmologen. Misschien zijn de parameters niet zo variabel als de aanhangers van het finetuningargument ons willen doen geloven. De toekomst zal dit moeten uitwijzen. Een sterk argument voor het bestaan van God is dit gat in onze kennis in ieder geval niet.

Zie verder:
- Hoofdstuk 5 in “The non-existence of God” van Nicolas Everitt (Routledge, 2005)
- Hoofdstuk 5 in “God: the failed hypothesis” van Victor Stenger (Prometheus, 2008)
- Fine-Tuning Arument in The Secular Web Library

Een wonder is een buitengewone gebeurtenis die afwijkend van, of zelfs in strijd is met, de normale gang van zaken. Wonderen zijn niet te verklaren, menen de mensen die er in geloven. Uit deze definitie volgt meteen al een probleem: wanneer is er sprake van een afwijking van of een tegenstrijdigheid met de normale gang van zaken? Wat is eigenlijk "de normale gang van zaken"? Is het wel werkelijk onverklaarbaar of misschien nog niet verklaard? Dit leidt ertoe dat sommige mensen iets als een wonder zullen zien, maar anderen niet. Een atheïst zal niet snel iets als een wonder zien. Hieronder zal kort worden uitgelegd waarom. Aangezien er heel veel verschillende soorten wonderen zijn, zal hier slechts in het algemeen wat over wonderen gezegd worden. Alleen aan gebedsgenezing zal wat extra aandacht besteed worden omdat dit zo vaak als een wonder gezien wordt en op veel mensen overtuigend overkomt. Wie meer wil weten over kritiek op wonderen, kan o.a. zoeken op "miracles" in "The Secular Web". Gebruik van het gezonde verstand is natuurlijk ook onontbeerlijk.

Over het algemeen lijken de natuurwetten bikkelhard, alles moet onvermijdelijk aan hen gehoorzamen. Stenen vallen bijvoorbeeld niet ineens omhoog, de wet van de zwaartekracht vertelt ons dat dit onmogelijk is. Hoe moeten we dan omgaan met iemand die bijvoorbeeld beweert dat hij wel een steen omhoog heeft zien vallen? Geen enkel weldenkend mens zou dit zomaar geloven. Het is veel waarschijnlijker dat de betreffende persoon niet de waarheid spreekt, ook al doet hij dit waarschijnlijk niet opzettelijk. Het zou bijvoorbeeld veel waarschijnlijker zijn dat hij zich de omhoog vallende steen heeft verbeeld. Over het algemeen geldt dat we minder waarde moeten hechten aan een bewering naarmate die onwaarschijnlijker is. Pas als er buitengewoon goede aanwijzingen zijn om zo'n onwaarschijnlijke claim te geloven, moeten we er waarde aan hechten, Extraordinary claims require extraordinary evidence, zoals Carl Sagan ooit eens schreef.

Onder welke omstandigheden moeten we dan wel waarde hechten aan een wonderclaim? David Hume heeft in 1784 deze omstandigheden voortreffelijk verwoord: alleen als het wonderbaarlijker zou zijn dat de getuigen van het wonder de onwaarheid hebben gesproken dan dat de gebeurtenis waarover ze vertellen heeft plaatsgehad, kunnen we geloof hechten aan getuigenissen over wonderen. Dit zou bijvoorbeeld het geval zijn wanneer een groot aantal onafhankelijke en objectieve waarnemers, eventueel met instrumenten, getuige zouden zijn van het wonder. Dit komt echter nooit voor.

