Atheïstische argumenten

Hier wordt een aantal atheïstische argumenten (argumenten tegen het bestaan van god(en)) toegelicht.

Een populaire stelling onder veel biologen, theologen en sommige filosofen is dat god en evolutie prima samen kunnen gaan. Evolutie is gewoon gods manier van scheppen, zo menen zij.

Er zijn echter een aantal tegenwerpingen aan te dragen tegen deze stelling. Een atheïst kan argumenteren dat evolutie het bestaan van god, zeker de god van de drie grote monotheïstisch religies, onwaarschijnlijk maakt, evolutie rechtvaardigt atheïsme meer dan theïsme. Ik heb dat zelf gedaan in het artikel "De houdbaarheid van theïstische evolutie" en het vervolg daarop, "Theïstische evolutie is niet houdbaar". Hieronder volgen enkele argumenten die een atheïst kan aandragen.

Ten eerste heeft evolutie het einde van het teleologische godsbewijs ingeluid. De doelmatigheid en de complexiteit van de levende natuur kan niet meer aangedragen worden als argument voor het bestaan van god omdat we hiervoor heden ten dage een veel betere verklaring hebben: biologische evolutie. De ontdekking en het begrip van evolutie heeft dus een rationele poot onder de theïstische stoel weggezaagd.

Een ander argument is dat verspilling en leed inherent is aan evolutie, het is niet slechts een onprettig bijproduct. De manier waarop evolutie werkt is daarom moeilijk in overeenstemming te brengen met het idee van god als een almachtige, doelgerichte en algoede Schepper. Als een god evolutie gebruikt zou hebben als methode van schepping, lijkt er eerder sprake te zijn van een klungelige en sadistische god. De meest elegante verklaring is dat er simpelweg geen god is die evolutie gebruikt heeft als scheppingsmethode. Er is slechts het blinde, wrede, verspillende, proces van evolutie, zonder goddelijk ingrijpen, atheïstisch dus.

Ten derde blijkt evolutie vaak in strijd te zijn met vermeende openbaringen van god, zoals in de bijbel. De enige manier om dit conflict te vermijden is het scheppingsverhaal volledig figuurlijk te lezen, waardoor het een scheppingsmythe wordt, zoals er zoveel zijn. De vraag is dan waarom we waarheid zouden moeten toekennen aan juist één bepaald scheppingsverhaal, terwijl er nog zoveel andere, tegenstrijdige verhalen zijn.

Evolutie haalt dus een argument voor het bestaan van god onder uit, is moeilijk te rijmen met het godsbeeld van veel gelovigen en maakt van goddelijke scheppingsverhalen mythen. Daarmee is, gezien de waarheid van evolutie, atheïsme waarschijnlijker dan theïsme.

Zie verder:

- De houdbaarheid van theïstische evolutie
- Theïstische evolutie is niet houdbaar

Sommige eigenschappen van een bepaald godsbeeld zijn onderling tegenstrijdig, dit wordt logische inconsistentie genoemd. Het godsbeeld van het jodendom, christendom en de islam wordt bijvoorbeeld gekenmerkt door almacht en alwetendheid. Alwetendheid is alles omvattende kennis, dus van zowel het verleden, het nu en de toekomst, op alle mogelijk plekken. Almacht is alles en allen omvattende, onbeperkte macht. Er gaat dus niets buiten zowel de macht als de kennis van God om. Het tegelijk bestaan van deze eigenschappen geeft een conflict.

Zo kan een god die de toekomst al kent, deze niet meer veranderen. Dan zou immers zijn eigen kennis niet meer kloppen. Zijn alwetendheid reduceert zijn almacht volledig. Een almachtige god zou moeten beschikken over een vrije wil. Als dit niet zo zou zijn, betekent dit dat zijn wil belet zou worden door iets, wat hem niet meer almachtig maakt. Om een vrije wil te hebben, moet god in staat zijn om op elk moment tussen twee of meerder opties kunnen kiezen. Als god alwetend is, zou hij alles moeten weten, dus zowel in de geschiedenis, het nu als in de toekomst. Hieruit volgt dat elk moment, wanneer god wordt geconfronteerd met meerder keuzemogelijkheden, hij al weet wat hij gaat kiezen. Dus, doordat god geen keus heeft in zijn beslissing, heeft hij geen vrije wil. God kan dus niet alwetend en almachtig tegelijk zijn, deze twee eigenschappen zijn logisch inconsistent. Derhalve kan hij niet bestaan. Een vierkante cirkel kan immers ook niet bestaan.

Tevens sluit Gods alwetendheid de vrije wil van de mens uit, waarvan meestal wordt beweerd door gelovigen dat mensen die hebben. Dit is om dezelfde reden als met de vrije wil van God.

Veruit de meeste goden lijken in hun eigenschappen verdacht veel op mensen: ze kunnen liefhebben, haten, jaloers zijn, oorlogen voeren enzovoort. Misschien komt dit wel het meest naar voren bij de oude Griekse godsdiensten, maar het is ook zeker goed terug te vinden bij de goden uit de bijbel en koran. Deze goden lijken op mensen, maar zijn in allerlei opzichten superieur aan hen: ze zijn machtiger, weten meer, zijn volmaakt goed enzovoort. De mens projecteert zijn eigen onmacht en onvolmaaktheden op god(en) Goden zijn dus als het ware een soort supermensen.

Hierdoor ontstaat een grote variëteit aan godsbeelden. Als er maar één ware god bestaat, hoe komen mensen dan aan zo gigantisch veel verschillende godsbeelden, variërend van volledig onkenbaar tot volledig antropomorf (op mens lijkend)? Waarom is de één voor vrede en de ander voor oorlog? Waarom bestaat de een uit drie personen (de christelijke drie-eenheid) en de ander uit slechts één? Het godsbeeld is dus zeer ambigu. Het is niet logisch dat al deze (onderling tegenstrijdige) verschillende godsbeelden van één god komen. De atheïst meent dan ook dat ze ontsprongen zijn uit de menselijke geest.

