Vermeende openbaringen van god(en) kunnen persoonlijk zijn, uit de natuur worden gehaald of worden gevonden in bepaalde teksten die volgens de betreffende gelovigen heilig zijn. Op de eerste twee vormen van openbaringen is hierboven reeds ingegaan. Hier zal kritiek worden geuit op het argument dat in een bepaald geschrift (of in een verzameling van geschriften) een goddelijke openbaring gevonden kan worden.

Het centrale punt in dit argument is dat het betreffende geschrift door god of zijn afgezant(en) geschreven of geïnspireerd is en dat deze god daarom bestaat. Het moge duidelijk zijn dat de verkondiging van goddelijke inspiratie in het geschrift zelf geen argument is voor de goddelijke inspiratie daarvan. Dat zou immer geen argument zijn, maar een cirkelredenering: hoe weten we dat het geschrift waar is? Omdat het door god geschreven/geïnspireerd is? Hoe weten we dat? Dat staat in het geschrift. Zo werkt het natuurlijk niet.

De gelovige zal dus aannemelijk moeten maken dat het geschrift van goddelijke oorsprong is, onafhankelijk van wat het geschrift daar zelf over zegt. Dit is onder andere geprobeerd door te beweren dat het geschrift onfeilbaar is: het geschrift mag geen passages bevatten die strijdig zijn met historische of wetenschappelijke feiten en mag geen interne tegenstrijdigheden bevatten. Aangezien de voorbeelden uit de eerste categorie vaak te duidelijk zijn om te ontkennen, gaan gelovigen de betreffende teksten figuurlijk uitleggen. Dit is bijvoorbeeld gebeurd met geocentrische passages uit de bijbel en koran. Er zijn echter bepaalde passages waarbij dat redelijkerwijs niet kan, zoals het zondvloedverhaal of vermeende historische gebeurtenissen (bijvoorbeeld de uittocht uit Egypte). De gelovigen kan dan de wetenschappelijke inzichten ontkennen of de feilbaarheid van zijn geschrift erkennen. De eerste optie is voor een weldenkend mens onaanvaardbaar, de tweede optie ondermijnt het openbaringsargument.

Interne tegenstrijdigheden ondermijnen ook het openbaringsargument. Hoe kan een almachtige en alwetende god immers zichzelf tegenspreken? Gelovigen die de onfeilbaarheid hoog willen houden doen dan ook allerlei pogingen om de tegenstrijdigheden recht te praten met allerlei kunstgrepen en ad-hocoplossingen. Deze blijken meestal bij nader inzien geen stand te houden. Dat de betreffende teksten onfeilbaar zijn wordt ook al lange tijd niet meer geaccepteerd door de mainstream wetenschappen die zich met de betreffende teksten bezighouden.

Een ander manier die gelovigen gebruiken om goddelijke openbaring te bewijzen is profetie. Aanhangers van deze manier menen dat bepaalde passages uit het heilige geschrift dingen voorspellen die latere uitkomen, terwijl ze dat zelf niet hadden kunnen weten. Hier zijn echter verscheidene punten tegenin te brengen. Schrijvers kunnen bijvoorbeeld profetieën laten vervullen. Men kan een gebeurtenis zodanig aangepast weergeven (of zelfs verzinnen) dat het lijkt alsof het een vervulde profetie is, zeker wanneer er geen objectieve controle mogelijk is. Schrijvers die een profetie uit willen laten komen, zijn vaak bekend met de (vermeende) profetische tekst en kunnen daar rekening mee houden tijdens hun schrijven. Dit is bijvoorbeeld het geval met de evangelieschrijvers, die bekend waren met het Oude Testament waaruit zij de 'profetieën' haalden. In het geval van Jezus vermeende vervulling van de profetieën is er ook geen enkele objectieve bron om de beschrijving van de gebeurtenissen te controleren. Ook kan een vermeende profetie (of een deel daarvan) zo vaag zijn dat er altijd wel een manier is om het te laten 'uitkomen'. Nog een andere optie is dat de schrijver pas schreef na een gebeurtenis, en daar achteraf een 'vervulde profetie' over geconstrueerd heeft.

Ook hebben sommige gelovigen goddelijke inspiratie aannemelijk proberen te maken door te wijzen op de schoonheid van de tekst. Het overduidelijke probleem hiermee is dat schoonheid subjectief is: een andersgelovige of niet-gelovige kan daar heel anders over denken. Ook kan een atheïst tegenwerpen dat mensen ook in staat zijn prachtige dingen te schrijven en dit dus geenszins een bewijs is voor goddelijke oorsprong.