Wonderen zijn min of meer in te delen in twee categorieën. De eerste zijn gebeurtenissen waarvan men meent dat ze niet het gevolg kunnen zijn van het toeval. De bekende uitspraak "toeval bestaat niet" slaat hierop. Een bekend voorbeeld hiervan is dat je ineens aan een vriend denkt waar je normaal bijna nooit aan denkt, en dat hij je vlak daarna opbelt. Twee dingen vallen samen en men denkt dat er een verband tussen die twee is. In dit soort gevallen is het interessant je eens af te vragen hoe vaak het voorkomt dat je aan iemand denkt die je niet toevallig opbelt. Het samenvallen van twee dingen is juist zo opmerkelijk omdat ze normaal niet samen vallen, en daardoor onopgemerkt blijven. De mens neem selectief waar en herinnert ook selectief. Hierdoor vallen alleen de opmerkelijk coïncidenties op. Dit leidt ertoe dat mensen vaak verbanden zien, zelfs verbanden zoeken, ook als die er niet zijn.

De tweede categorie zijn gebeurtenissen die indruisen tegen de natuurwetten. Een klassiek voorbeeld hiervan is het uit de dood opstaan, zoals men dat van Jezus beweert. Normaliter blijven mensen dood nadat ze gestorven zijn, het opstaan van iemand uit de dood is daarom een wonder. Op dit soort historische wonderverhalen wordt later verder ingegaan. Het probleem met dit soort wonderen is dat we nooit met zekerheid kunnen zeggen of ze daadwerkelijk tegen de natuurwetten ingaan. De wetenschap staat echter nooit stil, zij komt steeds meer te weten en past regelmatig haar opvattingen aan (als nieuwe empirische gegevens daartoe dwingen). Iets waarvan men nu veronderstelt dat het een wonder is omdat het tegen de natuurwetten ingaat, zou in de toekomst heel goed verklaard kunnen worden door nieuwe inzichten in de werking van de natuur. Dit maakt wonderen altijd relatief ten opzichte van onze huidige wetenschappelijke kennis.

Een vergelijkbaar soort wonder is gebedsgenezing: iemand geneest nadat voor hem of haar gebeden is. Er is zelfs wetenschappelijk onderzoek gedaan naar de werking van gebed. Na een evaluatie van meerdere onderzoeken concludeerde het gerenommeerde Britse medische tijdschrift "The Lancet": "Even in the best studies, the evidence of an association between religion, spirituality, and health is weak and inconsistent." (The Lancet 1999; 353:664-667). Ook uit recent onderzoek bleek dat bidden geen effect had (The Lancet 2005; 366:211-217). Echter, weinig gelovigen zullen zich hierdoor laten overtuigen dat bidden geen zin heeft. Zij verwijzen liever naar anekdotes vóór de werking van gebed, bijvoorbeeld "Mijn broer was ernstig ziek, zou volgens de dokter snel overlijden, maar is genezen nadat voor hem gebeden is.".

Dit soort anekdotes vormen geen bewijs voor de werking van gebed vanwege een aantal redenen:

  • Er hoeft geen causaal (oorzakelijk) verband te bestaan tussen gebed en genezing. Post hoc ergo propter hoc (daarna derhalve daardoor) is een ongeldige redenering. Als ik vandaag een grijze en een zwarte sok heb aangetrokken en even later een wedstrijd win, wil dat niet zeggen dat ik die wedstrijd heb gewonnen doordat ik die twee verschillende kleuren sokken heb aangetrokken.
  • Het placebo-effect (denken dat het werkt) kan mensen kracht geven waardoor ze (eerder) zullen genezen.
  • Artsen kunnen een verkeerde diagnose stellen, wat (helaas) soms gebeurt.
  • Bepaalde aandoeningen zijn lastig te diagnosticeren. Hierdoor kunnen mensen 'genezen' van aandoeningen die ze nooit hebben gehad.
  • Sommige aandoeningen kunnen tijdelijke verbeteringen laten zien, dit kan enkele uren duren, maar ook maanden of jaren. Hierdoor lijkt het of er genezing plaatsvindt.
  • De aandoening kan worden genezen door een (nog) onbekend naturalistisch proces.