Ook is het zo dat het godsbeeld in de loop der tijd verandert, het evolueert. Meestal is dit het gevolg van veranderende menselijke verlangens en behoeften of dwingt de cultuur of wetenschap daartoe. Karen Armstrong bijvoorbeeld, geeft dit in haar boek "Een geschiedenis van God" mooi weer. Vooral de aanpassing aan wetenschappelijke bevindingen en de veranderende moraal is goed terug te zien. Vroeger had bijvoorbeeld de joods-christelijke god alles in zes dagen geschapen, maar toen de wetenschap leerde dat dit onjuist was, werd god teruggedrongen tot de man achter de knoppen van de evolutie. De God uit het Oude Testament is wreed en strijdlustig, die van het Nieuwe Testament liefde en vrede. Waar vroeger nog de hel een prominente en afschrikwekkende rol speelde, is tegenwoordig alleen de hemel nog overgebleven. Veel 'goddelijke' wetten worden tegenwoordig (gelukkig!) niet meer nageleefd en toegepast. Hoe is het mogelijk dat het godsbeeld van de 'enige ware' god steeds verandert?

Op grond van het bovenstaande mogen we verwachten dat atheïstische verklaringen voor geloof in goden altijd beter zijn dan theïstische verklaringen. De gelovige zal moeten verklaren waarom zoveel mensen in zoveel verschillende goden geloven als er maar één ware god is. De christen zal zijn geloof kunnen verklaren vanuit de wil van zijn God, zijn geloof is een genadegeschenk van God. Maar hoe is dan het geloof in andere goden, met al hun verschillende eigenschappen, dan te verklaren? Zorgt de christelijke God en dan ook voor dat moslims in Allah geloven en dat de oude Grieken in Zeus en de oude Noren in Thor geloofden? Dit zou betekenen dat de christelijke God andere gelovigen misleidt (die goden bestaan immers niet), wat volgens mij geen enkele christen zou accepteren. Zou het geloof van elke gelovige dan verklaard kunnen worden door zijn eigen god? Voor deze verklaring zouden we het bestaan van gigantisch veel goden moeten aannemen, niet alleen die waarin nu wordt geloofd, maar ook de vele waarin in het verleden is geloofd. Deze goden sluiten het bestaan van andere goden echter meestal weer uit, zeker in monotheïstisch religies als het jodendom, christendom en de islam.

Theïstische verklaringen gaan dus niet op. Een atheïstische verklaring is dan ook veel eleganter, kan meer verklaren en verdient daarom de voorkeur. Er zijn meerdere atheïstische verklaringen die (deels) met elkaar overeenstemmen. Religie kan verklaard worden vanuit een evolutionair perspectief: religie kan een volk hecht binden en laten samenwerken, wat een evolutionair voordeel oplevert. Religie kan ook gezien worden als een poging van de wereld van de primitieve mens om de wereld (met al haar problemen) te verklaren. Ook de projectietheorie van Freud geeft een antwoord op deze vraag. Tevens kan godsdienst mensen troost bieden, gelovigen zoeken een vaderfiguur dat hen troost, steunt, enzovoort en vinden dit in god(en). Het voert echter hier te ver om deze uitgebreid te bespreken. Het mooie van deze verklaringen is dat ze alle godsdiensten in één keer verklaren. Gelovigen zullen moeten uitleggen waarom zoveel mensen in zoveel verschillende goden geloven als er maar één ware god is. De atheïst heeft dit probleem niet.

"En den mens schiep God naar zijn beeld, naar het beeld van de mens schiep hij Hem" (Parodie op Genesis 1:27)

Elke gelovige beweert dat zijn geloof het ware en juiste is, anders zou hij er niet in geloven. Het probleem hiermee is dat elke gelovig dit beweert van zijn geloof. De atheïst heeft dit probleem niet, maar kan de gelovige wel wijzen op dit probleem, dat hieronder nader toegelicht wordt. Het onderstaande is grotendeels gebaseerd op het argument dat Herman Philipse uiteenzet in zijn boek "Atheistisch manifest en De onredelijkheid van religie" (hoofdstuk 5).

Men zou tegen dit waarheidsprobleem kunnen inbrengen dat elk geloof waar is voor degene die er in gelooft. Deze houding staat ook wel bekend als het religieus relativisme en wordt zowel afgekeurd door sommige gelovigen als door atheïsten. Het relativisme is een pervers spelletje met het woordje "waar". Zo zou Jezus de zoon van God zijn voor de christenen, maar dit niét zijn voor de joden. Jezus is gekruisigd volgens de christenen, maar niet volgens de moslims. Het is echter logisch uitgesloten dat wanneer twee geloven onderling tegenstrijdig zijn, ze beide gelijk kunnen hebben. Jezus kan bijvoorbeeld niet niét gekruisigd zijn en tegelijk wél. Het relativisme is dus boerenbedrog en sneuvelt op logische gronden.

Als een geloof dan beweert het enige ware te zijn, hoe is dit dan te bepalen? Wat is het criterium dat gehanteerd wordt om de waarheid van bepaalde stellingen te bepalen? In de wetenschap wordt een bepaalde hypothese of theorie getoetst aan de empirische data: als ze in strijd is met wat we waarnemen, wordt zijn aangepast of verworpen. Hierdoor is de wetenschappelijke houding zelfcorrigerend en nooit dogmatisch. Over dit toetsingscriterium zijn alle wetenschappers het wel eens. Maar hoe zit dit met geloof?

Dat ligt geheel anders dan in de wetenschap, gelovigen zijn het onderling niet eens over het te hanteren criterium. De rooms-katholieke kerk is bijvoorbeeld van mening dat dit criterium de bijbel is. In dit boek heeft God zich definitief en volledig geopenbaard aan de mens, rooms-katholieken hoeven geen openbaring meer te verwachten tot ze God zelf zullen aanschouwen in het hiernamaals. De bijbel bevat de universele waarheid voor alle mensen. Moslims zijn het hier niet mee eens, zij geloven immers dat God zich na de bijbel ook nog geopenbaard heeft via Mohammed in de koran. Zij verwerpen dus het katholieke waarheidscriterium en plaatsen daar een andere tegenover: alles wat in de koran staat is absoluut waar.