Tot slot is er nog het probleem dat verschillende godsdiensten verschillende geschriften hebben waarvan ze beweren dat die goddelijk geïnspireerd zijn, terwijl deze onderling onverenigbaar zijn. Hierdoor ontstaat het probleem van het waarheidscriterium, waar elders verder op ingegaan wordt.

Zie verder:
- Jesaja 53: een voorbeeld van een uitgekomen profetie?
- Argument from Holy Scripture in The Secular Web Library (Engels)
- “Introduction to the Hebrew Bible” van John. J. Collins (Fortress Press, 2004).
- "The New Testament: a historical introduction to the early Christian writings" van Bart D. Ehrman (Oxford University Press, 2004)
- "Misquoting Jesus: The Story Behind Who Changed the Bible and Why" van Bart D. Ehrman (HarperOne, 2005)
- "The Cambridge Companion to the Qur'an" van Jane D. McAuliffe (Ed.) (Cambridge University Press, 2006)

 

Wie zijn er online?

We hebben 124 gasten en geen leden online

Geef je mening

Welke positie over het bestaan van god(en) onderschrijft u?

Bekende atheïsten

Jean Le Rond d'AlembertJean Le Rond d'Alembert, 18e eeuwse wiskundige, natuurkundige, filosoof en encyclopedist.

Citaat

Religion is based, I think, primarily and mainly upon fear. It is partly the terror of the unknown and partly, as I have said, the wish to feel that you have a kind of elder brother who will stand by you in all your troubles and disputes. Fear is the basis of the whole thing -- fear of the mysterious, fear of defeat, fear of death. Fear is the parent of cruelty, and therefore it is no wonder if cruelty and religion have gone hand in hand. It is because fear is at the basis of those two things. In this world we can now begin a little to understand things, and a little to master them by help of science, which has forced its way step by step against the Christian religion, against the churches, and against the opposition of all the old precepts. Science can help us to get over this craven fear in which mankind has lived for so many generations. Science can teach us, and I think our own hearts can teach us, no longer to look around for imaginary supports, no longer to invent allies in the sky, but rather to look to our own efforts here below to make this world a better place to live in, instead of the sort of place that the churches in all these centuries have made it.

~ Bertrand Russell

Vermeende openbaringen van god(en) kunnen persoonlijk zijn, uit de natuur worden gehaald of worden gevonden in bepaalde teksten die volgens de betreffende gelovigen heilig zijn. Op de eerste twee vormen van openbaringen is hierboven reeds ingegaan. Hier zal kritiek worden geuit op het argument dat in een bepaald geschrift (of in een verzameling van geschriften) een goddelijke openbaring gevonden kan worden.

Het centrale punt in dit argument is dat het betreffende geschrift door god of zijn afgezant(en) geschreven of geïnspireerd is en dat deze god daarom bestaat. Het moge duidelijk zijn dat de verkondiging van goddelijke inspiratie in het geschrift zelf geen argument is voor de goddelijke inspiratie daarvan. Dat zou immer geen argument zijn, maar een cirkelredenering: hoe weten we dat het geschrift waar is? Omdat het door god geschreven/geïnspireerd is? Hoe weten we dat? Dat staat in het geschrift. Zo werkt het natuurlijk niet.

De gelovige zal dus aannemelijk moeten maken dat het geschrift van goddelijke oorsprong is, onafhankelijk van wat het geschrift daar zelf over zegt. Dit is onder andere geprobeerd door te beweren dat het geschrift onfeilbaar is: het geschrift mag geen passages bevatten die strijdig zijn met historische of wetenschappelijke feiten en mag geen interne tegenstrijdigheden bevatten. Aangezien de voorbeelden uit de eerste categorie vaak te duidelijk zijn om te ontkennen, gaan gelovigen de betreffende teksten figuurlijk uitleggen. Dit is bijvoorbeeld gebeurd met geocentrische passages uit de bijbel en koran. Er zijn echter bepaalde passages waarbij dat redelijkerwijs niet kan, zoals het zondvloedverhaal of vermeende historische gebeurtenissen (bijvoorbeeld de uittocht uit Egypte). De gelovigen kan dan de wetenschappelijke inzichten ontkennen of de feilbaarheid van zijn geschrift erkennen. De eerste optie is voor een weldenkend mens onaanvaardbaar, de tweede optie ondermijnt het openbaringsargument.