Tegen de anekdotes van vermeende genezing door gebed kunnen ook anekdotes worden ingebracht van mensen die sterven ondanks gebed. Een indrukwekkend voorbeeld hiervan is uitgezonden door de Evangelische Omroep. Twee mensen waren in verwachting van hun eerste kindje. De medici constateerden meerdere afwijking waardoor het kind dood geboren zou worden of heel snel daarna zou overlijden. De ouders wilden hier niet aan toegeven en zochten de hulp van meerdere gebedsgroepen. Er werd uitgebreid voor hen gebeden. Hierdoor raakten de ouders zo overtuigd van de geboorte van een gezond kind, dat ze de babykamer al ingericht hadden en aan de gynaecoloog vertelden dat ze een gezond kind zouden krijgen. Ze lieten zich naar eigen zeggen volledig leiden door God. Ondanks de vele gebeden en het rotsvaste geloof van de ouders stierf het kind vlak na de geboorte. Het is een indrukwekkende documentaire over de schaduwkanten van gebedsgenezing. Waarom liet God dit kindje, ondanks de vele gebeden en het rotsvaste geloof, toch sterven?

Een ander argument tegen het bestaan van een god (de christelijke bijvoorbeeld) op grond van wonderen die hij verricht, is dat gelovigen van andere godsdiensten ook beweren dat hun god (Allah bijvoorbeeld) wonderen verricht. Via deze redenering zouden alle goden moeten bestaan waarvan mensen beweren of beweerd hebben dat ze wonderen verrichten. Deze absurditeit wordt in ieder geval uitgesloten door de drie grote monotheïstisch godsdiensten (jodendom, christendom en islam). De gelovige heeft dus een dubbele bewijslast. Enerzijds moet hij het aannemelijk maken dat zijn god 'echte' wonderen doet, anderzijds dat alle wonderen die andersgelovigen aandragen geen 'echte' wonderen zijn. Daarnaast zijn er ook nog mensen waarvan beweerd wordt dat ze wonderen verrichten zonder daarbij een beroep te doen op een god, zoals Jomanda. Hoe verklaart de gelovige dit?

Al met al is er mijns inziens geen enkel bewijs voor de werking van gebed. Als iemand bijvoorbeeld beweert een geamputeerd been weer te kunnen laten aangroeien door gebed, ben ik zeker bereid eens te komen kijken. In zo'n geval is de diagnose goed te stellen, zijn placebo-effect en tijdelijke verbetering uitgesloten en is de kans op een natuurlijke genezing en een niet-causaal verband hoogst onwaarschijnlijk. Zo'n geval zou een sterke aanwijzing zijn voor de werkelijkheid van wonderen.

Tot slot zijn er nog historische wonderverhalen. Ook bij deze wonderverhalen zijn er allerlei redenen om te twijfelen aan de echtheid van deze gebeurtenissen. Het is hierbij bijvoorbeeld zeer belangrijk om naar de culturele context waarin de verhalen ontstaan zijn te kijken. Dit soort verhalen komen altijd uit de tijd van bijgeloof, de tijd waarin men weinig kennis had van de werking van de natuur (inclusief het menselijk lichaam) en de wetenschappelijke methode nog niet bestond. Wonderverhalen waren aan de orde van de dag en een kritische houding ten opzichte van deze verhalen was zeer uitzonderlijk. De meeste mensen waren niet opgeleid en analfabeet. Het was normaal om wonderverhalen te gebruiken om overtuigingen kracht bij te zetten. Er waren nog geen camera's, verslaggevers, kranten, rechercheurs. Daarnaast komen de verhalen meestal uit kleine afgelegen gebieden waardoor de kans op een groot aantal onafhankelijke getuigen klein is. Het is dus niet gek dat er in die tijd veel 'wonderen' plaatsvonden, van gespleten zeeën tot opstanding uit de dood. De grote filosoof David Hume vroeg zich dan ook, terecht, af waarom dit soort dingen tegenwoordig niet meer gebeuren.