Is dit dispuut over de keuze van het waarheidscriterium op te lossen? Kan men aantonen dat het ene beter is dan het andere? Nee, dit is principieel onoplosbaar, zoals Phyrro van Elis (ca. 365-275 v.C.) ook al opmerkte. De juistheid van het waarheidscriterium is namelijk alleen aan te tonen met argumenten die zelf al waar zijn. Maar om vast te stellen of die argumenten zelf waar zijn, is het waarheidscriterium al nodig. Dit leidt dus steeds tot een cirkelredenering, men gaat uit van wat men wil bewijzen. Ondanks dat dit een cirkelredenering is, ligt ze vaak ten grondslag aan godsdiensten. Zo beweren christenen dat wat in de bijbel staat waar is omdat dat is opgeschreven door schrijvers die door God geïnspireerd waren. God zelf is dus de eigenlijke auteur van de bijbel. Hoe weten we dit? Dat staat in de bijbel. Zo is de cirkel rond. Moslims gebruiken dezelfde drogreden: wat in de koran staat is door Allah aan Mohammed geopenbaard, waarna die het heeft opgeschreven en is daarom onfeilbaar. Hoe weten we dit? Omdat het in de koran staat.

Elk openbaringsgeloof berust op een religieus waarheidscriterium, terwijl ze elkaar uitsluiten en het onmogelijk is te bepalen welke beter is. Dit maakt elk openbaringsgeloof irrationeel. Maar ook binnen een geloof kan hetzelfde probleem zich voordoen, bijvoorbeeld over hoe een bepaalde tekst geïnterpreteerd moet worden. In de rooms-katholieke kerk bepalen de pausen en concilies dit. Bij de protestanten kan elk individu die gewetensvol de bijbel leest de juiste interpretatie bepalen omdat hij bij het lezen van de bijbel direct door God geïnspireerd wordt. Blijkbaar is God niet zo duidelijk in zijn directe inspiratie, de protestantse kerk is immers hopeloos verdeeld in verschillende denominaties, die elkaar ook weer tegenspreken. Hoewel de recente lijmpoging hiervan in de PKN een dappere poging is, kan het de verdeeldheid niet redden, immers, niet alle gezindten doen hier aan mee.

Vanwege het hierboven beschreven probleem van het waarheidscriterium zullen gelovigen nooit tot overeenstemming kunnen komen over de waarheid religieuze stellingen. De interreligieuze dialoog over de waarheid van godsdiensten is dan ook gedoemd te mislukken. De enige uitweg uit dit probleem is, om met de woorden van Herman Philipse te spreken, "dat gelovigen hun verhalen moeten nemen voor wat ze zijn: mythen die stammen uit een vroegere cultuurfase van de mensheid en die ons soms nog beroeren omdat ze getuigen van menselijke verlangens en tekortkomingen."

In het bovenstaande is zelfs nog gezwegen over de vele andere godsdiensten, ook die uit de oudheid. Waarom bestaat volgens de christen Thor niet? Waarom bestaat volgens de moslim Zeus niet? De mensheid heeft het bestaan van duizenden goden voor waar aangenomen. Volgens veel gelovigen bestaan al die goden niet, alleen die waarin zij geloven bestaat. De atheïst maakt simpelweg geen uitzondering voor die laatste.

Het probleem van het kwaad is een klassiek argument tegen het bestaan van een almachtige en algoede god, bijvoorbeeld de God van het christendom. Een theodicee is een argumentatie waarin de gelovige probeert het bestaan van een almachtige en algoede god te verdedigen ondanks al het kwaad en lijden in de wereld. Hiermee is de theodicee een (vermeende) oplossing voor het probleem van het kwaad. De term "theodicee" komt uit de titel van een boek van de filosoof Leibniz en is gevormd uit het Griekse theos (god) + dikè (rechtspraak). De Griekse filosoof Epicurus (341-270 v.C.) heeft waarschijnlijk als eerste een argument gebaseerd op het probleem van het kwaad ontwikkeld:

"Wil God het kwaad voorkomen, maar kan Hij het niet? Dan is Hij niet almachtig.
Kan Hij het wel, maar wil Hij het niet? Dan is Hij kwaadwillig
Kan Hij het wel en wil hij het ook? Waar komt dan het kwaad vandaan?
Kan Hij het niet en wil Hij het niet? Waarom noemen we Hem dan God?"

Het probleem van het kwaad komt dus voort uit de veronderstelling dat een algoede god zou willen dat kwaad en lijden niet voor zouden komen in zijn geschapen wereld. Een almachtige god zou een wereld kunnen maken zoals hij dat zou willen. Aangezien kwaad en lijden duidelijk voorkomen in de wereld, wil god blijkbaar dat dit kwaad en lijden voorkomt in zijn wereld. Dit zou echter betekenen dat god niet algoed is. Een andere optie is dat god niet in staat is een wereld zonder kwaad en lijden te scheppen. Dit zou echter betekenen dat god niet almachtig is. Beide opties houden in dat god niet voldoet aan zijn eigen definities van almachtig en algoed, en daardoor niet kan bestaan.

Als god ook alwetend zou zijn, had hij kunnen voorzien dat zijn schepping op kwaad en lijden uit zou draaien. Waarom heeft een almachtige en algoede god een schepping geschapen waarvan hij al wist dat het mis zou gaan?

Uit de Bijbel zelf blijkt zelfs dat de christelijke God de schepper is van het kwaad. Dit staat letterlijk verwoord in Jesaja 45 vers 7: "Ik ben de HEER, er is geen ander die het licht vormt en het donker schept, die vrede maakt en onheil [in andere vertalingen "kwaad"] schept. Ik ben het, de HEER, die al deze dingen doet." Dit is in overeenstemming met het bijbelse scheppingsverhaal. Hieruit blijkt dat de boom van goed en kwaad al bestond voordat Adam en Eva ervan aten. Hij noemde zijn schepping goed of mooi (afhankelijk van de vertaling). Dit wil dus zeggen dat God, de Schepper van die boom, het kwaad al geschapen had voordat Adam en Eva ervan aten. Aangezien God zelf het kwaad geschapen heeft, is Hij niet algoed.