Interne tegenstrijdigheden ondermijnen ook het openbaringsargument. Hoe kan een almachtige en alwetende god immers zichzelf tegenspreken? Gelovigen die de onfeilbaarheid hoog willen houden doen dan ook allerlei pogingen om de tegenstrijdigheden recht te praten met allerlei kunstgrepen en ad-hocoplossingen. Deze blijken meestal bij nader inzien geen stand te houden. Dat de betreffende teksten onfeilbaar zijn wordt ook al lange tijd niet meer geaccepteerd door de mainstream wetenschappen die zich met de betreffende teksten bezighouden.

Een ander manier die gelovigen gebruiken om goddelijke openbaring te bewijzen is profetie. Aanhangers van deze manier menen dat bepaalde passages uit het heilige geschrift dingen voorspellen die latere uitkomen, terwijl ze dat zelf niet hadden kunnen weten. Hier zijn echter verscheidene punten tegenin te brengen. Schrijvers kunnen bijvoorbeeld profetieën laten vervullen. Men kan een gebeurtenis zodanig aangepast weergeven (of zelfs verzinnen) dat het lijkt alsof het een vervulde profetie is, zeker wanneer er geen objectieve controle mogelijk is. Schrijvers die een profetie uit willen laten komen, zijn vaak bekend met de (vermeende) profetische tekst en kunnen daar rekening mee houden tijdens hun schrijven. Dit is bijvoorbeeld het geval met de evangelieschrijvers, die bekend waren met het Oude Testament waaruit zij de 'profetieën' haalden. In het geval van Jezus vermeende vervulling van de profetieën is er ook geen enkele objectieve bron om de beschrijving van de gebeurtenissen te controleren. Ook kan een vermeende profetie (of een deel daarvan) zo vaag zijn dat er altijd wel een manier is om het te laten 'uitkomen'. Nog een andere optie is dat de schrijver pas schreef na een gebeurtenis, en daar achteraf een 'vervulde profetie' over geconstrueerd heeft.

Ook hebben sommige gelovigen goddelijke inspiratie aannemelijk proberen te maken door te wijzen op de schoonheid van de tekst. Het overduidelijke probleem hiermee is dat schoonheid subjectief is: een andersgelovige of niet-gelovige kan daar heel anders over denken. Ook kan een atheïst tegenwerpen dat mensen ook in staat zijn prachtige dingen te schrijven en dit dus geenszins een bewijs is voor goddelijke oorsprong.

Tot slot is er nog het probleem dat verschillende godsdiensten verschillende geschriften hebben waarvan ze beweren dat die goddelijk geïnspireerd zijn, terwijl deze onderling onverenigbaar zijn. Hierdoor ontstaat het probleem van het waarheidscriterium, waar elders verder op ingegaan wordt.

Zie verder:
- Jesaja 53: een voorbeeld van een uitgekomen profetie?
- Argument from Holy Scripture in The Secular Web Library (Engels)
- “Introduction to the Hebrew Bible” van John. J. Collins (Fortress Press, 2004).
- "The New Testament: a historical introduction to the early Christian writings" van Bart D. Ehrman (Oxford University Press, 2004)
- "Misquoting Jesus: The Story Behind Who Changed the Bible and Why" van Bart D. Ehrman (HarperOne, 2005)
- "The Cambridge Companion to the Qur'an" van Jane D. McAuliffe (Ed.) (Cambridge University Press, 2006)

Wie zijn er online?

We hebben 124 gasten en geen leden online

Geef je mening

Welke positie over het bestaan van god(en) onderschrijft u?

Bekende atheïsten

Jean Le Rond d'AlembertJean Le Rond d'Alembert, 18e eeuwse wiskundige, natuurkundige, filosoof en encyclopedist.

Citaat

Religion is based, I think, primarily and mainly upon fear. It is partly the terror of the unknown and partly, as I have said, the wish to feel that you have a kind of elder brother who will stand by you in all your troubles and disputes. Fear is the basis of the whole thing -- fear of the mysterious, fear of defeat, fear of death. Fear is the parent of cruelty, and therefore it is no wonder if cruelty and religion have gone hand in hand. It is because fear is at the basis of those two things. In this world we can now begin a little to understand things, and a little to master them by help of science, which has forced its way step by step against the Christian religion, against the churches, and against the opposition of all the old precepts. Science can help us to get over this craven fear in which mankind has lived for so many generations. Science can teach us, and I think our own hearts can teach us, no longer to look around for imaginary supports, no longer to invent allies in the sky, but rather to look to our own efforts here below to make this world a better place to live in, instead of the sort of place that the churches in all these centuries have made it.

~ Bertrand Russell