Laten we eens specifiek naar bijvoorbeeld het wonderverhaal over de opstanding van Jezus kijken. Volgens de bijbel werd Jezus gekruisigd en stond na drie dagen weer op. Dit verhaal komt alleen voor in de evangeliën, de bijbelboeken die door de eerste christenen geschreven zijn. Deze schrijvers probeerden hun opvattingen te verspreiden en gebruikten daarbij wonderverhalen om hun opvattingen kracht bij te zetten, zoals gebruikelijk was in die tijd. Buiten de bijbel is er geen enkele bron uit die tijd die opstanding meldt, ook niet in de geschiedschrijving. Pas decennia later noemen buitenbijbelse bronnen de christenen als groep, niet de opstanding van Jezus. Ook allerlei opmerkelijke gebeurtenissen bij zijn dood (drie uur durende duisternis in de middag in het hele land, aarde beefde, rotsen spleten, gestorven heiligen stonden op uit hun graf (Mat. 17:45-54)) worden nergens vermeld, terwijl velen dit gemerkt moeten hebben. Deze evangeliën zijn door anonieme auteurs (de namen die de evangeliën nu hebben zijn er pas een halve eeuw nadat ze geschreven zijn aan toegekend), na mondelinge overlevering decennia later in een andere taal opgeschreven door mensen die geen ooggetuigen waren. Ze komen uit een tijd typisch zoals die hierboven beschreven is. Geen enkel redelijk mens zal onder deze omstandigheden waarde hechten aan een verhaal dat zo tegen de normale gang van zaken ingaat. De historicus Richard Carrier gaat hier nog veel uitgebreider in op het opstandingsverhaal.

Zie verder:
- Argument from Miracles in The Secular Web Library (Engels)

Vermeende openbaringen van god(en) kunnen persoonlijk zijn, uit de natuur worden gehaald of worden gevonden in bepaalde teksten die volgens de betreffende gelovigen heilig zijn. Op de eerste twee vormen van openbaringen is hierboven reeds ingegaan. Hier zal kritiek worden geuit op het argument dat in een bepaald geschrift (of in een verzameling van geschriften) een goddelijke openbaring gevonden kan worden.

Het centrale punt in dit argument is dat het betreffende geschrift door god of zijn afgezant(en) geschreven of geïnspireerd is en dat deze god daarom bestaat. Het moge duidelijk zijn dat de verkondiging van goddelijke inspiratie in het geschrift zelf geen argument is voor de goddelijke inspiratie daarvan. Dat zou immer geen argument zijn, maar een cirkelredenering: hoe weten we dat het geschrift waar is? Omdat het door god geschreven/geïnspireerd is? Hoe weten we dat? Dat staat in het geschrift. Zo werkt het natuurlijk niet.

De gelovige zal dus aannemelijk moeten maken dat het geschrift van goddelijke oorsprong is, onafhankelijk van wat het geschrift daar zelf over zegt. Dit is onder andere geprobeerd door te beweren dat het geschrift onfeilbaar is: het geschrift mag geen passages bevatten die strijdig zijn met historische of wetenschappelijke feiten en mag geen interne tegenstrijdigheden bevatten. Aangezien de voorbeelden uit de eerste categorie vaak te duidelijk zijn om te ontkennen, gaan gelovigen de betreffende teksten figuurlijk uitleggen. Dit is bijvoorbeeld gebeurd met geocentrische passages uit de bijbel en koran. Er zijn echter bepaalde passages waarbij dat redelijkerwijs niet kan, zoals het zondvloedverhaal of vermeende historische gebeurtenissen (bijvoorbeeld de uittocht uit Egypte). De gelovigen kan dan de wetenschappelijke inzichten ontkennen of de feilbaarheid van zijn geschrift erkennen. De eerste optie is voor een weldenkend mens onaanvaardbaar, de tweede optie ondermijnt het openbaringsargument.