Velen voeren vrije wil aan als theodicee: god gaf de mens vrije wil zodat ze vrijwillig voor het goede en het kwade konden kiezen, en niet een soort robotten waren. Ten eerste dient opgemerkte worden dat vrije wil niet kan bestaan als god alwetend is. Een persoon kan immers niet iets anders kiezen dan wat god al weet. Ten tweede is niet al het kwaad afkomstig van de mens (het natuurlijk kwaad, zie verderop). Hierbij is er geen sprake van keuze voor het kwaad.

Verder is er soms sprake van een schending van vrije wil van iemand door een ander persoon, bijvoorbeeld bij een verkrachting of een mishandeling. Als god hierbij zou ingrijpen en de vrijheid van de schender (van de vrijheid van de ander) zou inperken, zou hij de vrijheid van het slachtoffer beschermen. In dit soort zaken, waarin het aankomt op wie z'n vrije wil waardevoller is, van wie zou dan de beperking van de vrije wil erger zijn? Het is moreel niet plausibel dat het het beste is om de vrijheid van de verkrachter te respecteren zodat deze ongehinderd kan verkrachten, in plaats van de vrijheid van het slachtoffer te respecteren. Toch gebeurt dit dagelijks. Waar is de algoede en almachtige God?

Naast het kwaad dat mensen elkaar aandoen, is er het kwaad dat niet door de mens wordt veroorzaakt, het zogenaamde natuurlijke kwaad. Een recent en weerzienwekkend voorbeeld hiervan is de zeebeving die een tsunami (reuzevloedgolf) tot gevolg had en daardoor ongeveer 300.000 doden eiste. Baby's, kinderen, mannen, vrouwen, bejaarden, allemaal werden ze (op soms de meest gruwelijke wijze) slachtoffer van dit gigantische natuurgeweld waar geen mens schuld aan heeft. Waar was de almachtige en liefdevolle god?

Andere voorbeelden zijn de vele aardbevingen, vulkaanuitbarstingen, tornado's en vloeden die de aarde jaarlijks teisteren.

Ook zijn er nog de vele ziekten die mensen vreselijk kunnen laten lijden of zelfs kunnen doden. Sommige van deze ziekten zijn door de patiënt of door de mens in het algemeen zelf veroorzaakt, maar een heel groot deel ook niet. Een voorbeeld van dat laatste geval is de ziekte van Tay-Sachs. Dit is een erfelijke aandoening waarbij geen enkele kans op genezing bestaat. De eerste drie weken na de geboorte is er niets aan de hand; er ontstaat een ontluikende relatie met de ouders. Drie weken na de geboorte beginnen de eerste verschijnselen van deze vreselijke ziekte zichtbaar te worden: het zenuwstelsel takelt af. Het is een ziekteproces dat maximaal vijf jaar duurt en waarbij de zintuiglijke ervaringen (horen, zien, voelen) verschrikkelijk pijnlijk worden. Een progressieve aantasting van het hele zenuwstelsel doet zich voor, waarbij ondraaglijke pijnen over een periode van vijf jaar toenemen. Er is geen enkele kans op redding, en er is geen mogelijkheid om de vreselijke pijnen weg te nemen of te reduceren. Uiteindelijk sterft het kind onverbiddelijk aan een gruwelijke dood.

Niemand, noch het kind zelf of de ouders, hebben voor deze aandoening kunnen kiezen of kunnen beïnvloeden. Waarom sterft zo'n klein kind, dat nota bene niet eens een besef heeft van goed en kwaad, op jonge leeftijd een zeer pijnvolle dood? Een almachtige god is in staat zo'n aandoening te voorkomen of te genezen. Een algoede god zal zo'n klein kindje niet vreselijk laten lijden, om het vervolgens te laten sterven. En toch gebeurt het.….

Sommige christenen zullen de zondeval hierbij halen: doordat de eerste mensen (Adam en Eva) de fout in zijn gegaan, zijn alle andere mensen die uit hen voortkomen ook schuldig. Maar is dit rechtvaardig? Is het rechtvaardig dat kleine kindje te laten lijden voor wat Adam en Eva lang geleden hebben gedaan? Is het rechtvaardig om een klein kindje te straffen voor wat zijn vermeende over-over-over-grootouders hebben gedaan? Hoe kan iemand gestraft worden voor iets wat hij zelf niet gedaan heeft, waar hij zelfs geen invloed op heeft? Het zinloos lijden proberen te verklaren door de zondeval leidt dus tot aantasting van rechtvaardigheid. Dit is echter onmogelijk omdat God volledig rechtvaardig is.

De hierboven aangehaalde voorbeelden zijn slechts enkele voorbeelden van het vele kwaad en lijden in de wereld. Voor atheïsten is dit een sterk bewijs dat er geen almachtige en algoede god bestaat. De meeste atheïsten zullen dit kwaad zien als een inherente eigenschap van de natuur: de natuur is gewoon, ze is niet goed of kwaad en heeft geen doel of medelijden, ze is volledig onverschillig. Dit neemt echter zeker niet weg dat we de gevolgen hiervan zomaar moeten accepteren. Voornamelijk door de groei in wetenschappelijke (en daardoor medische) kennis zijn we steeds beter in staat het lijden te voorkomen, verminderen of zelfs te laten stoppen als de almachtige en algoede god het laat afweten.

Als een mens in staat is (volledig bij machte is) een ander mens te redden, maar dit niet doet, keuren wij dit af. Wij noemen zo'n iemand slecht en onethisch, zo'n iemand is in sommige gevallen zelfs strafbaar. Waarom keuren wij god, die volgens vele gelovigen dagelijks in staat is mensen te redden, maar dit niet doet, niet af?

 

Wie zijn er online?

We hebben 119 gasten en geen leden online

Geef je mening

Welke positie over het bestaan van god(en) onderschrijft u?

Bekende atheïsten

Frank ZappaFrank Zappa, Amerikaanse componist en musicus.

Citaat

De atheïst is niet arrogant. Hij denkt alleen beter na.

~ Herman Philipse

Atheïstische argumenten

Hier wordt een aantal atheïstische argumenten (argumenten tegen het bestaan van god(en)) toegelicht.

Een populaire stelling onder veel biologen, theologen en sommige filosofen is dat god en evolutie prima samen kunnen gaan. Evolutie is gewoon gods manier van scheppen, zo menen zij.

Er zijn echter een aantal tegenwerpingen aan te dragen tegen deze stelling. Een atheïst kan argumenteren dat evolutie het bestaan van god, zeker de god van de drie grote monotheïstisch religies, onwaarschijnlijk maakt, evolutie rechtvaardigt atheïsme meer dan theïsme. Ik heb dat zelf gedaan in het artikel "De houdbaarheid van theïstische evolutie" en het vervolg daarop, "Theïstische evolutie is niet houdbaar". Hieronder volgen enkele argumenten die een atheïst kan aandragen.

Ten eerste heeft evolutie het einde van het teleologische godsbewijs ingeluid. De doelmatigheid en de complexiteit van de levende natuur kan niet meer aangedragen worden als argument voor het bestaan van god omdat we hiervoor heden ten dage een veel betere verklaring hebben: biologische evolutie. De ontdekking en het begrip van evolutie heeft dus een rationele poot onder de theïstische stoel weggezaagd.

Een ander argument is dat verspilling en leed inherent is aan evolutie, het is niet slechts een onprettig bijproduct. De manier waarop evolutie werkt is daarom moeilijk in overeenstemming te brengen met het idee van god als een almachtige, doelgerichte en algoede Schepper. Als een god evolutie gebruikt zou hebben als methode van schepping, lijkt er eerder sprake te zijn van een klungelige en sadistische god. De meest elegante verklaring is dat er simpelweg geen god is die evolutie gebruikt heeft als scheppingsmethode. Er is slechts het blinde, wrede, verspillende, proces van evolutie, zonder goddelijk ingrijpen, atheïstisch dus.

Ten derde blijkt evolutie vaak in strijd te zijn met vermeende openbaringen van god, zoals in de bijbel. De enige manier om dit conflict te vermijden is het scheppingsverhaal volledig figuurlijk te lezen, waardoor het een scheppingsmythe wordt, zoals er zoveel zijn. De vraag is dan waarom we waarheid zouden moeten toekennen aan juist één bepaald scheppingsverhaal, terwijl er nog zoveel andere, tegenstrijdige verhalen zijn.

Evolutie haalt dus een argument voor het bestaan van god onder uit, is moeilijk te rijmen met het godsbeeld van veel gelovigen en maakt van goddelijke scheppingsverhalen mythen. Daarmee is, gezien de waarheid van evolutie, atheïsme waarschijnlijker dan theïsme.

Zie verder:

- De houdbaarheid van theïstische evolutie
- Theïstische evolutie is niet houdbaar

Sommige eigenschappen van een bepaald godsbeeld zijn onderling tegenstrijdig, dit wordt logische inconsistentie genoemd. Het godsbeeld van het jodendom, christendom en de islam wordt bijvoorbeeld gekenmerkt door almacht en alwetendheid. Alwetendheid is alles omvattende kennis, dus van zowel het verleden, het nu en de toekomst, op alle mogelijk plekken. Almacht is alles en allen omvattende, onbeperkte macht. Er gaat dus niets buiten zowel de macht als de kennis van God om. Het tegelijk bestaan van deze eigenschappen geeft een conflict.

Zo kan een god die de toekomst al kent, deze niet meer veranderen. Dan zou immers zijn eigen kennis niet meer kloppen. Zijn alwetendheid reduceert zijn almacht volledig. Een almachtige god zou moeten beschikken over een vrije wil. Als dit niet zo zou zijn, betekent dit dat zijn wil belet zou worden door iets, wat hem niet meer almachtig maakt. Om een vrije wil te hebben, moet god in staat zijn om op elk moment tussen twee of meerder opties kunnen kiezen. Als god alwetend is, zou hij alles moeten weten, dus zowel in de geschiedenis, het nu als in de toekomst. Hieruit volgt dat elk moment, wanneer god wordt geconfronteerd met meerder keuzemogelijkheden, hij al weet wat hij gaat kiezen. Dus, doordat god geen keus heeft in zijn beslissing, heeft hij geen vrije wil. God kan dus niet alwetend en almachtig tegelijk zijn, deze twee eigenschappen zijn logisch inconsistent. Derhalve kan hij niet bestaan. Een vierkante cirkel kan immers ook niet bestaan.

Tevens sluit Gods alwetendheid de vrije wil van de mens uit, waarvan meestal wordt beweerd door gelovigen dat mensen die hebben. Dit is om dezelfde reden als met de vrije wil van God.

Veruit de meeste goden lijken in hun eigenschappen verdacht veel op mensen: ze kunnen liefhebben, haten, jaloers zijn, oorlogen voeren enzovoort. Misschien komt dit wel het meest naar voren bij de oude Griekse godsdiensten, maar het is ook zeker goed terug te vinden bij de goden uit de bijbel en koran. Deze goden lijken op mensen, maar zijn in allerlei opzichten superieur aan hen: ze zijn machtiger, weten meer, zijn volmaakt goed enzovoort. De mens projecteert zijn eigen onmacht en onvolmaaktheden op god(en) Goden zijn dus als het ware een soort supermensen.

Hierdoor ontstaat een grote variëteit aan godsbeelden. Als er maar één ware god bestaat, hoe komen mensen dan aan zo gigantisch veel verschillende godsbeelden, variërend van volledig onkenbaar tot volledig antropomorf (op mens lijkend)? Waarom is de één voor vrede en de ander voor oorlog? Waarom bestaat de een uit drie personen (de christelijke drie-eenheid) en de ander uit slechts één? Het godsbeeld is dus zeer ambigu. Het is niet logisch dat al deze (onderling tegenstrijdige) verschillende godsbeelden van één god komen. De atheïst meent dan ook dat ze ontsprongen zijn uit de menselijke geest.