Interne tegenstrijdigheden ondermijnen ook het openbaringsargument. Hoe kan een almachtige en alwetende god immers zichzelf tegenspreken? Gelovigen die de onfeilbaarheid hoog willen houden doen dan ook allerlei pogingen om de tegenstrijdigheden recht te praten met allerlei kunstgrepen en ad-hocoplossingen. Deze blijken meestal bij nader inzien geen stand te houden. Dat de betreffende teksten onfeilbaar zijn wordt ook al lange tijd niet meer geaccepteerd door de mainstream wetenschappen die zich met de betreffende teksten bezighouden.

Een ander manier die gelovigen gebruiken om goddelijke openbaring te bewijzen is profetie. Aanhangers van deze manier menen dat bepaalde passages uit het heilige geschrift dingen voorspellen die latere uitkomen, terwijl ze dat zelf niet hadden kunnen weten. Hier zijn echter verscheidene punten tegenin te brengen. Schrijvers kunnen bijvoorbeeld profetieën laten vervullen. Men kan een gebeurtenis zodanig aangepast weergeven (of zelfs verzinnen) dat het lijkt alsof het een vervulde profetie is, zeker wanneer er geen objectieve controle mogelijk is. Schrijvers die een profetie uit willen laten komen, zijn vaak bekend met de (vermeende) profetische tekst en kunnen daar rekening mee houden tijdens hun schrijven. Dit is bijvoorbeeld het geval met de evangelieschrijvers, die bekend waren met het Oude Testament waaruit zij de 'profetieën' haalden. In het geval van Jezus vermeende vervulling van de profetieën is er ook geen enkele objectieve bron om de beschrijving van de gebeurtenissen te controleren. Ook kan een vermeende profetie (of een deel daarvan) zo vaag zijn dat er altijd wel een manier is om het te laten 'uitkomen'. Nog een andere optie is dat de schrijver pas schreef na een gebeurtenis, en daar achteraf een 'vervulde profetie' over geconstrueerd heeft.

Ook hebben sommige gelovigen goddelijke inspiratie aannemelijk proberen te maken door te wijzen op de schoonheid van de tekst. Het overduidelijke probleem hiermee is dat schoonheid subjectief is: een andersgelovige of niet-gelovige kan daar heel anders over denken. Ook kan een atheïst tegenwerpen dat mensen ook in staat zijn prachtige dingen te schrijven en dit dus geenszins een bewijs is voor goddelijke oorsprong.

Tot slot is er nog het probleem dat verschillende godsdiensten verschillende geschriften hebben waarvan ze beweren dat die goddelijk geïnspireerd zijn, terwijl deze onderling onverenigbaar zijn. Hierdoor ontstaat het probleem van het waarheidscriterium, waar elders verder op ingegaan wordt.

Zie verder:
- Jesaja 53: een voorbeeld van een uitgekomen profetie?
- Argument from Holy Scripture in The Secular Web Library (Engels)
- “Introduction to the Hebrew Bible” van John. J. Collins (Fortress Press, 2004).
- "The New Testament: a historical introduction to the early Christian writings" van Bart D. Ehrman (Oxford University Press, 2004)
- "Misquoting Jesus: The Story Behind Who Changed the Bible and Why" van Bart D. Ehrman (HarperOne, 2005)
- "The Cambridge Companion to the Qur'an" van Jane D. McAuliffe (Ed.) (Cambridge University Press, 2006)

Veel gelovigen menen onterecht dat een god nodig is voor moraliteit. Dit is echter in strijd met de realiteit. Daaruit blijkt namelijk dat ook ongelovigen moreel handelen en wat dat betreft zeker niet slechter presteren dan gelovigen. Ook blijkt dat er al ethische systemen waren ver voordat de drie abrahamitische religies (jodendom, christendom en islam) ontstaan zijn (denk bijvoorbeeld aan de Egyptenaren) of dat ethische systemen onafhankelijk daarvan ontstaan zijn (zoals in de oude Chinese cultuur). Het argument dat moraal door God ingeschapen is in de mens, houdt ook weinig stand. Er zijn immers culturen (geweest) waarin bepaalde gebruiken als normaal of zelfs wenselijk worden beschouwd, terwijl andere culturen die sterk afkeuren (bijvoorbeeld genitale verminking, kinderoffers of slavernij). Er is dus simpelweg geen eenduidige menselijke moraal, deze is grotendeels afhankelijk van de tijdgeest. Ook komt moraal in meer of mindere mate voor bij veel andere dieren, vooral bij andere mensapen.