Ook is het zo dat het godsbeeld in de loop der tijd verandert, het evolueert. Meestal is dit het gevolg van veranderende menselijke verlangens en behoeften of dwingt de cultuur of wetenschap daartoe. Karen Armstrong bijvoorbeeld, geeft dit in haar boek "Een geschiedenis van God" mooi weer. Vooral de aanpassing aan wetenschappelijke bevindingen en de veranderende moraal is goed terug te zien. Vroeger had bijvoorbeeld de joods-christelijke god alles in zes dagen geschapen, maar toen de wetenschap leerde dat dit onjuist was, werd god teruggedrongen tot de man achter de knoppen van de evolutie. De God uit het Oude Testament is wreed en strijdlustig, die van het Nieuwe Testament liefde en vrede. Waar vroeger nog de hel een prominente en afschrikwekkende rol speelde, is tegenwoordig alleen de hemel nog overgebleven. Veel 'goddelijke' wetten worden tegenwoordig (gelukkig!) niet meer nageleefd en toegepast. Hoe is het mogelijk dat het godsbeeld van de 'enige ware' god steeds verandert?

Op grond van het bovenstaande mogen we verwachten dat atheïstische verklaringen voor geloof in goden altijd beter zijn dan theïstische verklaringen. De gelovige zal moeten verklaren waarom zoveel mensen in zoveel verschillende goden geloven als er maar één ware god is. De christen zal zijn geloof kunnen verklaren vanuit de wil van zijn God, zijn geloof is een genadegeschenk van God. Maar hoe is dan het geloof in andere goden, met al hun verschillende eigenschappen, dan te verklaren? Zorgt de christelijke God en dan ook voor dat moslims in Allah geloven en dat de oude Grieken in Zeus en de oude Noren in Thor geloofden? Dit zou betekenen dat de christelijke God andere gelovigen misleidt (die goden bestaan immers niet), wat volgens mij geen enkele christen zou accepteren. Zou het geloof van elke gelovige dan verklaard kunnen worden door zijn eigen god? Voor deze verklaring zouden we het bestaan van gigantisch veel goden moeten aannemen, niet alleen die waarin nu wordt geloofd, maar ook de vele waarin in het verleden is geloofd. Deze goden sluiten het bestaan van andere goden echter meestal weer uit, zeker in monotheïstisch religies als het jodendom, christendom en de islam.

Theïstische verklaringen gaan dus niet op. Een atheïstische verklaring is dan ook veel eleganter, kan meer verklaren en verdient daarom de voorkeur. Er zijn meerdere atheïstische verklaringen die (deels) met elkaar overeenstemmen. Religie kan verklaard worden vanuit een evolutionair perspectief: religie kan een volk hecht binden en laten samenwerken, wat een evolutionair voordeel oplevert. Religie kan ook gezien worden als een poging van de wereld van de primitieve mens om de wereld (met al haar problemen) te verklaren. Ook de projectietheorie van Freud geeft een antwoord op deze vraag. Tevens kan godsdienst mensen troost bieden, gelovigen zoeken een vaderfiguur dat hen troost, steunt, enzovoort en vinden dit in god(en). Het voert echter hier te ver om deze uitgebreid te bespreken. Het mooie van deze verklaringen is dat ze alle godsdiensten in één keer verklaren. Gelovigen zullen moeten uitleggen waarom zoveel mensen in zoveel verschillende goden geloven als er maar één ware god is. De atheïst heeft dit probleem niet.

"En den mens schiep God naar zijn beeld, naar het beeld van de mens schiep hij Hem" (Parodie op Genesis 1:27)

Elke gelovige beweert dat zijn geloof het ware en juiste is, anders zou hij er niet in geloven. Het probleem hiermee is dat elke gelovig dit beweert van zijn geloof. De atheïst heeft dit probleem niet, maar kan de gelovige wel wijzen op dit probleem, dat hieronder nader toegelicht wordt. Het onderstaande is grotendeels gebaseerd op het argument dat Herman Philipse uiteenzet in zijn boek "Atheistisch manifest en De onredelijkheid van religie" (hoofdstuk 5).

Men zou tegen dit waarheidsprobleem kunnen inbrengen dat elk geloof waar is voor degene die er in gelooft. Deze houding staat ook wel bekend als het religieus relativisme en wordt zowel afgekeurd door sommige gelovigen als door atheïsten. Het relativisme is een pervers spelletje met het woordje "waar". Zo zou Jezus de zoon van God zijn voor de christenen, maar dit niét zijn voor de joden. Jezus is gekruisigd volgens de christenen, maar niet volgens de moslims. Het is echter logisch uitgesloten dat wanneer twee geloven onderling tegenstrijdig zijn, ze beide gelijk kunnen hebben. Jezus kan bijvoorbeeld niet niét gekruisigd zijn en tegelijk wél. Het relativisme is dus boerenbedrog en sneuvelt op logische gronden.

Als een geloof dan beweert het enige ware te zijn, hoe is dit dan te bepalen? Wat is het criterium dat gehanteerd wordt om de waarheid van bepaalde stellingen te bepalen? In de wetenschap wordt een bepaalde hypothese of theorie getoetst aan de empirische data: als ze in strijd is met wat we waarnemen, wordt zijn aangepast of verworpen. Hierdoor is de wetenschappelijke houding zelfcorrigerend en nooit dogmatisch. Over dit toetsingscriterium zijn alle wetenschappers het wel eens. Maar hoe zit dit met geloof?

Dat ligt geheel anders dan in de wetenschap, gelovigen zijn het onderling niet eens over het te hanteren criterium. De rooms-katholieke kerk is bijvoorbeeld van mening dat dit criterium de bijbel is. In dit boek heeft God zich definitief en volledig geopenbaard aan de mens, rooms-katholieken hoeven geen openbaring meer te verwachten tot ze God zelf zullen aanschouwen in het hiernamaals. De bijbel bevat de universele waarheid voor alle mensen. Moslims zijn het hier niet mee eens, zij geloven immers dat God zich na de bijbel ook nog geopenbaard heeft via Mohammed in de koran. Zij verwerpen dus het katholieke waarheidscriterium en plaatsen daar een andere tegenover: alles wat in de koran staat is absoluut waar.

Is dit dispuut over de keuze van het waarheidscriterium op te lossen? Kan men aantonen dat het ene beter is dan het andere? Nee, dit is principieel onoplosbaar, zoals Phyrro van Elis (ca. 365-275 v.C.) ook al opmerkte. De juistheid van het waarheidscriterium is namelijk alleen aan te tonen met argumenten die zelf al waar zijn. Maar om vast te stellen of die argumenten zelf waar zijn, is het waarheidscriterium al nodig. Dit leidt dus steeds tot een cirkelredenering, men gaat uit van wat men wil bewijzen. Ondanks dat dit een cirkelredenering is, ligt ze vaak ten grondslag aan godsdiensten. Zo beweren christenen dat wat in de bijbel staat waar is omdat dat is opgeschreven door schrijvers die door God geïnspireerd waren. God zelf is dus de eigenlijke auteur van de bijbel. Hoe weten we dit? Dat staat in de bijbel. Zo is de cirkel rond. Moslims gebruiken dezelfde drogreden: wat in de koran staat is door Allah aan Mohammed geopenbaard, waarna die het heeft opgeschreven en is daarom onfeilbaar. Hoe weten we dit? Omdat het in de koran staat.

Elk openbaringsgeloof berust op een religieus waarheidscriterium, terwijl ze elkaar uitsluiten en het onmogelijk is te bepalen welke beter is. Dit maakt elk openbaringsgeloof irrationeel. Maar ook binnen een geloof kan hetzelfde probleem zich voordoen, bijvoorbeeld over hoe een bepaalde tekst geïnterpreteerd moet worden. In de rooms-katholieke kerk bepalen de pausen en concilies dit. Bij de protestanten kan elk individu die gewetensvol de bijbel leest de juiste interpretatie bepalen omdat hij bij het lezen van de bijbel direct door God geïnspireerd wordt. Blijkbaar is God niet zo duidelijk in zijn directe inspiratie, de protestantse kerk is immers hopeloos verdeeld in verschillende denominaties, die elkaar ook weer tegenspreken. Hoewel de recente lijmpoging hiervan in de PKN een dappere poging is, kan het de verdeeldheid niet redden, immers, niet alle gezindten doen hier aan mee.

Vanwege het hierboven beschreven probleem van het waarheidscriterium zullen gelovigen nooit tot overeenstemming kunnen komen over de waarheid religieuze stellingen. De interreligieuze dialoog over de waarheid van godsdiensten is dan ook gedoemd te mislukken. De enige uitweg uit dit probleem is, om met de woorden van Herman Philipse te spreken, "dat gelovigen hun verhalen moeten nemen voor wat ze zijn: mythen die stammen uit een vroegere cultuurfase van de mensheid en die ons soms nog beroeren omdat ze getuigen van menselijke verlangens en tekortkomingen."

In het bovenstaande is zelfs nog gezwegen over de vele andere godsdiensten, ook die uit de oudheid. Waarom bestaat volgens de christen Thor niet? Waarom bestaat volgens de moslim Zeus niet? De mensheid heeft het bestaan van duizenden goden voor waar aangenomen. Volgens veel gelovigen bestaan al die goden niet, alleen die waarin zij geloven bestaat. De atheïst maakt simpelweg geen uitzondering voor die laatste.

Het probleem van het kwaad is een klassiek argument tegen het bestaan van een almachtige en algoede god, bijvoorbeeld de God van het christendom. Een theodicee is een argumentatie waarin de gelovige probeert het bestaan van een almachtige en algoede god te verdedigen ondanks al het kwaad en lijden in de wereld. Hiermee is de theodicee een (vermeende) oplossing voor het probleem van het kwaad. De term "theodicee" komt uit de titel van een boek van de filosoof Leibniz en is gevormd uit het Griekse theos (god) + dikè (rechtspraak). De Griekse filosoof Epicurus (341-270 v.C.) heeft waarschijnlijk als eerste een argument gebaseerd op het probleem van het kwaad ontwikkeld:

"Wil God het kwaad voorkomen, maar kan Hij het niet? Dan is Hij niet almachtig.
Kan Hij het wel, maar wil Hij het niet? Dan is Hij kwaadwillig
Kan Hij het wel en wil hij het ook? Waar komt dan het kwaad vandaan?
Kan Hij het niet en wil Hij het niet? Waarom noemen we Hem dan God?"

Het probleem van het kwaad komt dus voort uit de veronderstelling dat een algoede god zou willen dat kwaad en lijden niet voor zouden komen in zijn geschapen wereld. Een almachtige god zou een wereld kunnen maken zoals hij dat zou willen. Aangezien kwaad en lijden duidelijk voorkomen in de wereld, wil god blijkbaar dat dit kwaad en lijden voorkomt in zijn wereld. Dit zou echter betekenen dat god niet algoed is. Een andere optie is dat god niet in staat is een wereld zonder kwaad en lijden te scheppen. Dit zou echter betekenen dat god niet almachtig is. Beide opties houden in dat god niet voldoet aan zijn eigen definities van almachtig en algoed, en daardoor niet kan bestaan.

Als god ook alwetend zou zijn, had hij kunnen voorzien dat zijn schepping op kwaad en lijden uit zou draaien. Waarom heeft een almachtige en algoede god een schepping geschapen waarvan hij al wist dat het mis zou gaan?

Uit de Bijbel zelf blijkt zelfs dat de christelijke God de schepper is van het kwaad. Dit staat letterlijk verwoord in Jesaja 45 vers 7: "Ik ben de HEER, er is geen ander die het licht vormt en het donker schept, die vrede maakt en onheil [in andere vertalingen "kwaad"] schept. Ik ben het, de HEER, die al deze dingen doet." Dit is in overeenstemming met het bijbelse scheppingsverhaal. Hieruit blijkt dat de boom van goed en kwaad al bestond voordat Adam en Eva ervan aten. Hij noemde zijn schepping goed of mooi (afhankelijk van de vertaling). Dit wil dus zeggen dat God, de Schepper van die boom, het kwaad al geschapen had voordat Adam en Eva ervan aten. Aangezien God zelf het kwaad geschapen heeft, is Hij niet algoed.