Een andere interessante tegenwerping is het Euthyphro-dilemma: is iets goed omdat God het gebiedt of gebiedt God iets omdat het goed is? Beiden horens van het dilemma leiden tot problemen. De eerste optie maakt moraal volledig willekeurig: liegen en moorden zouden bijvoorbeeld goed zijn als God dat zou stellen. De tweede optie maakt moraal onafhankelijk van God omdat het goede blijkbaar bestaat onafhankelijk of God daarvoor kiest.

In de praktijk blijken veruit de meeste gelovigen voor de laatste optie te kiezen: ze lezen hun 'heilige schrift' reeds met een morele bril op en volgen de goede passages op (of proberen dat) en negeren de afkeurenswaardige. Veruit de meeste gelovigen vinden kindermoord, steniging en slavernij bijvoorbeeld moreel verwerpelijk, terwijl het in hun heilige schriften geboden, aanbevolen of gesanctioneerd word door God. In de praktijk blijken gelovigen niet standvastig goddelijke bevelen op te volgen, maar staan ze, net als ongelovigen, onder invloed van de veranderende tijgeest.

Nog een interessante tegenwerping kan aangevoerd worden wanneer er verschillen vermeende goddelijke openbaringen zijn, bijvoorbeeld de bijbel versus de koran. De gelovige zal dan eerste moeten beargumenteren welke openbaring de juiste is, wat op zichzelf al de nodige problemen geeft (zie hieronder). Zelfs op basis van één vermeende goddelijke tekst kan een dergelijk probleem ontstaan, namelijk dat van verschillende interpretaties. Als gelovigen onderling verdeeld zijn over wat de juiste interpretatie is van een ethische tekst, wat veelvuldig voorkomt, hoe dan te handelen?

Religies vormen al eeuwen lang een bron van haat en vele andersdenkenden zijn op grond van 'heilige teksten' op gruwelijke wijze vermoord. Gelukkig komt dit vandaag de dag nog weinig voor in West-Europa, en dat hebben we hoofdzakelijk te danken aan de Verlichting. Helaas zijn er nog steeds vele plekken op de wereld waar andersdenkenden om religieuze redenen vermoord worden.

Er bestaat geen atheïstische moraal, maar dat neemt niet weg dat atheïsten een moraal hebben. Moraal kan op verscheidene manieren gefundeerd worden (denk aan de Gulden Regel, Kants categorisch imperatief of utilitarisme), daar is geen God voor nodig. Atheïsten zijn vrij hun eigen moraal te kiezen, mits dat binnen de grenzen van de wet blijft.

Zie verder: 

Is zonder God alles geoorloofd?
- "Moreel Esperanto" van Paul Cliteur (De Arbeiderspers, 2007)
- Moral Arguments in The Secular Web Library (Engels)
- Divine Command Theory in The Secular Web Library (Engels)

Sommige gelovigen hebben de goddelijke oorsprong van hun heilige boek geprobeerd te demonstreren door te wijzen op vermeende wetenschap in het betreffende boek. Zij menen dat de schrijvers van de boeken op de hoogte waren van wetenschappelijke feiten die mens destijds onmogelijk had kunnen weten, waardoor deze kennis wel van God moet komen.

Wie zijn er online?

We hebben 120 gasten en geen leden online

Geef je mening

Welke positie over het bestaan van god(en) onderschrijft u?

Bekende atheïsten

Bill GatesBill Gates, mede-oprichter van Microsoft, multimiljardair, bekostiger Bill and Melinda Gates Foundation

Citaat

I don't think God is an explanation at all. It's simply redescribing the problem.

~ Richard Dawkins