Velen voeren vrije wil aan als theodicee: god gaf de mens vrije wil zodat ze vrijwillig voor het goede en het kwade konden kiezen, en niet een soort robotten waren. Ten eerste dient opgemerkte worden dat vrije wil niet kan bestaan als god alwetend is. Een persoon kan immers niet iets anders kiezen dan wat god al weet. Ten tweede is niet al het kwaad afkomstig van de mens (het natuurlijk kwaad, zie verderop). Hierbij is er geen sprake van keuze voor het kwaad.

Verder is er soms sprake van een schending van vrije wil van iemand door een ander persoon, bijvoorbeeld bij een verkrachting of een mishandeling. Als god hierbij zou ingrijpen en de vrijheid van de schender (van de vrijheid van de ander) zou inperken, zou hij de vrijheid van het slachtoffer beschermen. In dit soort zaken, waarin het aankomt op wie z'n vrije wil waardevoller is, van wie zou dan de beperking van de vrije wil erger zijn? Het is moreel niet plausibel dat het het beste is om de vrijheid van de verkrachter te respecteren zodat deze ongehinderd kan verkrachten, in plaats van de vrijheid van het slachtoffer te respecteren. Toch gebeurt dit dagelijks. Waar is de algoede en almachtige God?

Naast het kwaad dat mensen elkaar aandoen, is er het kwaad dat niet door de mens wordt veroorzaakt, het zogenaamde natuurlijke kwaad. Een recent en weerzienwekkend voorbeeld hiervan is de zeebeving die een tsunami (reuzevloedgolf) tot gevolg had en daardoor ongeveer 300.000 doden eiste. Baby's, kinderen, mannen, vrouwen, bejaarden, allemaal werden ze (op soms de meest gruwelijke wijze) slachtoffer van dit gigantische natuurgeweld waar geen mens schuld aan heeft. Waar was de almachtige en liefdevolle god?

Andere voorbeelden zijn de vele aardbevingen, vulkaanuitbarstingen, tornado's en vloeden die de aarde jaarlijks teisteren.

Ook zijn er nog de vele ziekten die mensen vreselijk kunnen laten lijden of zelfs kunnen doden. Sommige van deze ziekten zijn door de patiënt of door de mens in het algemeen zelf veroorzaakt, maar een heel groot deel ook niet. Een voorbeeld van dat laatste geval is de ziekte van Tay-Sachs. Dit is een erfelijke aandoening waarbij geen enkele kans op genezing bestaat. De eerste drie weken na de geboorte is er niets aan de hand; er ontstaat een ontluikende relatie met de ouders. Drie weken na de geboorte beginnen de eerste verschijnselen van deze vreselijke ziekte zichtbaar te worden: het zenuwstelsel takelt af. Het is een ziekteproces dat maximaal vijf jaar duurt en waarbij de zintuiglijke ervaringen (horen, zien, voelen) verschrikkelijk pijnlijk worden. Een progressieve aantasting van het hele zenuwstelsel doet zich voor, waarbij ondraaglijke pijnen over een periode van vijf jaar toenemen. Er is geen enkele kans op redding, en er is geen mogelijkheid om de vreselijke pijnen weg te nemen of te reduceren. Uiteindelijk sterft het kind onverbiddelijk aan een gruwelijke dood.

Niemand, noch het kind zelf of de ouders, hebben voor deze aandoening kunnen kiezen of kunnen beïnvloeden. Waarom sterft zo'n klein kind, dat nota bene niet eens een besef heeft van goed en kwaad, op jonge leeftijd een zeer pijnvolle dood? Een almachtige god is in staat zo'n aandoening te voorkomen of te genezen. Een algoede god zal zo'n klein kindje niet vreselijk laten lijden, om het vervolgens te laten sterven. En toch gebeurt het.….

Sommige christenen zullen de zondeval hierbij halen: doordat de eerste mensen (Adam en Eva) de fout in zijn gegaan, zijn alle andere mensen die uit hen voortkomen ook schuldig. Maar is dit rechtvaardig? Is het rechtvaardig dat kleine kindje te laten lijden voor wat Adam en Eva lang geleden hebben gedaan? Is het rechtvaardig om een klein kindje te straffen voor wat zijn vermeende over-over-over-grootouders hebben gedaan? Hoe kan iemand gestraft worden voor iets wat hij zelf niet gedaan heeft, waar hij zelfs geen invloed op heeft? Het zinloos lijden proberen te verklaren door de zondeval leidt dus tot aantasting van rechtvaardigheid. Dit is echter onmogelijk omdat God volledig rechtvaardig is.

De hierboven aangehaalde voorbeelden zijn slechts enkele voorbeelden van het vele kwaad en lijden in de wereld. Voor atheïsten is dit een sterk bewijs dat er geen almachtige en algoede god bestaat. De meeste atheïsten zullen dit kwaad zien als een inherente eigenschap van de natuur: de natuur is gewoon, ze is niet goed of kwaad en heeft geen doel of medelijden, ze is volledig onverschillig. Dit neemt echter zeker niet weg dat we de gevolgen hiervan zomaar moeten accepteren. Voornamelijk door de groei in wetenschappelijke (en daardoor medische) kennis zijn we steeds beter in staat het lijden te voorkomen, verminderen of zelfs te laten stoppen als de almachtige en algoede god het laat afweten.

Als een mens in staat is (volledig bij machte is) een ander mens te redden, maar dit niet doet, keuren wij dit af. Wij noemen zo'n iemand slecht en onethisch, zo'n iemand is in sommige gevallen zelfs strafbaar. Waarom keuren wij god, die volgens vele gelovigen dagelijks in staat is mensen te redden, maar dit niet doet, niet af?

Wie zijn er online?

We hebben 119 gasten en geen leden online

Geef je mening

Welke positie over het bestaan van god(en) onderschrijft u?

Bekende atheïsten

Frank ZappaFrank Zappa, Amerikaanse componist en musicus.

Citaat

De atheïst is niet arrogant. Hij denkt alleen beter na.

~ Herman Philipse